Hoofdstuk 1 - Evolutie en gedragsgenetica
Evolutie
- Darwin grondlegger
Theorie natuurlijke selectie:
• Één van meest onderbouwde theorieën.
• Opgepast: een theorie is nooit bewezen
= sommige eigenschappen zijn beter aangepast aan de omgeving en deze verhogen je kansen om te
overleven in die omgeving en dat verhoogt dan weer de kans om die eigenschappen via u genen door te
geven, waardoor deze eigenschappen frequenter voorkomen
Definiëring perspectief en grondvoorwaarden natuurlijke selectie
Definitie – drie grondvoorwaarden:
1) Overerving: er moet spraken zijn van overerfbare eigenschappen. Er zijn eigenschappen die je
doorgeeft.
Vb. Wat overerft van je ouders. Je lijkt meer op u ouders dan op een vreemde
2) Variatie: er bestaat variabiliteit in deze eigenschappen. Als iedereen dezelfde eigenschappen
heeft, is dit niet relevant
Gebeurt onder andere via mutatie → bij elke keer dat er een individu ontstaat (een zaadcel wordt
aangemaakt) dat er in de genetische code foutjes ontstaan en in sommige gevallen leidt dit tot een nieuw
overerfbaar kenmerk (wanneer de overschrijving niet perfect gebeurt)
Voornaamste bron van mutaties= kopieerfouten
Dit gebeurt meer bij oudere mensen, dus daarom is de leeftijd van de ouder een belangrijke factor bij de
diagnose van schizofrenie = RELEVANTIE
Bv. Covid-19 mutaties
3) Selectie: sommige van deze eigenschappen hangen in een bepaalde context samen met groter
reproductief succes (= het aantal geslachtsrijpe nakomelingen)
Die eigenschappen gaan in de nakomelingen meer voorkomen, omdat de individuen die de
eigenschappen hebben meer nakomelingen hebben.
➔ Het gaat niet per se over overlevingskansen. Langer leven zorgt wel voor meer nakomelingen,
maar er zijn nog andere factoren (Bv. Soorten maken meer of minder nakomelingen, kwantiteit en
kwaliteit) → om reproductief succes te verhogen
1
,Als je deze 3 voorwaarden hebt → kan je evolutie tot stand brengen. Je hebt natuurlijke selectie om
evolutie te hebben (er zijn andere bronnen), maar het is wel een belangrijke.
DAN ZIEN WE: Genen die samenhangen met die eigenschappen zullen in frequentie toenemen in
de volgende generatie (meer dan andere varianten van diezelfde eigenschap)
Leidt tot het ontstaan van genetische verschillen in die nakomelingen tussen vorige en volgende
generaties (soorten definiëren= samen geslachtsrijpe nakomelingen maken) = evolutie
Natuurlijke selectie is een proces dat leidt tot evolutie → verhoudt zich dus tot evolutie:
Hoe het in zijn proces gaat
Voorbeeld van de nieuwe vogel en kevers:
Variabiliteit: groene en oranje kevers (schilden) → eigenschap is de kleur
en daar is variabiliteit in
→Oranje schildje is moeilijker om aan te maken. Van nature zijn er minder
Selectie: vogel komt in habitat hij eet liever groene kevers. De eigenschap
waar voorheen minder oranje waren, zullen nu meer oranje zijn.
De groene kevers gaan verdwijnen omdat oranje wordt geassocieerd met
een reproductief succes → want deze worden minder opgegeten dus
hebben ze meer kans om te paren. Oranje is de best aangepaste
eigenschap.
Selectie
= Het gaat dus niet over de ‘sterkste’ = WEL suvival of the fittest → wet van het beste eigenschap hebben
voor uw omgeving (Bv. Oranje of groen is niet per se beter als de andere)
Wet van de sterkste is NIET HETZELFDE als selectie
➔ Fit van een individu met veranderlijke omgeving is cruciaal
Bv. Peper en zout vlinder. Vlinder die wit of zwart is. Vlinder die wit is en om berkenschors zit, zal veel
minder opvallen. Dus ooit was het zo dat 99 percent van die vlinders wit was. Maar na industriële revolutie
(veel machines) zorgt voor zwarte bomen. Dus opeens ben je als witte vlinder in het nadeel. Dus dan 99
percent was zwart
• Vermogen om te overleven in een bepaalde omgeving → impact op reproductief succes –
het aantal geslachtsrijpe nakomelingen dat je voortbrengt
Aangezien omgeving veranderlijk is => de eigenschappen die vandaag adaptief zijn, morgen misschien niet
meer
Dragen bij tot fitness/reproductief succes van een individu (aspecten van survival of the fittest):
• Overleven (mortaliteitsselectie) = hoe langer je leeft, hoe meer nakomelingen
• Aantal nakomelingen (vruchtbaarheidsselectie) = in 1 cyclus, hoeveel nakomelingen kan je
maken (Bv. Mens maar 1) OF hoe vroeg word je geslachtsrijp OF hoelang blijf je rijp
• Gelegenheid tot voortplanten (seksuele selectie)
2
,Seksuele selectie
Speelt voornamelijk op het oog van het individu, genen die maken dat jij een betere kans hebt tot
voortplanting ondanks dat die genen jou eigenlijk in gevaar kunnen brengen (mortaliteitselectie).
Bv. Veren van de pauw trekt veel aandacht voor vrouwtjes maar ook voor roofdieren. Een lange staart
hebben is op basis van mortaliteitselectie niet goed (gaat rap dood)
➔ Tegenvoorbeeld van survival of the fittest, dus tegenvoorbeeld van overleven
DUS het gaat over reproductief succes, niet per se over overleven
Selectie
Tot nu toe allemaal vormen van directe fitness (persoonlijk reproductief succes, individueel)
Inclusieve fitness: directe fitness + indirecte fitness = allebei in rekening nemen
Indirecte fitness zie je in verwantenselectie: ook genen (en de daarmee samenhangende eigenschappen)
geassocieerd met het reproductief succes van (vooral nauwe) verwanten zullen meer voorkomen in
volgende generaties
Bv. Leerkracht heeft 1 broer, en ze hebben enkel persoonlijke fitness. En ze hebben elk 10 kinderen.
Brengen ze dan elk 10 individuele kinderen die genetische verwant zijn? Een ander voorbeeld. Ze zijn sterk
betrokken en hebben maar 8 kinderen, want individueel fitness neemt af. Maar er gaan wel minder kindjes
dood. Als we helpen zijn er meer nakomelingen = indirecte fitness
➔ Selectie gebeurt niet op het niveau van individuen, maar van genen (die ertoe leiden dat
organismen voor elkaar gaan zorgen, kunnen een voordeel hebben)
Kosten/baten: mate van verwantheid + kost voor het eigen reproductief succes
“Ik zou met plezier het leven geven voor twee broers, twee kinderen of acht kozijnen” → te maken met
hoeveel percent je deelt met de nakomelingen
• vb. steriele honingbij (werkers). Je hebt 1 koningin en allemaal werkers. Hun
persoonlijke fitness is 0, maar de genen die ze hebben zijn productief voor koningin.
Wat ervoor zorgt dat als ze meer samenwerken, er meer nakomingen zullen zijn
Belangrijke psychologische implicaties: herkennen van verwanten (Bv. Je wist niet wie je vader of zonen
was), psychologie van het altruïsme, zorg, ...
Psychologische relevantie
Indien belangrijke psychische kenmerken ook geworteld zijn in ons lichaam heeft het lichaam/genen een
rechtstreekse erfelijke invloed op deze kenmerken (Bv. Is vriendelijkheid overerfbaar)
➔ Als je ervan uitgaat dat psychologische fenomenen in het fysiek terugkomen, dan is er een grote
kans dat bijvoorbeeld vriendelijkheid samenhangt met de genetische code
DAN is er ook selectie op psychologische eigenschappen
3
, Bv. grootte brein in belangrijke mate genetisch bepaald, op groepsniveau is de grote v/h brein correleert
met IQ, dus er is een genetische invloed
➔ Psychische eigenschappen worden bepaald door genen en dus overgeërfd.
Erfelijke invloed kan ook lopen via “banale” fysieke eigenschappen. Hoeft dus niet te gaan over complexe
neurotransmitters ofzo.
Bv. Extraversie (op groepsniveau):
Belangrijke erfelijke component van extraversie, extraversie correleert met fysieke
lichaamseigenschappen, zoals lichaamslengte en/of attractiviteit. Stel je voor dat je vroeger groot bent
geworden, za je veel de ervaring hebben gehad dat mensen naar je kijken als je binnenkomt. Net zoals bij
fysieke attractiviteit (mooi zijn), deze krijgen meer aandacht. Daardoor kunnen ze hun meer tot extravert
ontwikkelen.
➔ Extraversie is een ph – eigenschap, dat via iets banaals (groot zijn en mooi zijn) wordt bepaald
Leer van de overerfbaarheid van gedrag = gedragsgenetica (we willen weten in welke mate het gedrag
genetisch bepaald wordt)
Sterke negatieve connotaties via o.a. eugenetica → alle racistische theorie, bv slavernijen en nazi-
Duitsland. Blijven voorzichtig zijn hiermee.
Bv. Zweden: meer dan 60000 mensen zijn gesteriliseerd door een door de staat opgericht
raszuiverheidsprogramma tot in 1976, om te zorgen dat inferieure genen niet doorgegeven kunnen
worden.
Men sprak van etnische hygiëne
Bv. tieners van 15 gesteriliseerd omdat ze slechte ogen hadden of in instellingen verbleven). Ook in
Noorwegen, VS, …
Men wou bepaalde genen dus gaan uitsluiten → bijvoorbeeld geen joden meer dus we moorden hun uit of
zorgen dat ze zich niet meer kunnen voortplanten.
STAMBOOM VAN HET LEVEN: van midden naar zijkanten is tijdschaal. Elk takje dat aan de buitenkant
staat, is een soort die vandaag leeft. Dit impliceert dat de mens die redelijk laat verschijnt bij zoogdieren,
is bijvoorbeeld nauwer verband bij de vogels dan bij de vissen. Dichter bij de vissen, dan bij de planten.
➔ We hebben misschien soms een gemeenschappelijke ouder, maar die zijn soms vroeger
gestorven
Je hebt genetische verschillen, die verschillen leiden tot het splitsen van soorten. Waardoor ze geen
geslachtsrijpe nakomelingen kunnen brengen.
Dit is een theorie, zoals het heliocentrische. Het is een niet-tegengesproken manier om allerlei feiten te
bekrijgen. Als dat niet zo is, dan veranderen we de boom. Dus tot nu toe spreekt geen enkele bevinding de
boom tegen. Is belangrijker dan een feit.
4