1. Bouwstenen en revoluties..........................................................................................................................2
1.1. bouwstenen............................................................................................................................................2
1.2. Revoluties..............................................................................................................................................4
2. Natiestaten en rijken................................................................................................................................17
2.1. Inleiding...............................................................................................................................................17
2.2. natiestaten...........................................................................................................................................20
2.3. rijken....................................................................................................................................................33
2.4. besluit relatie natiestaat en rijken.......................................................................................................44
3. ongelijkheden............................................................................................................................................47
3.1. Sociale ongelijkheid............................................................................................................................47
3.2. Positie van vrouwen in de 19e eeuw...................................................................................................54
3.3. Verdeel en heerststrategieën...............................................................................................................56
3.4. Epidemisch oriëntalisme Koloniale context.......................................................................................58
3.5. Conclusie: ongelijkheid.......................................................................................................................61
4. kennis.........................................................................................................................................................61
4.1. Inleiding...............................................................................................................................................61
4.2. Lokale kennis en koloniale kennisuitwisseling....................................................................................64
4.3. Wetenschap..........................................................................................................................................66
4.4. Publieke kennis....................................................................................................................................72
5. oorlogen.....................................................................................................................................................74
5.1. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918).................................................................................................74
5.2. De Russische Revolutie (1917)............................................................................................................79
5.3. Fascisme en nazisme...........................................................................................................................83
5.4. De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)...............................................................................................86
6. Naoorlogse samenleving..........................................................................................................................90
6.1. Politieke spanningen...........................................................................................................................90
6.2. Emancipatie.........................................................................................................................................96
6.3. Examens.............................................................................................................................................100
Termen en namenlijsten............................................................................................................................104
termen.......................................................................................................................................................104
Namen.......................................................................................................................................................109
1
,1. BOUWSTENEN EN REVOLUTIES
1.1. BOUWSTENEN
1.1.1. KAARTEN
- Kaarten van begin en einde periode hedendaagse periode
- Kolonisalisma
- Spanje + portugal
- Politieke ontwikkelingen
- Imperialisme
- Verenigde staten zijn gevormd
- Ottomaanse rijk
- Chinese rijk onzichtbaar
- Russisch rijk dat veranderd
-1776-1829
- Veel dichter bij huidige grensverdeling
- Toch kleine veranderingen
- Soviet union bestaat nog maar
huidig is het uit elkaar gevallen
- West en oost duistland
- Yugoslavie nog 1 groot land
- Congo tegenwoordig andere
naam
- In afrika nu al veel meer
landverdeling tegenover vorige
-1989 kaart
- Belgie mandaat gebied
- Congo en palestina en andere
meer
- Na tweede wereldoorlog andere
verhouding en verdeling landen en veel
landen onafhankelijkheidsoorlogen
vechten
1.1.2. GLOBAAL PERSPECTIEF
- Globale eenvormigheid
De globale eenvormigheid komt door
Complexe samenlevingen
Manieren van denken
Hybride culturele praktijken
Periode van stoomboot, telegraaf
snellere verbindingen zorgen voor meer contact tussen gebieden
wat ook leidt tot uitbraken van epidemiën
Communicatie en industrialisering en instrumenten vooruitgang verspreiden
ideeën en technieken wereldwijd
Publicatiecultuur veel sneller informatie en ideeën circuleren sneller
Commercialiseerd economie en productie worden meer gericht op markt en handel
Eenvormigheid = niet homogeniteit er zijn gelijkenissen, maar geen volledige
gelijkheid
o Complexe samenlevingen
Gespecialiseerde beroepstakken mensen doen specifieke jobs i.p.v. alles zelf
Gespecialiseerde bureaucratieën bestuur wordt verdeeld in verschillende diensten
2
, Ambtenaren aangenomennodig om administratie en bestuur te organiseren
Vragenlijsten voor de politiek van de burgers uitoverheid verzamelt info om beter
te besturen
Uitgebouwde administratie die verschillende instrumenten gebruikenmeer
systemen en methodes om samenleving te regelen
Ziekenhuizen opgebouwd georganiseerde zorginstellingen als deel van complexe
samenleving
Veel meer gegeven meer data en informatie beschikbaar en verwerkt
o Manieren van denken
Ideeën liberalisme en gelijkheid nadruk op rechten en gelijke behandeling
Mensen gelijkaardige manier bestuur politiek meer uniforme politieke ideeën
america
Amerikaanse en Fransen dachten niet zelf samen over vrijheid verschillende
interpretaties van hetzelfde concept
Vrijheid was negatief tegenover overheid
vrijheid = zo weinig mogelijk inmenging (VS)
Burgervrijheid → Amerika focus op individuele rechten
frankrijk
Egalité et fraternité et liberté veel meer kernideeën van moderne politiek
Liberalisme ideologie rond vrijheid en rechten
Franse Revolutie belangrijk moment voor nieuwe ideeën
Vrijheid meer positief bekeken
vrijheid = mogelijkheid om te handelen
Staat zorgt voor voorwaarden dat burger vrij kan handelen overheid speelt
actieve rol (Frankrijk)
Andere vrijheidsconcepten niet één vaste betekenis van vrijheid
Context is altijd belangrijk betekenis hangt af van tijd en plaats
Japan
Imperialistische staat en oorlogen beïnvloeden hoe ideeën worden
toegepast
Bouwen militaristisch systeem die zich inspireren op Japan vrijheid
eigen interpretatie van vrijheid gekoppeld aan macht en leger
o Hybride culturele praktijken
Sherwani is kleding
Naaitechnieken globaal overgenomen maar lengte is Indiase samenleving
combinatie van globale techniek en lokale stijl
Smelte / hybride van tradities en technieken vermenging van verschillende
culturele invloeden
- Geen homogeniteit
o Geen homogeniteit ondanks gelijkenissen blijven verschillen bestaan
- Eurocentrisch
o Onbewust of bewust europese ontwikkeling benadrukken en een periferie als europees
centrum benadrukken
o Periode eind 18de eeuw
o Intresse van europa en zelfbewustzijn
o Voorkomen uit 19 en 20ste eeuw in nadenken vanuit europa naar de rest van de wereld
- Macro en micro niveau op ontwikkelingen van de wereld
o Macro
Systemen van slavenhandel
o Micro
Locaal begint maar uitgroeit tot industriele revolutie
- Geen nevenschikking
o complexe dynamieken van dominantie en ongelijkheid
o Doen alsof alles naast elkaar valt maar geen onderligende hierarchien en verhoudingen
3
, o Machtverhoudingen voor handelsysteem
Bijvoorbeeld britse dominantie in handel
1.1.3. OORZAKELIJKE VERBANDEN
- Economie als de kracht van verandering?
o Eric Hobsbawm, The Age of Capital (1975) – ‘dubbele revolutie’
Historici in Groot-Brittannië
o Ontwikkeling in de wereld waar economie belangrijk was voor ontwikkeling
o Dubbele revolutie
Franse revolutie versterkt enkel economische dynamiek die elkaar versterken
These afgebroken door andere historici
o Maar
Chronologie van de revoluties
Franse revolutie later gestart maar later invloed
Industriële revolutie eerder gestart maar een langduriger proces dan de
Franse revolutie
Chronologisch niet verwant aan elkaar
Vormen van kapitalisme voor de industriële revolutie
Decennia gestart met industriële revolutie
- Beter een kracht van verandering
o Verband zien als een kracht van verandering langs andere veranderingen maar niet
samenwerkende maar als aparte processen door aparte periodiseringen
o Transformatie van handel, verstedelijking, slavenhandel, etc.
o Grondstoffen en eindproduct
o Geboorte van consument op individueel niveau
Op mensen die leefden in deze eeuw
Nieuwe verlangens en stijlen
Wegens globalisering die zorgen dat mensen met nieuwe dingen in contact komen
1.1.4. MODERNITEIT
- Het tijdperk van moderniteit?
o Perceptie
Tijdperk van moderniteit
Mensen zagen zichzelf als modern en waren zich bewust van veranderingen
Men keek naar het verleden als iets ouderwets
In China (18de eeuw) was er eerder een herstel van oudere tradities
Wetenschappers beschouwden hun tijd als modern → vooral mannelijke denkers en
uitgevers
Franse filosofen gaven een seculiere (niet-religieuze) invulling aan het idee van
moderniteit
Ook gemarginaliseerde groepen ervaarden deze periode als modern
o Snelheid en schaal van veranderingen
Nieuwe uitvindingen zorgden voor vooruitgang
Communicatie zorgde voor versnelling en grotere schaal van veranderingen
De trein maakte sneller transport mogelijk
Wetenschappelijke technologie ontwikkelde zich sterk
o Waar?
Moderniteit uitte zich sterk in verstedelijking
Meer nadruk op politieke rechten van het individu
Opkomst van het kerngezin
Gezin bestond uit vader, moeder en kinderen (patriarchale structuur)
Mogelijkheid om te verhuizen naar steden en nieuwe omgevingen
Opkomst van sterke, gecentraliseerde natiestaten
1.2. REVOLUTIES
1.2.1. INDUSTRIËLE REVOLUTIE
- Technologische ontwikkelingen (1750)
4