HC 1: INHOUDELIJKE INLEIDING
1.1 WELKOM IN WONDERLAND
ALICE IN DE WONDERE WERELD VAN COS
Inleiden in de wereld
Focus op autonomie en ontdekking
Perspectivistische lenigheid: interactie met diverse personages om ander
perspectief in te nemen kritisch leren denken, vragen stellen.
Alice vraagt zich voortdurend af wie ze is in relatie tot de wereld: het
opgroeien en veranderen is complex, zaait verwarring en brengt soms
angst of onzekerheid met zich mee.
1.2 DE KRACHT VAN VERHALEN
VERHALEN EN CULTUUR IN COS
Verhalen als ankerpunten die zin-geven en richting bieden
Vb. Geloof in vooruitgang door wetenschap en technologie
Vb. Marxisme als verklaring van klassenstrijd
Verhalen die de wereld veranderen en openen
Verhalen die scheppen, verwonderen en doen denken en luisteren
Complex proces waarbij verschillende spelers en krachten betrokken zijn
Lyotard: grand récit verhalen die de wereld verklaren en richting geven (vanaf
modernisme en Verlichting wetenschappelijk of ideologisch gekleurd)
Postmoderne (en postnarratieve) samenleving (1950-60):
Wegvallen van grote, stichtende, verbindende en gemeenschapsvormende
verhalen
Mensen zijn altijd in essentie verhalende wezens geweest: we hebben die
narratieven nodig om de wereld rondom ons te kunnen begrijpen
verbrokkeling, individualisering mensen zijn sceptischer geworden over
universele waarheden
Waarheid als contextueel en taalgebonden: relatief ipv. absoluut
Afkeer van totaliteit totaliteit onderdrukt verschillen en dwingt
alles in één kader waardoor afwijkende stemmen verloren gaan of
worden genegeerd
Invloed kapitalisme (verhalen als consumptie)
Verhalen verschillen van informatie
Chaos in de wereld zorgt voor toevlucht tot verhalen
Blik naar buiten i.p.v. naar binnen
Verbreden en betekenis geven
Fountain – M. Duchamp: meest controversiële en invloedrijkste kunstwerk van de 20 ste
eeuw
Alledaags object (readymade), in dit geval een urinoir, dat tot kunst werd
verheven door de keuze van de kunstenaar.
1
, Duchamp als sleutelfiguur in de overgang van moderne naar postmoderne kunst
omdat hij het traditionele idee van kunst ondermijnde en de deur opende voor
conceptuele kunst en nieuwe vormen van kritiek en interpretatie.
Byung-Chul Han: crisis van het narratieven
Een verhaal dat de wereld verandert, dat de wereld opent, wordt niet willekeurig
door een
individuele persoon in de wereld gebracht. Het dankt zijn ontstaan veeleer aan
een complex proces, waarbij verschillende krachten en spelers betrokken zijn. Het
is uiteindelijk de uitdrukking van een stemming van de tijd.
1.3 TAAL DOET ERTOE
Taal als betekenis, idee en bepaalt hoe we denken.
Ludwig Wittgenstein (19e eeuw):
Taal is geen spiegel van de werkelijkheid maar wel een menselijke praktijk die
betkenis krijgt door gebruik, context en interactie.
Taal is geen vaststaand systeem maar een levend geheel van praktijken.
Introductie concept van taalspelen:
Taalspel: iets dat we moeten leren en bevat de kern van opvoeding.
Proces van initiatie en gevolg van het feit dat anderen ons uitnodigen en
welkom heten om tot het taalspel toe te treden.
If a lion could speak, we could not understand him.
Woorden hebben uit zichzelf en los van een vertrouwdheid met een
(gedeeld) taalspel, geen enkele betekenis.
John Austin (1911-1960):
Taal als beschrijving van de werkelijkheid is te beperkt.
Taal als overtuiging, benoeming, verbod, verklaring,…
Taal als kracht die ingrijpt op de werkelijkheid: taalhandeling.
1.4 DENKEN ZONDER LEUNING
KRITISCH DENKEN
Relationeel: tot de wereld, tot de ander inzichten moeten veruitwendigd en
getoetst worden.
Hannah Arendt:
Denken moet steeds in de publieke ruimte gebeuren
Mee- als tegendenkers nodig voor de veelheid aan perspectieven.
Geen denken zonder pluraliteit.
Denken is een verantwoordelijkheid die elk mens op te nemen heeft.
Denken als proces van betekenis zoeken en morele noodzaak.
Inzichten moeten veruitwendigd en afgetoetst worden
Denken in afstemming met de wereld
Meedenkers en tegenstemmen zijn belangrijke reispartners
In een context
Stopt nooit
2
,Rodin:
De denken moet een ruimte mee creëren en een afwachtende houding aannemen
zodat dat wat te denken geeft, zich kan aandienen.
Sculptuur
Byung-Chul Han:
Opwaarderen van inactiviteit
Verzet tegen prestatiemaatschappij door inactiviteit te beschouwen als autonome
kracht die nodig is om tot diep denken, creativiteit en vrijheid te kunnen komen.
Nijenhuis, Houweling en Wolbert:
Theorie als alledaags: een belangrijk aspect van het alledaagse van (wijsgerige)
pedagogische theorie is dat je op het moment dat je een nieuw inzicht krijgt, kunt
spreken van een ervaring van theorie: een moment waarop een eerst levenloze
tekst tot leven komt doordat je op dat moment de ervaring hebt iets op een
andere manier te zien.
Theorie krijgt pas betekenis in praktijk en omgekeerd.
Philippe Meirieu:
Pedagogiek als open systeem
Systeel in zichzelf, waarin een ultieme waarheid te vinden zou zijn.
Samenhang tussen verschillende domeinen: axiologie, prexologie en wetenschap.
1. Axiologie:
De bedoelingen die eerder filosofisch dan wel theoretisch begrepen moeten
worden.
Vb. Type mens dat men wil vormen, SL die men wil scheppen, …
2. Wetenschap:
Focus op kennis.
3. Praxeologie:
Hoe moeten we handelen?
Centrale gedachte; theorie en praktijk vormen een geheel en kunnen onmogelijk
los van elkaar gedacht of begrepen worden.
1.5 CONTEXTUALISERING
CONTEXTUALISERING
Het plaatsen van ‘iets’, een idee, situatie, handeling, uitspraak, tekst of gebeurtenis,
binnen een specifieke context of tegen een achtergrond om het beter te begrijpen.
De context kleurt mee betekenis:
Historisch perspectief
Maatschappelijke context
Etnisch en normatief kader
3
, Micro, meso, macro
Eigen referentiekader
CONTEXTUALISERING: MAATSCHAPPIJ
Neoliberaal gedachtegoed
Individualistisch
Kapitalistisch: produceren versus consumeren
Complex en risicovol
Divers en ‘pluralistisch’
Digitalisering
TOREN VAN BABEL
"But if thought corrupts language, language can also corrupt
thought.“ (Orwell, 1984)
1.6 COMPLEXITEIT
COMPLEXITEIT: INSPIRATIE
Edgar Morin – complexiteitsdenken !!!
“We kunnen niet alles weten, maar we hebben kennis nodig die zijn grenzen kent en
werkt met de onzekerheid van de realiteit, die tegenstrijdig is aan determinismen.”
Sleutel tot complex denken is de interrelatie
Belang van multidisciplinaire en integretatieve aanpak
Kennis is enkel relevant in een context
Holistische benadering en antirereductionistisch
Systemen zijn dynamisch dus kennis moet adaptief zijn
Leren omgaan met onzekerheid i.p.v. streven naar zekerheid
Complex denken is recursief: voedt zichzelf en creëert zichzelf voortdurend
opnieuw
Voortdurende heen en weer beweging tussen elementen die elkaar wedezijds
beïnvloeden
Referentiekaders:
Belangrijk bij de inschatting van complexiteit
HOOFDSTUK 1: PEDAGOGISCH (KIJKEN EN) HANDELEN
HC 2: COMPLEXITEIT IN GEDRAG
Uit ‘De Groene Amsterdammer’:
In de documentaire KIX rol je met de Hongaarse filmmaker Dávid Mikulán door de straten van
Boedapest, een stad die eruitziet alsof ze zich heeft neergelegd bij haar eigen verval. De sjofele
figuren die Mikulán filmt, lijken stuk voor stuk ontwricht. Ze strompelen met beblaarde blote voeten
over roltrappen die hen omhoog dragen naar een uitzichtloze toekomst; dertigers die eruitzien als
zestigers, met gezichten waarin de levenspijn zich als graffiti in de plooien heeft vastgezet. Figuren
waarvan je onmiddellijk weet: jij bent vroegtijdig aanbeland bij je laatste station. Met jou komt het
never nooit meer goed. Vunzige volwassen, bierdrinkende zwervers in de openbare ruimte, die kent
iedereen wel, maar straatkinderen zijn een zeldzamer beeld. Dávid en zijn co-regisseur Bálint
4