INLEIDING: INFORMATIEVAARDIGHEDEN
- Overinformatie & desinformatie
o We ontvangen veel meer info dan we kunnen verwerken (information
overload).
o Informatie kan vervalst of fout zijn → fake news, satire, desinformatie.
- Definitie informatievaardigheden
o Competentie om te bepalen wanneer informatie nodig is en hoe deze te
vinden, evalueren, verwerken en ethisch te gebruiken
cursus L-Info Informatiekunde 2…
.
o Taken:
1. Info efficiënt vinden.
2. Waarde en waarachtigheid beoordelen.
3. Info verwerken en verantwoord gebruiken.
- Centrale principes
slidedeck 1a introductie Leuven…
cursus L-Info Informatiekunde 2…
1. Creatie van informatie is een proces (drie fases):
Heuristiek: zoeken en vinden (bv. welke artikels bestaan er al?).
Analyse / kritiek: kritisch lezen, evalueren, interpreteren.
Synthese: nieuwe inzichten of resultaten communiceren.
2. Geen lineair proces → veel herhaling, hit-and-miss.
3. Geen einde → steeds nieuwe vragen.
4. Onderzoek is dialoog → uitwisseling tussen perspectieven, interpretaties.
5. Autoriteit is een constructie, contextueel bepaald.
6. Informatie heeft waarde (sociaal, educatief, politiek, economisch).
- DIKW-principe
slidedeck 1b begrippen zoeken v…
cursus L-Info Informatiekunde 2…
o Data = ruwe feiten zonder context.
o Informatie = gestructureerde data die betekenis krijgen.
o Kennis = patronen en context herkennen, analyse.
o Wijsheid = kennis toepassen → beslissingen en acties.
o Voorbeeld: gegevens “Sara, 19, Lubbeek, Kanarielaan 42” worden informatie
wanneer we begrijpen dat het een adres betreft; kennis leert ons de relatie
tot gezin; wijsheid = deze info gebruiken (bv. identificatie).
DEEL I: ZOEKEN EN VINDEN VAN INFORMATIE
1. ORDENING VAN INFORMATIE
- Alles is documentair
slidedeck 1b begrippen zoeken v…
cursus L-Info Informatiekunde 2…
o Dragers: boodschappenlijstje, boek, tijdschrift, microfilm, webpagina,
geluidsopname, video …
- Boomstructuren / taxonomie / hiërarchie
o Doel = overzicht creëren.
o Semantische relatie: betekenisvol verband.
Voorbeeld: ‘document’ → tekst (boek, artikel, brief), beeld (foto,
schilderij), geluid (opname), hybride (film, documentaire).
o Syntactische relatie: ordening volgens kenmerken die geen inhoudelijk
verband hebben.
Voorbeeld: chronologisch → films uit jaren ’50, ’60, ’70.