VOEDING
Deel 1: basisbehoeften
1. Afstemmen voeder op dier
‘ideaal voeder’: bestaat niet!!
uitgebalanceerd voeder verschilt van dier tot dier
Op basis van:
• Diersoort
• leeftijd dier
• gezondheidstoestand
- fysiologische veranderingen (dracht, lactatie, groei…)
- pathologische aandoeningen (nierproblemen, diabetes…)
• levensomstandigheden (activiteit, klimaat)
BESLUIT: ieder dier is uniek
2. Hond VS kat
Verschillen in:
• fysiologie
• eetgedrag
• voederbehoefte
=> specifieke, verschillende voeders per diersoort is vereist!
Kat Hond
• eenvoudig metabolisme • grote variatie in lichaamsgewicht
• omzetting methionine taurine • tijdspanne tot volwassen = afhankelijk
• omzetting beta-caroteen Vitamine A van ras
• omzetting linoleenzuur arachidonzuur • hond: bepaalde voedingsstoffen
• metabolisme Vit D uit zonlicht gevonden in
• minder KHD-metaboliserende enzymen dierlijke ingrediënten omzetten vanuit
dan plant-
omnivoren aardige bronnen
• continue ureumcyclus = hoger • rol van domesticatie op KHD-vertering:
eiwitbehoefte gedomesticeerde hond kan beter
omgaan met
Kat = obligate carnivoor (strikt) KHD dan kat
heeft voedingsstoffen nodig die enkel in
dierlijke Hond = semi-carnivoor (niet strikt)
producten terug te vinden zijn (taurine,
Vit B12…)
3. Basisbehoeften
3.1Water
Opname: AD LIBITUM VERS, PROPER WATER!!!
hond en kat bepaald zelf hoeveel hij nodig heeft
MAAR: teveel (polydipsie) wijst op probleem
belang van fysiologische opname te kennen
3.1.1 Dysbalans
Water = levensnoodzakelijk
,Verlies >10% vocht = dodelijk indien geen behandeling!
Hierbij: verlies van helft van lichaamseiwit
Belangrijk: vochtniveau op peil houden
Voorbeeld: jong ziek dier altijd hydratatiestatus nagaan!!
• verlies paar % = dorstgevoel
• overmatige opname: water balans is verstoord => oedemen in lichaam
Let op: bij katten moet gevraagd worden naar veranderd drankopnamepatroon
Uitzonderingen:
• extreme weersomstandigheden: verhoogde opname is normaal
• groei
• lactatie
• dracht
in deze gevallen: wateropname x2 is normaal
3.1.2 hoe wateropname nagaan?
• waterbak vullen met fles (vb 1L)
• geleidelijk bakje vullen
• meten opgenomen hoeveelheid na 24u (hoeveel water zit nog in de fles aftrekken door
oorspronkelijke
inhoud)
Dit doen voor 3 dagen + gemiddelde nemen van 3 metingen
= gemiddelde wateropname per dag
Waarom???
• polydipsie: kan wijzen op onderliggend probleem
- jonge pup: veel drinken is vaak spelgedrag (moet verminderen na 10 maanden)
• pathologisch: diabetes, nierziekte, pyometra?
=> opletten bij senior
3.1.3 wijze van verstrekken van water
drinkbakjes: aandacht voor
• contactallergie: irritatie / jeuk aan kin (metaal / plastiek)
• smaak: plastiek kan smaak afgeven
• bereikbaarheid
- grote hondenrassen: verhogen
- katten: drinken liever op hoogte
• volume: groot genoeg, voldoende diep (katten: breed genoeg voor snorharen)
voorbeelden:
• kerstboom: honden drinken uit plantenbak
• fontein: katten hebben voorkeur voor bewegend water
• stadswater/ flessenwater/ buitenwater: smaak speelt grote rol
,sommige dieren hebben voorkeur voor water van buiten
bij bepaalde ziektes moet flessenwater toegediend worden (bv bij nood aan zoutarm
voederen)
3.1.4 stimuleren wateropname
wanneer?
• kat: drinkt algemeen minder (afhankelijk van voederopname: natvoer / korrels)
• bij risico op dehydratatie (diarree, braken, veelvuldig plassen)
• nierproblemen
• hittegolf
hoe?
• vers water aanbieden
• op meerdere plaatsen aanbieden
• aanbieden op basis van voorkeur van dier
• blik tonijn vocht bijmengen (goed voor smaak, let op voor zoutgehalte)
• kattenmelk bijmengen
• fontein installeren
• ijsblokken toevoegen (bij hittegolf)
• natte voeding toedienen (vergroot vochtopname)
3.2Eiwitten
3.2.1 Behoefte per diersoort
3.2.1.1 hond
Onderhoud: 1,25g / kg LG / dag
Commercieel: vaak 20-27% eiwitten in ds
11% volstaat!
3.2.1.2 kat
onderhoud: 2g eiwit / kg LG / dag
minimaal 30% van dieet!!!
3.3essentiële aminozuren
• arginine
• histidine
• isoleucine
• leucine
• lysine
• methionine
• fenlylalanine
• threomine
• thryptofan
• valine
Bij katten: + taurine
3.3.1 Noodzaak afhankelijk van diersoort
3.3.1.1 taurine
Taurine (kat):
• min. 400-600 mg/kg LG
, • droogvoer: 25mg / 100 kcal
• natvoer: 50 mg/100 kcal
Taurine: gevormd uit methionine en cystine in lever
katten kunnen deze omzetting niet maken dus is dit voor hen een essentieel aminozuur
Functies:
• rol in contractie van hartspiercellen
• belangrijk voor gezondheid van netvlies
• rol bij reproductie
• antioxidant
Bron:
• synthese uit methionine kat kan dit niet dus moet uit voeding komen
In natuur: uit (hart)spier en lever van prooidieren
Tekort:
• loslating retina = blindheid
• vruchtbaarheidsstoornissen (cattery)
• DCM (gedilateerde cardiomyopathie)
3.3.1.2 vetten
HOND:
• in wild: 30-50%
• gedomesticeerd: 5-10%
commercieel voeder: 7-12%
Gevoelig aan ontsteking pancreas bij verhoogde vettoevoer
KAT:
• onderhoud: 20-30%
Katten: kunnen beter omgaan met vet: tot 64% vettoevoeging zonder afwijking in faeces!!
3.3.1.3 Omega-3 en omega 6- vetzuren
Omega-3 Omega-6
• alfa-linoleenzuur (E- hond & kat) • linolzuur (E- hond & kat)
• eicosapentaeenzuur • arachidonzuur (NE – hond / E – kat)
• docasahexaeenzuur • gamma linoleenzuur (NE)
• EPA (eicosapentaeenzuur) & DHA (docasahexaeenzuur): nog niet tot essentiële VZ
gerekend omzetting is
mogelijk uit linoleenzuur
3.3.1.4 Arachidonzuur
KAT
Arachidonzuur: gevormd uit linolzuur
katten kunnen deze omzetting niet maken: tekort aan enzym! = essentieel VZ
Functies:
• stofwisselingsprocessen
• heel belangrijk voor immuunsysteem
• regulatie ontstekingsprocessen
Bron:
• natuur: uit vet van prooidieren
• bijna uitsluitend in dierlijke vetten (kat = strikte omnivoor)