B2: bouw en werking lichtmicroscoop
1. Microscoop lenzen
Delen microscoop:
1) Oculair / eye piece
2) objectieflens revolver / nosepiece
3) onderzoekstafel / stage
4) Standaard of statief / stand
Beeldvormingsysteem = alles tussen het specimen en onze retina
Beelvorming: via 3 vergrotingsprincipes
1) Objectieflens
• Objectieflens (O) vergroot en draait het beeld om
• Reeël beeld → afgebeeld in ruimte tussen lens en oculaire
•
2) Oculairlens
• Oculairlens vergroot het beeld
• Wordt virtueel afgebeeld in voorwerpsruimte
3) Oog
• Ooglens (EL) beeld het virtueel beeld reeël en omgedraait af op het retina
• Hersenen draaien beeld nog eens om (ookal is het niet nodig)
Is de reden dat een u beeld naar de omgekeerde kant beweegt als je in de oculair lijkt
1
, Alles samen:
Dit is
dus de
reden dat
we zo een
grote
vergroting
kunnen
krijgen →
2 lenzen
EN ons oog
We moeten nu kijken naar het hele plaatje: beelvorming + opbouw
Totale vergroting: Mtot = Mobj x Moc
• Mobj → staat op microscoop en
2. De objectieflens
= staat veel belangrijke informatie op
Merk = bepaalt in welke microscopen je dit objectief kan/mag gebruiken
Aanduiding immersievloeistoffen = welke mogelijkheden er zijn voor die specifieke lens
• Waarom is immersievloeistof nodig?
• → om ervoor te zorgen dat het beeld/vergroting beter is
Objectieflens = één van de duurste onderdelen van de
microscoop!
Dikte glaasje waar staal opmoet liggen = tussen 100 en 200 µm
2