DIERENARTSASSISTENTIE
LESBLOK 1: CASUÏSTIEKEN
Snuitband aanbrengen: OSCE 1
1. knip een gaas van geschikte lengte voor de hond
2. rol het op tot een koord
3. maak een grote lus in het midden van het gaas
4. schuif de lus over de neus van de hond met de knoop bovenop de neus
5. trek het strak over de neus
6. breng de uiteinden naar beneden rond de onderkaak
7. maak nog een lus en trek die strak net onder de kaak
8. breng de uiteinden langs beide kanten van het gezicht omhoog en achter de oren
9. maak een strikje aan de basis van de schedel
Oren reinigen: OSCE 2
1. Kies een nieuw, verzegeld flesje met oorreinigingsvloeistof
2. Kies watten en/of wattenstaafjes
3. Trek handschoenen aan
4. Leg de eigenaar de anatomie van de gehoorgang van een hond uit
5. Trek het oor omhoog om de opening van de gehoorgang zichtbaar te maken
6. Houd het flesje rechtop tijdens het vullen van de gehoorgang
7. Vul de gehoorgang met de reinigingsvloeistof (beschrijf je handelingen aan
eigenaar)
8. Knijp in het flesje en houd druk op de tube tot deze uit het oor is verwijderd
9. Masseer de gehoorgang via de huid, aan de onderkant en iets naar voren tov
opening van oor,
voorkom dat hond zijn kop schudt gedurende minstens 30 seconden
10. Laat de hond zijn kop schudden
11. Droog het bovenste deel van de gehoorgang en oorschelp met gaasje of watten
12. Vertel de eigenaar waarom hij nooit een wattenstaafje in de gehoorgang mag
gebruiken
13. Voordat je het andere oor schoonmaakt, veeg je de opening van het flesje
schoon met een met
alcohol bevochtigd gaasje
14. Herhaal stap 5-11 bij het andere oor
15. Veeg voor het terugplaatsen van het dopje opnieuw de opening van het flesje
schoon met een
met alcohol bevochtigd gaasje
16. Gooi gebruikte materialen en handschoenen op de juiste manier weg
Hanteren gestresseerde kat: OSCE 3
1. kies een handdoek van de goede maat
2. leg de handdoek plat op de consultatietafel
3. sta toe dat de kat spontaan uit haar bakje komt naar de werkplaats
4. als de kat niet spontaan eruit komt, kan je het bovenste van de bak afhalen C als
het nodig is
neem je een handdoek om de kat vast te houden
5. plaats de kat in borstligging, loodrecht op de lengte van de handdoek, ongeveer
een derde van
het uiteinde van de handdoek
6. fixeer de kat op de top van haar schouders met 1 hand, pak hem niet bij het
nekvel vast
1
, 7. wikkel met de andere hand het kortste uiteinde strak om het lichaam van de kat
8. blijf de schouders van de kat vasthouden en wikkel het lange uiteinde van de
handdoek strak om
het hele lichaam van de kat
9. enkel het hoofd moet uit de handdoek blijven
10. pak de kat uit en doe de handdoek in de wasmand
Klinisch onderzoek hond en kat: OSCE 4
1. Beoordeel de voortbeweging en het algemene gedrag van de hond bij het
betreden van de
consultatieruimte
2. Beoordeel de ademhaling wanneer de hond nog op de grond ligt en op zijn gemak
is
3. Controleer de ademhalingsfrequentie van de hond vanuit de juiste hoek
4. Rapporteer de ademhalingsfrequentie van de hond (tel gedurende 30 seconden
en
vermenigvuldig met 2
5. Rapporteer het ademhalingstype van de hond (costo-abdominaal, abdominaal,
costaal)
6. Rapporteer uw bevindingen over de diepte van de ademhaling (oppervlakkig,
diep, hijgend)
7. Vraag de helper of eigenaar om de hond correct op de tafel vast te zetten
8. Controleer de pols van de hond met behulp van de juiste methode
9. Rapporteer de polsfrequentie (tel gedurende 15 seconden en vermenigvuldig met
4)
10. Rapporteer of de pols sterk, regelmatig, gelijk, synchroon en symmetrisch is
11. Ausculteer het hart en de longen van de hond op de juiste plaatsen en op de
juiste manier, aan
beide zijden van de hond
12. Rapporteer uw bevindingen met betrekking tot de harttonen (hartruis?) en
longgeluiden
13. Controleer indien nodig de rectale temperatuur (want zeer stressvol, vooral bij
katten)
14. Breng glijmiddel aan op de thermometer
15. Reinig en desinfecteer de thermometer na gebruik
16. Controleer het bindvlies van beide ogen
17. Rapporteer uw bevindingen en afwijkingen van het bindvlies
18. Controleer de mond: tanden, tandvlees, slijmvliezen en CVT
19. Rapporteer uw bevindingen en afwijkingen van het mondonderzoek
20. Palpeer de perifere lymfeklieren en rapporteer uw bevindingen: symmetrie,
grootte, vorm,
consistentie, pijn en concrescentie
21. Palpeer de mandibulaire lymfeklieren
22. Palpeer de prescapulaire lymfeklieren
23. Palpeer de oksellymfeklieren (axillair)
24. Palpeer de inguinale lymfeklieren (liesplooi)
25. Palpeer de popliteale lymfeklieren
26. Rapporteer welke lymfeklieren u kunt voelen
27. Rapporteer uw bevindingen van de lymfeklieren
28. Onderzoek de huid, gehoorgang, vacht en hoornstructuren en rapporteer
afwijkingen
29. Onderzoek de melkklier bij teven en de testikelen bij reuen (indien aanwezig),
meld afwijkingen
30. Palpeer de anaalklieren en leeg ze indien nodig
2
,31. Meld uw bevindingen en afwijkingen aan de nagels
32. De veiligheid van de kandidaat, assistent en hond is altijd gegarandeerd
3
, Fixeren voor bloedafname: OSCE 5
1. Selecteer de juiste muilkorf
2. Trek niet-steriele handschoenen aan
3. Selecteer een tondeuse
4. Selecteer watje en bereid deze voor met antisepticum (70% alcohol)
5. Houd 1 droog watje apart om na de bloedafname druk uit te oefenen
6. Selecteer de juiste naald en spuit
7. Selecteer de juiste bloedafnametube (buis voor bloedmonster)
8. Label de bloedafnametube met de naam van de hond, achternaam van de
eigenaar en tijd +
datum
9. Vraag een assistent om de patiënt vast te houden om indien nodig het
aanbrengen van de
muilkorf te vergemakkelijken
10. Breng de juiste muilkorf op een veilige manier correct aan
11. Plaats de patiënt zittend of staand aan de rand van de tafel
12. Ga naast de patiënt staan en plaats 1 arm onder de kin van de patiënt, rondom
het hoofd
13. Houd het hoofd van de patiënt dicht tegen je borst
14. Plaats de andere arm over de patiënt heen en omvat de elleboog van de
voorpoot
15. Strek de voorpoot naar de dierenarts toe
16. Plaats de duim op de dorsale zijde van de voorpoot
17. Oefen lichte druk uit op de vena cephalica
18. Draai de hand iets naar buiten
19. Houd de druk aan zodat het bloedmonster kan worden afgenomen
20. Verminder de druk op het bloedvat nadat het monster is genomen (voordat de
naald uit het
bloedvat wordt gehaald)
21. Oefen druk uit op de prikplaats nadat de naald is verwijderd
22. Verwijder de naald van de spuit en de dop van de tube om het bloedmonster
over te brengen
naar de EDTA-tube
23. Vul de tube tot aan de zwarte lijn, plaats de dop terug en zwenk de inhoud
voorzichtig
24. Correct hanteren en fixeren van de patiënt tijdens de procedure
Het dier wordt in een zittende positie geplaatst
De assistent staat aan de linkerzijde van het dier
Hij plaatst de rechterarm over de rug van de patiënt en grijpt indien nodig beide
voorpoten thv de
ellebogen vast
Bij honden en rustige katten is dit doorgaans niet vereist
De linkerarm van de assistent wordt gebruikt om de nek te strekken door het hoofd
naar boven te kantelen
OPMERKING: bij honden worden de poten doorgaans niet gefixeerd (omdat minder
neiging om te
verdedigen met poten) + rustige katten reageren beter met zo weinig mogelijk
manipulatie + angstige katten kunnen de poten mee gefixeerd worden
De patiënt wordt in een laterale positie geplaatst
De assistent fixeert met de ene hand het hoofd van het dier
Met de andere hand wordt de bovenliggende achterpoot naar voren gestrekt
Er wordt afgeklemd midden tibia/fibula
4