Macro economie
Lijst van bewijzen
Afleiding IS-curve (hoofdstuk 3)
Geldaanbod is veelvoud van de geldbasis (hoofdstuk 4)
Verband tussen de nominale (𝑖) en reële (𝑟) beleidsrente – afleiding reële
1+i t
rentevoet (hoofdstuk 6): (1+r t )= e
1+ π t +1
r t ≈ i t −π et +1
Verband inflatie, verwachte inflatie en natuurlijke werkloosheidsgraad –
afleiding Phillips-curve – afleiding natuurlijke werkloosheid (hoofdstuk 8)
Propagatie van schokken (hoofdstuk 8)
Okun’s Law (hoofdstuk 9)
Kapitaalaccumulatievergelijking (hoofdstuk 12)
Sense of magnitudes – veranderende s; benaderende dynamica –
halveringstijd (hoofdstuk 12)
¿
Et
Interestpariteitsconditie (hoofdstuk 18) (1+i t ) ≈ (1+i t ) ( )
Eet +1
e
¿ Et +1−E t
it ≈ it −
Et
Marshall-Lerner conditie (hoofdstuk 19)
( 1+i t ) ( 1+ ite+1 ) ... ( 1+i et +n ) e
Determinanten huidige wisselkoers: Et = Et +n +1
( 1+i ¿t ) ( 1+i¿et +1 ) ... ( 1+ i¿t +ne )
(hoofdstuk 21)
B t B t−1 Bt −1 Gt −T t
Interestsneeuwbal: − =( r −g ) + (hoofdstuk 23)
Y t Y t−1 Y t −1 Yt
1
,Vb. vragen examen
Oefeningen handboek: Phillipscurve uitschrijven (benadrukt om te doen).
Stel voor democraten hebben inflatiedoelstelling van π d en republikeinen
van π r . Stel dat er 50/50 kans is per groep om verkiezingen te winnen.
Wat als democraat wint, want als republikein wint? (hoofdstuk 22)
o Door inflatieverwachting ofwel expansie of retractie
Economie op middellange termijn
Toepassing van bewijzen; halveringstijd bv. halveringstijd van … (als je
enkele parameters krijgt)
2
,Les 1: inleiding, overzicht van de globale economie, basisbegrippen
Het gedrag van de hele economie is niet gewoon de som van de individuele
gedragingen.
We noemen dit emergentie:
• Interacties tussen mensen en bedrijven zorgen voor complex gedrag
• Wat logisch is voor individuen kan slecht uitpakken voor de economie als
geheel
De economie wordt op verschillende tijdshorizonnen door verschillende factoren
bepaald:
Op korte termijn veronderstellen we dat prijzen constant zijn (geen inflatie,
complexiteit negeren) BBP w bepaalt door finale vraag van economie
(overheidsingrijpen, consumptie, investeringen)
• Vraag stijgt productie stijgt
Op middellange termijn, uitbreiding, kijken naar aanbod gerelateerde factoren
(arbeidsmarkt). Lonen en prijzen worden flexibeler. De productie keert naar het
niveau dat bepaald w door aanbodfactoren zoals kapitaal, arbeid en technologie.
• Aanbod bepaalt het evenwichtsniveau
Op lange termijn gaan we terug naar vereenvoudiging, alle vraag en aanbod
aspecten verdwijnen naar achtergrond en finale determinant van economische
groei bepalen = technologische vooruitgang. Op deze lange termijn wordt de
groei van de economie, de groei van de productie bepaald door technologische
vooruitgang.
• Economische groei hangt af van innovatie & nieuwe technologieën
1 Hoofdstuk 1: A tour of the World
Business cycle (conjunctuurcyclus)
Deze figuur toont een gestileerde
conjunctuurcyclus (business cycle) de
verticale as geeft het outputniveau
weer, gemeten als het reële bbp (GDP).
De horizontale as stelt de tijd voor (t₀,
t₁, t₂, t₃)
Een conjunctuurcyclus/business cycle is
een periode tussen twee
opeenvolgende pieken of twee
opeenvolgende dalen.
De overheid probeert de
schommelingen in de economie te
stabiliseren, probeert hoge pieken en
diepe dalen af te vlakken.
3
, 1.1 Huidige situatie
Hoelang hebben recessies geduurd in maanden?
- Rode blokjes: recessies vóór WOII
- Blauwe blokjes: recessies ná WOII
Wat valt op? Recessies vóór WOII waren
gemiddeld langer en dieper. Na WOII duurde
recessies minder lang.
Conclusie: de volatiliteit van de economie is gedempt. De schommelingen zijn
minder hevig dan vroeger.
Waarom duren recessies vandaag de dag gemiddeld minder lang?
Er zijn verschillende verklaringen;
Uitbouw sociale zekerheid na WOII
- na WOII is het sociale zekerheidsstelsel sterk uitgebreid, denk aan
werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, ziekte verzekeringen
o dit werkt als automatische stabilisator: mensen blijven consumeren
tijdens een recessie, vraag stort minder hard in (want inkomens
dalen minder sterk) → recessies worden minder diep
o vroeger was er bijna geen vangnet → inkomens vielen volledig weg
→ consumptie viel stil → versterkt crisis
1.2 De COVID-crisis 2020
De COVID- pandemie was een sanitaire crisis, een crisis op het vlak van
volksgezondheid, met een grote impact op de bevolking en het functioneren van
de samenleving.
Wat deze crisis bijzonder maakt, is dat ze niet ontstond door economische
onevenwichten, maar door een exogene schok: een pandemie.
- Economie in lockdown
o Heeft enorm drastische effecten
o Aanbodzijde: mensen werden zieken, vallen uit maar ook
verplichting dat bedrijven moesten sluiten → minder productie →
aanbod ging naar beneden (negatieve aanbodschok)
o Vraagzijde: als mensen niet meer konden consumeren, hadden
minder loon doordat ze niet meer konden gaan werken (door
vermindering inkomen en het feit dat winkels werden gesloten)
- Hier meer vraag gedreven schok
Waarom werd dit ook een economische crisis? Omdat de maatregelen invloed
hebben op de economie:
4
Lijst van bewijzen
Afleiding IS-curve (hoofdstuk 3)
Geldaanbod is veelvoud van de geldbasis (hoofdstuk 4)
Verband tussen de nominale (𝑖) en reële (𝑟) beleidsrente – afleiding reële
1+i t
rentevoet (hoofdstuk 6): (1+r t )= e
1+ π t +1
r t ≈ i t −π et +1
Verband inflatie, verwachte inflatie en natuurlijke werkloosheidsgraad –
afleiding Phillips-curve – afleiding natuurlijke werkloosheid (hoofdstuk 8)
Propagatie van schokken (hoofdstuk 8)
Okun’s Law (hoofdstuk 9)
Kapitaalaccumulatievergelijking (hoofdstuk 12)
Sense of magnitudes – veranderende s; benaderende dynamica –
halveringstijd (hoofdstuk 12)
¿
Et
Interestpariteitsconditie (hoofdstuk 18) (1+i t ) ≈ (1+i t ) ( )
Eet +1
e
¿ Et +1−E t
it ≈ it −
Et
Marshall-Lerner conditie (hoofdstuk 19)
( 1+i t ) ( 1+ ite+1 ) ... ( 1+i et +n ) e
Determinanten huidige wisselkoers: Et = Et +n +1
( 1+i ¿t ) ( 1+i¿et +1 ) ... ( 1+ i¿t +ne )
(hoofdstuk 21)
B t B t−1 Bt −1 Gt −T t
Interestsneeuwbal: − =( r −g ) + (hoofdstuk 23)
Y t Y t−1 Y t −1 Yt
1
,Vb. vragen examen
Oefeningen handboek: Phillipscurve uitschrijven (benadrukt om te doen).
Stel voor democraten hebben inflatiedoelstelling van π d en republikeinen
van π r . Stel dat er 50/50 kans is per groep om verkiezingen te winnen.
Wat als democraat wint, want als republikein wint? (hoofdstuk 22)
o Door inflatieverwachting ofwel expansie of retractie
Economie op middellange termijn
Toepassing van bewijzen; halveringstijd bv. halveringstijd van … (als je
enkele parameters krijgt)
2
,Les 1: inleiding, overzicht van de globale economie, basisbegrippen
Het gedrag van de hele economie is niet gewoon de som van de individuele
gedragingen.
We noemen dit emergentie:
• Interacties tussen mensen en bedrijven zorgen voor complex gedrag
• Wat logisch is voor individuen kan slecht uitpakken voor de economie als
geheel
De economie wordt op verschillende tijdshorizonnen door verschillende factoren
bepaald:
Op korte termijn veronderstellen we dat prijzen constant zijn (geen inflatie,
complexiteit negeren) BBP w bepaalt door finale vraag van economie
(overheidsingrijpen, consumptie, investeringen)
• Vraag stijgt productie stijgt
Op middellange termijn, uitbreiding, kijken naar aanbod gerelateerde factoren
(arbeidsmarkt). Lonen en prijzen worden flexibeler. De productie keert naar het
niveau dat bepaald w door aanbodfactoren zoals kapitaal, arbeid en technologie.
• Aanbod bepaalt het evenwichtsniveau
Op lange termijn gaan we terug naar vereenvoudiging, alle vraag en aanbod
aspecten verdwijnen naar achtergrond en finale determinant van economische
groei bepalen = technologische vooruitgang. Op deze lange termijn wordt de
groei van de economie, de groei van de productie bepaald door technologische
vooruitgang.
• Economische groei hangt af van innovatie & nieuwe technologieën
1 Hoofdstuk 1: A tour of the World
Business cycle (conjunctuurcyclus)
Deze figuur toont een gestileerde
conjunctuurcyclus (business cycle) de
verticale as geeft het outputniveau
weer, gemeten als het reële bbp (GDP).
De horizontale as stelt de tijd voor (t₀,
t₁, t₂, t₃)
Een conjunctuurcyclus/business cycle is
een periode tussen twee
opeenvolgende pieken of twee
opeenvolgende dalen.
De overheid probeert de
schommelingen in de economie te
stabiliseren, probeert hoge pieken en
diepe dalen af te vlakken.
3
, 1.1 Huidige situatie
Hoelang hebben recessies geduurd in maanden?
- Rode blokjes: recessies vóór WOII
- Blauwe blokjes: recessies ná WOII
Wat valt op? Recessies vóór WOII waren
gemiddeld langer en dieper. Na WOII duurde
recessies minder lang.
Conclusie: de volatiliteit van de economie is gedempt. De schommelingen zijn
minder hevig dan vroeger.
Waarom duren recessies vandaag de dag gemiddeld minder lang?
Er zijn verschillende verklaringen;
Uitbouw sociale zekerheid na WOII
- na WOII is het sociale zekerheidsstelsel sterk uitgebreid, denk aan
werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, ziekte verzekeringen
o dit werkt als automatische stabilisator: mensen blijven consumeren
tijdens een recessie, vraag stort minder hard in (want inkomens
dalen minder sterk) → recessies worden minder diep
o vroeger was er bijna geen vangnet → inkomens vielen volledig weg
→ consumptie viel stil → versterkt crisis
1.2 De COVID-crisis 2020
De COVID- pandemie was een sanitaire crisis, een crisis op het vlak van
volksgezondheid, met een grote impact op de bevolking en het functioneren van
de samenleving.
Wat deze crisis bijzonder maakt, is dat ze niet ontstond door economische
onevenwichten, maar door een exogene schok: een pandemie.
- Economie in lockdown
o Heeft enorm drastische effecten
o Aanbodzijde: mensen werden zieken, vallen uit maar ook
verplichting dat bedrijven moesten sluiten → minder productie →
aanbod ging naar beneden (negatieve aanbodschok)
o Vraagzijde: als mensen niet meer konden consumeren, hadden
minder loon doordat ze niet meer konden gaan werken (door
vermindering inkomen en het feit dat winkels werden gesloten)
- Hier meer vraag gedreven schok
Waarom werd dit ook een economische crisis? Omdat de maatregelen invloed
hebben op de economie:
4