Prof. Dr. G. Van Hoorick – Academiejaar 2020-21 – 1e zittijd (…/.../2021)
Achternaam, voornaam en studiejaar:……………………………………………………..
Richtlijnen (lees ze !):
Begin met je achternaam, voornaam en studiejaar (en volgnummer in de rechterhoek bovenaan) te schrijven
op de oneven bladzijden.
Een niet-geannoteerd wetboek mag worden gebruikt. Bemerk je nu pas dat je niet-toegestaan materiaal (bv.
je hebt op je wetboek geschreven of je hebt rechtspraak of rechtsleer) bij hebt, dien dit dan snel vóór
aanvang in bij één van de toezichthouders.
Het examen is op te lossen binnen 3 uur. Er is geen pauze. Er zijn 6 open vragen (verdeeld over vier
bladzijden), samen goed voor 15/20 punten. Schrijf alleen in de daartoe voorziene ruimte. Deze open vragen
worden gevolgd door 5 meerkeuzevragen (verdeeld over vier bladzijden), samen goed voor 5/20 punten.
Per meerkeuzevraag is slechts één oplossing juist (A, B, C of D). Omcirkel deze juiste oplossing
(onduidelijke antwoorden worden als foutief aangezien). Er is bij de meerkeuzevragen geen motivering
vereist en er is geen giscorrectie, maar wel standard-setting, dus je hebt er belang bij alle vragen op te
lossen. Spiek niet want dat is fraude en de vragen kunnen in een andere volgorde staan bij je gebuur. Veel
succes !
OPEN VRAGEN (15 pt)
1) Leidt een onteigeningsbesluit steeds tot een onteigening ? (1 pt)
Neen, een onteigeningsbesluit is een eerste stap en enkel indien onteigenaar en eigenaar niet
tot een minnelijke verkoop komen (minnelijke verkoop is ongeveer 95 % van de gevallen),
kan de gerechtelijke fase worden opgestart door de onteigenaar. De onteigening wordt dan al
dan niet toegestaan door de rechter.
2) Bespreek de diverse (alle) plannen in de ruimtelijke ordening die we in Vlaanderen
kennen (vergelijk ze qua inhoud, aard, juridische waarde). Schrijf in volzinnen. Probeer
goed te synthetiseren in je antwoord, maar toch alle essentiële informatie te geven. (4 pt)
1
, 3) In een beroep tot nietigverklaring van een bepaald besluit van de Vlaamse Regering
houdende de definitieve vaststelling van een bepaald gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan,
voeren de verzoekende partijen een schending aan van het standstillbeginsel vervat in artikel
1.2.1, § 2 van het decreet van 05.04.1995 houdende algemene bepalingen inzake
milieubeleid, dat bepaalt: “Op basis van een afweging van de verschillende maatschappelijke
activiteiten streeft het milieubeleid naar een hoog beschermingsniveau. Het berust onder
meer op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van het preventief handelen, het beginsel dat
milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, het
standstillbeginsel en het beginsel dat de vervuiler betaalt.” In de bestreden beslissing wordt
25 ha agrarisch gebied en bosgebied (op het gewestplan) omgevormd naar industriegebied.
De verzoekende partijen stellen dat de bestreden beslissing het standstillbeginsel vervat in
dat artikel schendt omdat de bestreden beslissing “een versoepeling inhoudt van de milieu-
en ruimtelijke ordeningsregels die van toepassing zijn op het omgevormde gebied door 25 ha
agrarisch gebied en bosgebied om te vormen naar industriegebied”. Zij stellen dat “het
standstillbeginsel expliciet stelt dat het niveau van milieubescherming zoals geldend op het
ogenblik van de invoering van het decreet van 05.04.1995 houdende algemene beginselen
van milieubeleid een minimumniveau is, zodat er niet langer wijzigingen van de geldende
regels kunnen plaatsvinden die dit beschermingsniveau verder verlagen”. Verzoekers menen
ook dat “een toepassing van het standstillbeginsel ofwel inhoudt dat een omvorming van
gebieden waarbij de milieu- en ruimtelijke ordeningsregels versoepeld worden, niet langer
mogelijk is, ofwel dat deze minstens gecompenseerd moeten worden door een verstrenging
van de regels elders, zodat het globale niveau van milieubescherming in het Vlaamse Gewest
niet uitgehold wordt”.
Beantwoord de vragen op de volgende bladzijde.
2