Bachlor lager onderwijs ’25 – ‘26
,
,3. DE ONDERWIJSBEHOEFTEN VAN DE LEERLING STAAN CENTRAAL
3.1 PEDAGOGISCH EN DIDACTISCH HANDELEN
Pedagogisch handelen Didactisch handelen
ð De 2 modellen helpen ons te focussen op de leerling en stellen ze ons in staat de leerling
in relatie te plaatsen tot de andere componenten van beide modellen.
De lat hoog leggen bij kinderen:
è Doelgericht handelen
- In het model staan de doelen centraal omdat ze richting geven aan alle
beslissingen die bij de voorbereiding en de uitvoering van de les genomen
worden. Alle beslissingen moeten in teken staan van de te bereiken
doelstellingen
è Differentiëren
- De leerling is de persoon waar het allemaal om draait, die staat zowel in het
pedagogisch model ‘kind’ als in het didactisch model ‘beginsituatie’
centraal. We moeten recht doen aan de basisbehoeften en de beginsituatie
door de leerling mede het proces te laten sturen, door het leren te laten
verbinden, door het kritisch kijken naar het leren te stimuleren…
Goede differentiatie zorgt ervoor dat je de basisbehoeften verder versterkt:
- Verbondenheid: als leerkracht bied je een gepaste ondersteuning aan elke
leerling waardoor de verbondenheid groeit
- Competentie: je stimuleert het geloof in het eigen kunnen en je daagt hen uit
- Autonomie: je biedt de mogelijkheid aan de leerling om eigen keuzes te
maken
, 3.2 DOELGERICHT WERKEN EN DIFFERENTIATIE
3.2.1 DOELGERICHT WERKEN
= bewust nadenken hoe je je doel op een efficiënte en effectieve manier over te brengen
- 3 soorten doelen
o Psychomotorisch
o Dynamisch affectief
o Cognitief
- Zaken die in een goed doel zitten: gedragsniveau en inhoudsniveau
- Didactisch handelen
o Technische benadering
o Verschillende soorten doelen
§ Minimumdoelen
§ Leerplan
§ Lesdoel
o Besluit: het heeft ook invloed op de andere componenten
Welk effect heeft het doel op elk component?
- Didactische werkvorm
o Aanbiedende
o Gespreksvorm
o Opdrachtvorm
o Complexe werkvorm
Hoe kunnen we de doelen op de meest effectieve en efficiënte manier bereiken bij alle
leerlingen?
Ø Efficiënt = op de beste manier om het snelste te doen, zonder tijdsverlies, recht op het
doel af
Ø Effectief = je hebt je doel bereikt, daadwerkelijk
Ø Alle leerlingen = we zullen onze aanpak moeten afstemmen op de beginsituatie van de
leerlingen en rekening houden met de verschillen tussen leerlingen