2. Waarom lezen als een geschiedkundige?............................................................................................................... 2
2.1. actief lezen...............................................................................................................................................3
2.2. gegevens meten ordenen en weergeven syllabus....................................................................................4
3. praktijk................................................................................................................................................................. 10
3.0 inleiding in praktijk.................................................................................................................................10
3.1 Historische vragen (extra).......................................................................................................................12
3.2 Historische bronnen................................................................................................................................13
3.3 Historische kritiek...................................................................................................................................19
3.4 Historische synthese................................................................................................................................24
4 Methode............................................................................................................................................................... 26
4.3 kwalitatief vs kwanitatief........................................................................................................................29
4.4 Kwantitatieve methode interpretatie.......................................................................................................30
4.5 Kwalitatieve methoden interpretatie.......................................................................................................32
4.6 kwalitatief................................................................................................................................................35
4.7 Kwantitief................................................................................................................................................47
4.8 Contextuele analyse................................................................................................................................58
5 Discipline.............................................................................................................................................................. 59
5.2 Historiografie..........................................................................................................................................59
5.3 Historiografische tradities en hun methoden..........................................................................................62
conclusie.................................................................................................................................................................. 65
Wat hebben we gezien?.................................................................................................................................65
Waarom is dit belangrijk?.............................................................................................................................66
Evaluatie........................................................................................................................................................66
1
,1. INLEIDING
- Structuur historisch onderzoek
- Historisch onderzoek is opgebouwd als een gestructureerd stappenplan omdat het verleden
niet rechtstreeks observeerbaar is. Historici kunnen gebeurtenissen niet opnieuw meemaken of
experimenten herhalen, zoals in de natuurwetenschappen. Ze zijn afhankelijk van onvolledige,
subjectieve en vaak tegenstrijdige bronnen.
- Daarom is historisch onderzoek zo georganiseerd:
o om betrouwbaarheid te garanderen
o om kritisch met bronnen om te gaan
o om controleerbare en onderbouwde conclusies te formuleren
- Elke stap heeft dus een functie om ervoor te zorgen dat het onderzoek betrouwbaar is en
correct
- Dit proces wordt nog opgedeelt
o praktijk (wat?) Opbouw van historisch onderzoek (handelingen historici)
Vragen
Richting geven aan onderzoek
Probleemgericht en afgebakend
Vermijden van vage of beschrijvende geschiedenis
Bronnen
Enige toegang tot het verleden
o Verschillende types (tekst, beeld, object, mondeling)
Basis voor bewijsvoering
Kritiek
Noodzakelijk omdat bronnen niet neutraal zijn
Controle op betrouwbaarheid en betekenis
Voorkomt misinterpretatie
Synthese
Samenbrengen van informatie
Interpreteren en verbanden leggen
Formuleren van een these (antwoord op de vraag)
o Methode (hoe?) aanpak/werkwijze van onderzoek
Schaal juiste niveau kiezen (micro/macro)
Context gebeurtenissen begrijpen in hun omgeving
Interdisciplinariteit gebruik van andere wetenschappen
o Discipline (waarom?) De discipline helpt historici nadenken over hoe
geschiedenis wordt geïnterpreteerd en wat het belang ervan is.
Historiografie verschillende visies op geschiedenis
Kennis debat over objectiviteit
Maatschappij belang van geschiedenis vandaag
- Waarom een vaste structuur?
o Verleden is niet rechtstreeks toegankelijk
o Bronnen zijn onvolledig en gekleurd
o Meerdere interpretaties mogelijk
o Daarom: nood aan methode en kritiek
- De lessen zijn geherstructureerd op basis van deze structuur, maar niet elk onderdeel even
diepgaand.
2. WAAROM LEZEN ALS EEN GESCHIEDKUNDIGE?
2
,2.1. ACTIEF LEZEN
2.1.1. WAAROM OP EEN ANDERE MANIER LEZEN?
- Omdat geschiedenis in essentie gebaseerd is op geschreven bronnen
- Omdat je geschiedenis niet begrijpt door enkel feiten te kennen, maar door:
o interpretaties te begrijpen/ redeneringen te volgen
- Omdat historici niet alleen beschrijven wat er gebeurd is, maar ook:
o verklaren waarom iets gebeurd is
o betekenis geven aan gebeurtenissen
- Omdat je moet leren:
o kritisch omgaan met informatie
o verschillende visies vergelijken
- Omdat geschiedenis voortdurend verandert:
o niet de feiten zelf maar wel de manier waarop ze geïnterpreteerd worden
2.1.2. INFORMATIE UIT SECUNDAIRE LITERATUUR
- Wat haal je uit secundaire literatuur?
o Feiten
Basisinformatie over het verleden
vb. data, gebeurtenissen, personen
vormen het vertrekpunt van historisch onderzoek
o Benadering
De invalshoek van de auteur
vb. economisch, sociaal, cultureel, politiek
bepaalt welke aspecten benadrukt worden
o Interpretatie
De betekenis die de auteur geeft aan de feiten
hoe hij/zij het verleden begrijpt
kan verschillen per historicus
o Analyse
Het ontleden van gebeurtenissen
verbanden leggen tussen oorzaken en gevolgen
proberen verklaringen te geven
o Argumenten
De bewijzen die gebruikt worden om de interpretatie te ondersteunen
gebaseerd op bronnen en logische redenering
- Wat is het verschil tussen deze elementen?
o Feiten
objectief en controleerbaar
veranderen normaal niet
o Benadering
bepaalt hoe naar de feiten gekeken wordt
stuurt de richting van het onderzoek
o Interpretatie
subjectiever
kan verschillen tussen historici
o Analyse
gaat een stap verder dan interpretatie
legt verbanden en verklaart
o Argumenten
ondersteunen interpretatie en analyse
zonder argumenten is een interpretatie zwak
- Belangrijk inzicht:
o Feiten = basis
o De rest = verwerking van die feiten
2.1.3. GESCHIEDENIS LEZEN ALS DYNAMISCH PROCES
- “The one duty we owe to history is to rewrite it” (Oscar Wilde)
o Betekent dat:
geschiedenis nooit “af” is
elke generatie nieuwe vragen stelt aan het verleden
o Gevolg:
dezelfde feiten andere interpretaties mogelijk
o Dus:
geschiedenis evolueert voortdurend
vraagstelling
3
, - Geschiedschrijving is probleemgericht
o Historici vertrekken vanuit vragen of problemen
o Die vragen bepalen:
welke bronnen gebruikt worden
welke interpretatie ontstaat
o Voorbeeld:
economische vraag focus op handel en geld
sociale vraag focus op bevolking en levensomstandigheden
- Waarom is het belangrijk om vragen te detecteren?
o Omdat je anders de tekst niet volledig begrijpt
o De vraag van de auteur bepaalt de richting van het hele werk
o Door de vraag te herkennen begrijp je beter waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn
interpretatie
- Geschiedenis = studie van interpretaties
o Niet alleen: wat er gebeurd is
o Maar ook: hoe mensen dat verleden begrijpen en uitleggen
o Dus: je bestudeert zowel feiten als meningen/visies
o Niet alle interpretaties zijn evenwaardig
Sommige interpretaties zijn beter omdat ze:
beter onderbouwd zijn
sterkere bronnen gebruiken
logisch opgebouwd zijn
Daarom moet je:
kritisch evalueren
niet alles zomaar aannemen
- Belang van bronnen en methode
o Interpretaties moeten steunen op:
betrouwbare bronnen
correcte onderzoeksmethode
o Zonder dat:
is een interpretatie niet geloofwaardig
- Waarom moet je voorbij de feiten kijken?
o Omdat feiten alleen: geen volledig inzicht geven
o Het belangrijkste is: wat de auteur met die feiten doet
o Dus: focus op betekenis en uitleg
hoe geschiedkundige anders lezen
- Niet gewoon lezen, maar:
o nadenken tijdens het lezen
o vragen stellen
- Dit zorgt ervoor dat:
o je sneller begrijpt
o je minder moet herlezen
- Doel van lezen als historicus
o De interpretatie en conclusie van de auteur begrijpen
o Niet enkel onthouden wat er gebeurd is
- Essentieel onderscheid
o Onderwerp / thema / feiten
waarover de tekst gaat
o These / interpretatie / analyse
wat de auteur wil bewijzen
hoe hij/zij dat uitlegt
o Je moet dus:
de these herkennen
nagaan waarop die gebaseerd is
beoordelen of die overtuigend is
2.2. GEGEVENS METEN ORDENEN EN WEERGEVEN SYLLABUS
Inleiding
4