TOPIC 7: Marktvormen
1 Theorie
1.1 Winstmaximalisatie
Een onderneming kan diverse doelen hebben:
ð Zoveel mogelijk producten verkopen
ð Zoveel mogelijk marktaandeel verwerven
ð Zoveel mogelijk vestigingen openen
ð Zoveel mogelijk winst maken
ð Zoveel mogelijk waarde creëren voor de samenleving …
Veronderstelling: winstmaximalisatie is voornaamste doel
Winst = totale opbrengsten (TO) – totale kosten (TK)
Als we meer produceren zullen zowel de opbrengsten als de kosten stijgen
ð Als de opbrengsten sterker stijgen dan de kosten, stijgt de winst
ð Als de kosten sterker stijgen dan de opbrengsten, daalt de winst
De winst zal maximaal zijn wanneer een extra éénheid productie nét evenveel kost als
ze opbrengt.
ð MO = MK
Marginale opbrengsten: afhankelijk van marktvorm
ð Perfecte concurrentie
ð Monopolie
ð Oligopolie
ð Monopolistische concurrentie
1.2 Perfecte concurrentie
Kenmerken:
ð Homogeen product
ð Veel kopers en verkopers
ð Vrije toe- en uittreding
ð Perfecte informatie
Een producent kan gezien worden als een prijsnemer wanneer de beslissingen van die
producent geen invloed hebben op de marktprijs.
1
, Micro-Economie
Winstmaximalisatie
ð De marginale opbrengst is gelijk aan de marktprijs
ð Vertel in eigen woorden wat je op deze grafieken ziet
ð Linkergrafiek:
o De kruising tussen de totale vraag (dalende lijn) en het totale aanbod
(stijgende lijn).
o Waar de lijnen elkaar kruisen, ontstaat de marktprijs (Pm). Dit is de prijs
die op dit moment geldt voor het product.
ð Rechtergrafiek:
o Een horizontale lijn op de hoogte van de marktprijs (Pm). Er staat
bij: MO=Pm.
o Een individueel bedrijf op deze markt is een prijsnemer. Het bedrijf is zo
klein ten opzichte van de totale markt dat het zelf de prijs niet kan
beïnvloeden.
§ Of het bedrijf nu 10 stuks of 10.000 stuks verkoopt, de prijs blijft
altijd gelijk aan de marktprijs (Pm).
§ De extra opbrengst voor elk uniek product dat ze extra verkopen,
de Marginale Opbrengst (MO), is precies gelijk aan die marktprijs.
Individuele aanbodcurve
ð De marginale kostencurve boven het minimale productieniveau
ð Vertel in eigen woorden wat je op deze grafieken ziet
ð Linkergrafiek (MO = MK):
o Een bedrijf maakt de meeste winst op het snijpunt waar de extra
opbrengst (MO) exact gelijk is aan de extra kosten (MK).
ð Middelste grafiek (GTK & GVK ):
o De kosten per product bepalen de kritieke grenzen: het laagste punt van
de GTK is het break-evenpunt (winst = 0) en het laagste punt van
de GVK is het sluitingspunt.
ð Rechtergrafiek (Aanbod):
o De aanbodlijn van het bedrijf is de stijgende MK-lijn, maar alleen vanaf het
sluitingspunt. Daaronder produceert het bedrijf niets.
2