College 1: Armoede
ARMOEDE:
• Verschillende definities en maten
• Naar een relationeel armoede perspectief
1.EEN HERINNERING AAN ARMOEDE
1.1 WAT IS ARMOEDE?
Armoede: verschillende definities en maten (e.g., Fernandez, 2015)
• Absolute monetaire definities en armoedematen
o Inkomens- of armoedegrens = maten die heel lang gebruikt zijn en wat we kennen als
de armoedegrens of de armoededrempel
o Elk land bepaalt, in functie van zijn eigen economie, een inkomensniveau dat nodig is
om in de basislevensbehoeften te kunnen voorzien.
o Voorbeeld: 1500 in België en 3000 voor een gezin met 2 kinderen; als je daaronder zit, val
je onder die armoedegrens.
o De uitgaven van een gezin kunnen sterk verschillen, bv. door een beugel, een bril, ziek
worden, …
o 1 beperking: vergelijken tussen landen is moeilijk, omdat landen verschillende drempels
hanteren.
• Relatieve monetaire definities en armoedematen (Townsend, 1979)
“if they [individuals, families, groups] lack the resources to obtain types of diet, participate in the
activities and have the living conditions and amenities which are customary, or at least widely
encouraged or approved in the societies in which they belong” (Townsend 1979 , pp. 31)
o Het gaat om de minimale middelen die je nodig hebt om te kunnen deelnemen aan de
samenleving.
o Deze definities zijn veranderlijk: wat je nodig hebt om mee te kunnen in de samenleving
hangt af van de tijd en van hoe de samenleving evolueert.
▪ Bv. een gsm hebben was vroeger veel minder noodzakelijk dan vandaag. Zonder
internet of een gsm is het bijna onmogelijk om volwaardig deel te nemen aan de
samenleving.
▪ De context verandert, en die context bepaalt mee of je in armoede of deprivatie
leeft.
ARMOEDE IN BELGIË IN 2024
Pagina 1 van 161
, • De grootste enquête is EU-SILC. Die levert cijfers op over mensen die een (hoog) armoederisico
ervaren. Die geeft een index van 108.000: dat zijn de mensen die het allergrootste risico ervaren.
• Dit totaal gaat over de mensen die in België in 2024 het risico lopen om in armoede te leven.
• Wat wordt er gemeten?
o (1) Lage werkintensiteit: gezinnen met een lage werkintensiteit; huishoudens waarin
leden die eigenlijk zouden kunnen werken, minder dan 20% van de tijd gewerkt hebben.
o (2) Sociale en materiële deprivatie: een groep die niet beschikt over de middelen die
noodzakelijk zijn om volwaardig en gezond te kunnen deelnemen aan de samenleving.
o (3) Absolute grens: mensen die onder een vastgelegde armoedegrens/armoededrempel
vallen (dus: onder het inkomensniveau dat nodig is om in basisbehoeften te voorzien).
• Als we deze drie samen nemen, kunnen we bepalen wie een risico loopt om in armoede te leven.
• 18,3% loopt het risico om in armoede te leven.
o Dit cijfer is de voorbije jaren licht gedaald door ingrijpen van de regering en
steuninitiatieven die zijn uitgerold sinds COVID.
o Daarnaast is er ook sprake van een daling tot 10% van de Belgen die onder de
armoedegrens leeft: die maatregelen hebben er dus effectief voor gezorgd dat sommige
mensen boven die armoedegrens uitkomen.
• Realiteit: België is een complex land met grote regionale verschillen; het ligt bv. veel hoger in
Wallonië en nog hoger in Brussel.
o 37% van de kinderen in Brussel groeit op in armoede.
RISICOFACTOREN ARMOEDE (BRONNEN: OPGROEIEN, STABEL)
• Eenoudergezinnen
o Financieel minder inkomsten en een aantal uitgaven worden niet goedkoper als je dit
alleen moet doen
• Grote gezinnen (> 3 kinderen)
• Personen (ouders) met een laag opleidingsniveau
o Geen tot weinig toegang tot de arbeidsmarkt
• Werkloze personen (ouders)
• Personen (ouders) met een migratieachtergrond (vooral indien niet-EU herkomstland)
o Verschil tussen verschillende soorten migratieachtergrond bij mensen die uit een niet
EU-land zijn gemigreerd.
o Intersectioneel denken: maken dat je in de samenleving een uitsluiting ervaart, bv.
samengaan van een migratieachtergrond, werkloos zijn,… vergoten de kans
ARMOEDE: VERSCHILLENDE DEFINITIES EN MATEN (E.G., FERNANDEZ, 2015)
• Absolute definities en maten om armoede te meten
o Armoede wordt bepaald via een vaste (monetaire) drempel: je inkomen is onvoldoende
om basisbehoeften (zoals voedsel en onderdak) te voorzien.
• Relatieve definities en maten
o Wat je nodig hebt om te kunnen deelnemen aan de samenleving: je leeft in armoede als
je niet genoeg middelen hebt om te leven zoals (minstens) gebruikelijk of verwacht wordt
in de samenleving waarin je leeft.
• Multidimensionale definities en maten
o Mensen ervaren op meerdere levensdomeinen moeilijkheden die samenhangen met
armoede (dus niet enkel inkomen).
o Armoede als een gebrek aan financiële, sociale, culturele en politieke resources die
noodzakelijk zijn voor welbevinden en ontwikkeling.
Pagina 2 van 161
, o Samengestelde maten (composite measures), bv. UNICEF, Save the Children, Kind &
Gezin: die combineren verschillende dimensies/indicatoren om armoede of
(kinder)welzijn in kaart te brengen.
▪ Focus ligt dan niet alleen op geld, maar ook op sociale, culturele en politieke
resources (en hun effect op kansen en deelname).
KANSARMOEDE (KIND EN GEZIN, 2013)
• Kansarmoede-index (e.g., De Cock, 2019)
o Voor alle kinderen die geboren worden en opgevolgd worden door Kind & Gezin (K&G)
wordt in de eerste maanden na de geboorte de gezinssituatie in kaart gebracht.
o Dat gebeurt op verschillende domeinen (zoals hieronder vermeld in je cursus/notities),
zodat zichtbaar wordt of een gezin op meerdere vlakken kwetsbaar staat en dus een
verhoogd risico op kansarmoede heeft.
• Kansarmoede als cumulatief concept waarbij gezinnen ongelijkheid en uitsluiting ervaren op
zes domeinen:
o Gezinsinkomen
o Arbeidssituatie van de ouders
o Opleiding van de ouders
o Huisvesting
o Stimulatieniveau van het kind
o Gezondheid
• Het is een momentopname, maar als we die statistieke vandaag bekijken zie we dat 12.17% van
de kinderen opgroeit in kansarmoede (Opgroeien, 2024)
• Geeft weer op hoeveel procent van de criteria gezinnen onder die procenten scoren
• 46% ervaart op 3 domeinen risico’s
• 46% die ervaren op 4, 5 of 6 domeinen moeilijkheden
• Domeinen waarop het meeste moeilijkheden zijn is op vlak van inkomen, instabiele
arbeidssituatie en laag opleidingsniveau → hierop ervaren de gezinnen het meeste uitsluiting
Pagina 3 van 161
, HET ARMOEDE WEB
Zegt iets over de multidimensionele aard van armoede:
10 levensdomeinen 8 gevoelens
Pola: verhaal over de binnen-en buitenkant
9 DIMENSIES O.B.V. PARTICIPATORY RESEARCH (BRAY ET AL., 2020)
INHOUD MODEL:
Armoede bestaat uit meerdere, onderling verbonden
dimensies bestaat. In het midden staan 3
kerndimensies (de “core experience”), daaromheen
nog 6 andere dimensies. Alles beïnvloedt elkaar:
armoede is dus niet één probleem, maar een geheel
van samenhangende ervaringen.
Kerndimensies (in het midden)
• Suffering in body, mind & heart (lijden in
lichaam, hoofd en hart) = Armoede tast
fysieke gezondheid, mentale gezondheid en
emoties aan (stress, schaamte, angst,
verdriet).
o Voorbeeld: slecht wonen + ongezonde voeding → lichamelijke klachten; tegelijk piekeren
over rekeningen → stress en slapeloosheid.
• Struggle & resistance (strijd en weerstand) = Mensen in armoede moeten voortdurend
overleven (struggle) en zoeken soms ook positieve manieren om terug te vechten (resistance),
alleen of samen.
o Voorbeeld: “rekken en trekken” met geld, lenen/terugbetalen, dingen hergebruiken; of
met buren samen oplossingen zoeken.
• Disempowerment (machteloosheid/gebrek aan controle) = Armoede voelt als weinig controle
over je leven: anderen (instanties, werkgevers, schuldeisers) bepalen vaak mee wat kan en mag.
Dat kan leiden tot onzekerheid, angst en verlies van waardigheid.
o Voorbeeld: je durft niet meer naar een dienst te gaan omdat je bang bent voor sancties
of vernedering.
Pagina 4 van 161
ARMOEDE:
• Verschillende definities en maten
• Naar een relationeel armoede perspectief
1.EEN HERINNERING AAN ARMOEDE
1.1 WAT IS ARMOEDE?
Armoede: verschillende definities en maten (e.g., Fernandez, 2015)
• Absolute monetaire definities en armoedematen
o Inkomens- of armoedegrens = maten die heel lang gebruikt zijn en wat we kennen als
de armoedegrens of de armoededrempel
o Elk land bepaalt, in functie van zijn eigen economie, een inkomensniveau dat nodig is
om in de basislevensbehoeften te kunnen voorzien.
o Voorbeeld: 1500 in België en 3000 voor een gezin met 2 kinderen; als je daaronder zit, val
je onder die armoedegrens.
o De uitgaven van een gezin kunnen sterk verschillen, bv. door een beugel, een bril, ziek
worden, …
o 1 beperking: vergelijken tussen landen is moeilijk, omdat landen verschillende drempels
hanteren.
• Relatieve monetaire definities en armoedematen (Townsend, 1979)
“if they [individuals, families, groups] lack the resources to obtain types of diet, participate in the
activities and have the living conditions and amenities which are customary, or at least widely
encouraged or approved in the societies in which they belong” (Townsend 1979 , pp. 31)
o Het gaat om de minimale middelen die je nodig hebt om te kunnen deelnemen aan de
samenleving.
o Deze definities zijn veranderlijk: wat je nodig hebt om mee te kunnen in de samenleving
hangt af van de tijd en van hoe de samenleving evolueert.
▪ Bv. een gsm hebben was vroeger veel minder noodzakelijk dan vandaag. Zonder
internet of een gsm is het bijna onmogelijk om volwaardig deel te nemen aan de
samenleving.
▪ De context verandert, en die context bepaalt mee of je in armoede of deprivatie
leeft.
ARMOEDE IN BELGIË IN 2024
Pagina 1 van 161
, • De grootste enquête is EU-SILC. Die levert cijfers op over mensen die een (hoog) armoederisico
ervaren. Die geeft een index van 108.000: dat zijn de mensen die het allergrootste risico ervaren.
• Dit totaal gaat over de mensen die in België in 2024 het risico lopen om in armoede te leven.
• Wat wordt er gemeten?
o (1) Lage werkintensiteit: gezinnen met een lage werkintensiteit; huishoudens waarin
leden die eigenlijk zouden kunnen werken, minder dan 20% van de tijd gewerkt hebben.
o (2) Sociale en materiële deprivatie: een groep die niet beschikt over de middelen die
noodzakelijk zijn om volwaardig en gezond te kunnen deelnemen aan de samenleving.
o (3) Absolute grens: mensen die onder een vastgelegde armoedegrens/armoededrempel
vallen (dus: onder het inkomensniveau dat nodig is om in basisbehoeften te voorzien).
• Als we deze drie samen nemen, kunnen we bepalen wie een risico loopt om in armoede te leven.
• 18,3% loopt het risico om in armoede te leven.
o Dit cijfer is de voorbije jaren licht gedaald door ingrijpen van de regering en
steuninitiatieven die zijn uitgerold sinds COVID.
o Daarnaast is er ook sprake van een daling tot 10% van de Belgen die onder de
armoedegrens leeft: die maatregelen hebben er dus effectief voor gezorgd dat sommige
mensen boven die armoedegrens uitkomen.
• Realiteit: België is een complex land met grote regionale verschillen; het ligt bv. veel hoger in
Wallonië en nog hoger in Brussel.
o 37% van de kinderen in Brussel groeit op in armoede.
RISICOFACTOREN ARMOEDE (BRONNEN: OPGROEIEN, STABEL)
• Eenoudergezinnen
o Financieel minder inkomsten en een aantal uitgaven worden niet goedkoper als je dit
alleen moet doen
• Grote gezinnen (> 3 kinderen)
• Personen (ouders) met een laag opleidingsniveau
o Geen tot weinig toegang tot de arbeidsmarkt
• Werkloze personen (ouders)
• Personen (ouders) met een migratieachtergrond (vooral indien niet-EU herkomstland)
o Verschil tussen verschillende soorten migratieachtergrond bij mensen die uit een niet
EU-land zijn gemigreerd.
o Intersectioneel denken: maken dat je in de samenleving een uitsluiting ervaart, bv.
samengaan van een migratieachtergrond, werkloos zijn,… vergoten de kans
ARMOEDE: VERSCHILLENDE DEFINITIES EN MATEN (E.G., FERNANDEZ, 2015)
• Absolute definities en maten om armoede te meten
o Armoede wordt bepaald via een vaste (monetaire) drempel: je inkomen is onvoldoende
om basisbehoeften (zoals voedsel en onderdak) te voorzien.
• Relatieve definities en maten
o Wat je nodig hebt om te kunnen deelnemen aan de samenleving: je leeft in armoede als
je niet genoeg middelen hebt om te leven zoals (minstens) gebruikelijk of verwacht wordt
in de samenleving waarin je leeft.
• Multidimensionale definities en maten
o Mensen ervaren op meerdere levensdomeinen moeilijkheden die samenhangen met
armoede (dus niet enkel inkomen).
o Armoede als een gebrek aan financiële, sociale, culturele en politieke resources die
noodzakelijk zijn voor welbevinden en ontwikkeling.
Pagina 2 van 161
, o Samengestelde maten (composite measures), bv. UNICEF, Save the Children, Kind &
Gezin: die combineren verschillende dimensies/indicatoren om armoede of
(kinder)welzijn in kaart te brengen.
▪ Focus ligt dan niet alleen op geld, maar ook op sociale, culturele en politieke
resources (en hun effect op kansen en deelname).
KANSARMOEDE (KIND EN GEZIN, 2013)
• Kansarmoede-index (e.g., De Cock, 2019)
o Voor alle kinderen die geboren worden en opgevolgd worden door Kind & Gezin (K&G)
wordt in de eerste maanden na de geboorte de gezinssituatie in kaart gebracht.
o Dat gebeurt op verschillende domeinen (zoals hieronder vermeld in je cursus/notities),
zodat zichtbaar wordt of een gezin op meerdere vlakken kwetsbaar staat en dus een
verhoogd risico op kansarmoede heeft.
• Kansarmoede als cumulatief concept waarbij gezinnen ongelijkheid en uitsluiting ervaren op
zes domeinen:
o Gezinsinkomen
o Arbeidssituatie van de ouders
o Opleiding van de ouders
o Huisvesting
o Stimulatieniveau van het kind
o Gezondheid
• Het is een momentopname, maar als we die statistieke vandaag bekijken zie we dat 12.17% van
de kinderen opgroeit in kansarmoede (Opgroeien, 2024)
• Geeft weer op hoeveel procent van de criteria gezinnen onder die procenten scoren
• 46% ervaart op 3 domeinen risico’s
• 46% die ervaren op 4, 5 of 6 domeinen moeilijkheden
• Domeinen waarop het meeste moeilijkheden zijn is op vlak van inkomen, instabiele
arbeidssituatie en laag opleidingsniveau → hierop ervaren de gezinnen het meeste uitsluiting
Pagina 3 van 161
, HET ARMOEDE WEB
Zegt iets over de multidimensionele aard van armoede:
10 levensdomeinen 8 gevoelens
Pola: verhaal over de binnen-en buitenkant
9 DIMENSIES O.B.V. PARTICIPATORY RESEARCH (BRAY ET AL., 2020)
INHOUD MODEL:
Armoede bestaat uit meerdere, onderling verbonden
dimensies bestaat. In het midden staan 3
kerndimensies (de “core experience”), daaromheen
nog 6 andere dimensies. Alles beïnvloedt elkaar:
armoede is dus niet één probleem, maar een geheel
van samenhangende ervaringen.
Kerndimensies (in het midden)
• Suffering in body, mind & heart (lijden in
lichaam, hoofd en hart) = Armoede tast
fysieke gezondheid, mentale gezondheid en
emoties aan (stress, schaamte, angst,
verdriet).
o Voorbeeld: slecht wonen + ongezonde voeding → lichamelijke klachten; tegelijk piekeren
over rekeningen → stress en slapeloosheid.
• Struggle & resistance (strijd en weerstand) = Mensen in armoede moeten voortdurend
overleven (struggle) en zoeken soms ook positieve manieren om terug te vechten (resistance),
alleen of samen.
o Voorbeeld: “rekken en trekken” met geld, lenen/terugbetalen, dingen hergebruiken; of
met buren samen oplossingen zoeken.
• Disempowerment (machteloosheid/gebrek aan controle) = Armoede voelt als weinig controle
over je leven: anderen (instanties, werkgevers, schuldeisers) bepalen vaak mee wat kan en mag.
Dat kan leiden tot onzekerheid, angst en verlies van waardigheid.
o Voorbeeld: je durft niet meer naar een dienst te gaan omdat je bang bent voor sancties
of vernedering.
Pagina 4 van 161