DEEL 7: INFECTIEZIEKTEN
1. ALGEMENE BEGRIPPEN
1.1 verwekkers van infectieziekten
leefomgeving vol micro-organismen
- meerderheid onschadelijk
- sommige leven samen met de mens in symbiose of commensalisme
- minderheid pathogeen
o gastheer ziek maken/doden = virulentie
o hangt af van gastheergebonden afweermechanismen (verdediging +
immuunsysteem)
antibiotica-resistentie door overgebruik van antibiotica
infectieziekten veroorzaakt door 4 groepen micro-organismen
1) prionen
2) virussen
3) bacteriën
4) eukaryoten
1.1.1 prionen
= meest eenvoudige infectieuze agentia
enkel eiwitmolecule, zonder nucleïnezuren
oorzaak van Creutzfeld-Jacob
- degeneratieve hersenziekte
- besmetting door eten van besmet rundvlees
1.1.2 virussen
bestaan uit DNA kern of RNA kern
omgeven door eiwitkapsel
omgeven door eiwitenveloppe (niet altijd)
= eigen productie, MAAR: kunnen niet delen op zichtzelf => gastheer nodig
< 200nm
1.1.3 bacteriën
hebben RNA en DNA
hebben geen celkern
omringd door celmembraan
aanwezigheid ribosomen => volledig autonome replicatie
> dan virussen (200nm)
gramkleuring
- grampositief
- gramnegatief
vorm
- bacillen (staafvormig)
- kokken (rond)
milieu
- aëroob (zuurstof nodig om te overleven)
- anaëroob (kunnen overleven zonder zuurstof)
,Dr. Prof K. Geboes pathofysiologie 1e bach: 2e sem
1.1.4 eukaryoten
verschillende cellulaire functies (fotosynthese, mitochondria…)
3 groepen
1) protozoa (eencellig)
2) fungi (schimmels en gisten)
3) wormen
1.2 overdacht van een infectie
- endogene infectie
o normale flora van mens toegang tot steriele ruimte
o doorbraak beschermende barrière (niet noodzakelijk)
- luchttransport
o transmissie infectieuze druppels = droplet transmissie
o niezen, hoesten, spreken, uitademen…
- feco-orale verspreiding
o door besmet water of voedsel met fecaliën
o rechtstreeks contact
o contaminatie kledij
- vector
o malaria
- direct van persoon tot persoon
o via seksueel contact
o via bloedcontact
o inefficiënte handhygiëne
1.3 pathogenese van infectie
pathogene microben hebben specifiek cel/orgaan op het oog
inoculatie = vasthechten aan specifieke receptoren
- virussen gaan in de cel voor reproductie
- bacteriën blijven buiten de cel en gaan daar verder delen (=invasie)
o cel/weefselbeschadiging
cascade van immuunsysteem
- lokaal verschijnen van neutrofielen en fagocyten (macrofagen –
monocyten)
- fagocyten produceren interleukines en TNFalfa => koorts
1.3.1 koorts
lichaamstemperatuur geregeld door thermoregulatiecentrum in
hypothalamus
interleukines + TNFalfa => prostaglandinesynthese verhoogt => temperatuur
stijgt
oorzaken
- infectie
- immunologische aandoeningen (tumor, weefselnecrose…)
, Dr. Prof K. Geboes pathofysiologie 1e bach: 2e sem
kliniek
- axillaire meting
- sublinguale meting is gevoeliger
- rectale meting meest betrouwbaar
- bovengrenzen
o 37,5° rectaal
o 37,2° sublinguaal
o 37° axillair
afwezigheid sluit infectie niet uit!
neveneffecten
- stuipen
- katabole toestand => vermagering en spierzwakte
- zweten => bloeddrukverlaging
- acute verwardheid bij ouderen
behandeling
paracetamol of salicylaten
afkoeling
1.4 onderzoekingen bij infectie
- ondervraging
o bron van infectie achterhalen
- klinisch onderzoek
o algemeen lichamelijk onderzoek
o temperatuur
- bloedonderzoek
o verhoogde WBC met neutrofilie
o leukopenie bij virale infecties
- beeldvorming
- microbiologisch onderzoek
o rechtstreeks onderzoek en cultuur
o vooral bacteriën
- serologie
o specifieke antilichamen
o IgG stijging over een paar weken
o IgM antilichamen = recente infectie
o vooral virale infecties
- DNA/RNA dosage
o in bloed en andere lichaamsvochten
o PCR