H1: Inleiding
De mens is een sociaal dier
We zijn verzot op nadenken over onszelf en anderen en over hoe te reageren in sociale situaties.
Anderen observeren, analyseren = fulltime activiteit
→ Media: we willen alles weten over mensen omdat we sociale dieren zijn => de pers weet dit
Sociale psychologie: definitie en verwante disciplines
Definitie van sociale psychologie
= wetenschappelijke studie nr de wijze waarop gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen van mensen beïnvloed
worden door de aanwezigheid van anderen en hoe wij zelf een invloed uitoefenen op hoe andere personen denken, voelen
en zich gedragen
• Vooroordelen = negatieve gevoelens tegenover andere personen gebaseerd op hun lidmaatschap van bepaalde
sociale groepen
→ ‘Aanwezigheid van anderen’ = sociale aard vh individu
Kracht van de situatie
Wij laten ons op continue wijze beïnvloeden door onze sociale omgeving.
→ Presidenten debat met Ronald Reagan: experiment
1e experiment:
• condities: gemanipuleerde condities om echt te zien hoe het komt
Wrm is Reagen zo positief beoordeeld?
Publieksreactie is hier de determinerende conditie
Publieksreacties hebben zo’n effect dat ze ze moeten neutraliseren
2e experiment: Bennington college (Newcomb) → onderzoek over meisjes die naar dit college gingen dat ze steeds verder
weg groeiden van hun ouders en verlinksen
1
, Sociale psychologie en verwante disciplines
Sociologie = groepsfactoren, maatschappelijk belang (vb: SES, Stellen jongens meer pestgedrag dan
nationaliteit, etnische afkomst, …) meisjes?
→ Multilevel analyse = bepaalt effecten van Welke maatschappelijke groepen zijn het
verschillende hiërarchische niveaus van een meest agressief?
variabele
Persoonlijkheidspsychologie = cross-situationele stabiliteit tussen individuen Wat zijn de kenmerken van personen die
pesten?
= consistentie van kenmerken van mensen die dus
iemands persoonlijkheid maakt
Sociale psychologie = effect van condities Welke situaties faciliteren en reduceren
pestgedrag?
Klinische psychologie = Effect van therapie Welke therapie helpt om pestgerag te
reduceren?
Arbeids- en = Op werk- en organisatieniveau Welke maatregelen kunnen organisaties
organisatiepsychologie treffen tegen pestgedrag?
Cognitieve psychologie Automatische gedachten, mentale processen Worden stimuli mbt lijden geassocieerd
met woorden gerelateerd aan pesten?
Realiteit is complexer: je hebt effecten van persoonlijkheid, condities en groep
Sociale psychologie en mensenkennis
Sommige mensenkennis is juist maar soms ook helemaal fout
Geschiedenis vd sociale psychologie
Beginjaren (1880 – 1935)
Gustave Le Bo (1895): Psychologie des Foules → bestudeerde massageweld in late 19e eeuw
→ Enkele eerste onderzoeken die echter geen coherent programma vormen (vb Max Ringelmann (1880) → vergelijking
groepsprestaties met individuele prestaties => in groep minder presteren dan alleen)
→ Eerste handboeken
- Mc Dougall (1908)
- Edward Ross (1908)
- Floyd Allport (1924)
Jaren van bevestiging (1936 – 1960)
→ Betekenis WO2 & Jodenvervolging voor ontwikkeling sociale psychologie in USA (Hitler had grote invloed)
Kurt Lewin (1935): 3 grondbeginselen sociale psychologie
1. Ons gedrag wordt bepaald door hoe we de wereld waarnemen + interpreteren
2. Gedrag is functie vd interactie tssn persoon & omgeving (interne en externe gedragsdeterminanten)
3. sp-theorieën kunnen worden toegepast worden vr oplossing van praktische sociale problemen
2
,Belangrijke bijdragen (1950) (p.16)
AUTEUR BIJDRAGE
T. Adorno et al. The authoritarian personality
G. Allport The nature of prejudice
S. Asch Conformiteit en persoonperceptie
L. Festinger Sociale vergelijkingstheorie & cognitieve dissonantietheorie
F. Heider Balanstheorie en attributietheorie
C. Hovland et al. Attitudes en persuasieve communicatie
H. Kelley Attributietheorie
Groei en debat (1960 – 1975)
Vertrouwen en uitbreiding → sp wordt op steeds meer domeinen toegepast en bestudeert (vb agressie, stress, …)
Crisis
→ Ethische kritiek op experiment (Kelman)
→ Methodologische artefacten (Orne, Rosenthal)
→ Cultureel en filosofisch relativisme (Gergen)
Methodologisch en inhoudelijk pluralisme (1975 – heden)
• Pluralisme
→ Methodologisch: multimethodisch (labo experimenten bleven belangrijk maar er werden andere methoden
gehanteerd)
→ Inhoudelijk: “hete” vs “koele” perspectieven
➢ Hete = emotie & motivatie
➢ Koele = cognitie
Poging om deze benaderingen te integreren (vb dissonantietheorie combineert aspecten vn motivatie & cognitie)
→ Internationale en culturele perspectieven: opkomst sp in Europa & Azië + internationaal en multicultureel
onderzoek
Sociale psychologie in de 21e eeuw
Hersenonderzoek
→ Nieuwe beeldvormingstechnieken
→ Sociale neurowetenschap
Internet
→ Evolutie in mnr waarop info wordt verworven en hoe we communiceren
→ Onze digitale voetafdruk wordt steeds groter, dus steeds meer gegevens beschikbaar
3
, Sociaal – culturele perspectieven
→ Crosscultureel onderzoek: verschillen tussen culturen
→ Multicultureel onderzoek: verschillen binnen 1 cultuur
Open wetenschap
→ Registratie en replicatie
H4: Sociale perceptie
= algemene term vr de processen die de basis vormen van hoe we tot oordelen over andere komen.
Ruwe materiaal van de 1e indruk (milisecondewerk)
De waarnemer
Sociale perceptie: niet zoals fototoestel
→ Ied ziet zijn/haar eigen realiteit (unieke percepties)
→ Eerdere ervaringen hebben grote impact op hoe men info selecteert en verwerkt => ‘schema’ (hf. Sociale cognitie)
Onze geheugenstructuur is een soort van opslagplaats die onze aandacht richt
Uiterlijk
→ Pythagoras: keek zijn potentiële studenten in de ogen => van uiterlijkheden innerlijkheden afleiden
→ Middeleeuwen: J.B. da Porta → vgl met dieren => als iem op een schaap lijkt, dan is hij een schaap
We doen dit al lang
Automatische perceptie van ‘primaire kenmerken’ zoals geslacht, huidskleur, leeftijd (sociale categorieën)
→ Ook andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, haarkleur, bril etc.
→ Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen (vb: ‘wat mooi is, is goed’)
Gelaat is wellicht de belangrijkste informatiebron (morfologie vh gelaat)
- “Gelaat zegt veel over innerlijk” → bekend bij kunstenaars: Hiëronymus Bosch – Kruisdraging
- Verkiezingen: kinderspel? → geïntegreerde competentie (de rechter is competenter)
Gelaatskenmerken
Babyfaces
- Grote ronde ogen, ronde kin, bolle wangen, hoge wenkbrauwen, hoog voorhoofd, gladden huis
- Hartelijk, vriendelijk, naïef, zwak, eerlijk, onderdanig
Impact op sociale oordelen: gerechtszaken, verzorgende beroepen
4