Basisbehandelingen
Myofasciale therapie
Bij:
Pijn en zwelling: lymfoedeem na borstkanker
Gewrichtsmobiliteit: stijve enkel na gips
Spierfunctie: spastische spier na een herseninfarct
Vitale functies: hoge bloeddruk omwille van stress
Houding: antalgische houding owv rugklachten
1. Plaats van myofasciale technieken in behandeling:
Bewegingstherapie:
Een patient die aan het revalideren is na een hartinfarct
Een topsporter die last heeft van zijn schouder
Een bejaarde patient die bepaalde ADL activiteiten opnieuw aanleert
Een jonge vrouw die proprioceptive-training doet na een
enkeldistorsie
Gang-revalidatie na plaatsing heupprothese
Rugrevalidatieprogramma volgen
2. Definities:
Uitvoeren van manipulaties op een bloot en ontspannen lichaamsdeel met
een profylactisch of therapeutisch doel.
Toepassen van een aantal specifieke handgrepen aan de oppervlakte van
het lichaam ten einde stoornissen in normale functioneren te
voorkomen, op te heffen of te verminderen.
3. Doelstellingen en indicaties:
Therapeutische indicatie
Curatief: intentie en verwachting is dat de aandoening volledig
reversibel is
Symptomatisch: optie genezing niet aanwezig is alleen
vermindering van klachten mogelijk is, zonder de oorzaak van de
aandoening weg te nemen.
We gebruiken meestal symptomatisch
Profylactische indicatie
Behandelen van personen met een risico op het ontstaan van
klachten of reeds aanwezige (geringe) klachten
1
,Relatieve doeleinden:
= doeleinden, in functie van effect op te behandelen weefsels of op gehele
organisme en persoon
1. DEPLETIE (verwijderen van vocht uit de weefselspleten)
2. ANALGESIE (= pijn verminderend)
3. ONTSPANNING
4. TONISERING (verhogen van rusttonus)
5. HYPERAEMIE (doorbloeding)
6. MOBILISATIE
Indicaties:
Circulatiestoornissen
Pijn
Lokale spierverhardingen/ hypertonus
Hypotonus = te weinig spierkracht kunnen leveren, heel slap
(Steriele) ontstekingen Bij ontsteking: Doorbleoding verbeteren,
afvalstoffen afvoeren
Adhaesies – littekens
Functionele orgaanstoornissen (bindweefslemassage)
Door lange periode stress kan orthosempatischedisuratie ontstaan
4. Contra-indicaties:
Infecties je verspreid de bacterie mogelijks verder
Tumoren in te behandelen gebied kankercellen anders verspreiden
Algemeen onwelzijn
Koorts
Trombose klonter kan loskomen
Besmettelijke huidziekten
Cachexie = extreme magerheid
Te heftige pijn
Fracturen in behandelgebied je maakt het erger
Reflex sympathische dystrofie 1e stadium extreme vorm
orthosymatischische deregualtie
Relatief mag behandelen maar voorzichtig:
Steriele ontsteking
Tumoren buiten het behandelgebied
Verse laesies
Verhoogde bloedsneiging
Pijnlijke of kwetsbare weefsels boven te behandelen gebied
Spasme
Huidziekten
2
, 5. Aangrijpingspunten:
Keuze van verschillende myofasciale technieken
Wat is het doel?
Intensiteit en lokalisatie van handvatting, bepalen welke structuur
(vooral) wordt bereikt:
Huid
Onderhuid
Musculatuur en pezen
Ligamenten
Gewrichtskapsel
Periost
Fascia = bindweefsel dat spier, bot, organen ondersteunt
o Types:
Oppervlakkig in vetweefsel
Diep die spier omgeeft
Visceraal in spierweefsel zelf
o Aangemaakt door fibroblasten
o Bestaat uit: collageen, elastine, proteoglycanen
6. Myofasciale technieken:
Spier technieken:
Effleurage (strijkingen)
= verplaatsen van handen over de huid waarbij in heengaande
beweging druk wordt gegeven en teruggaande beweging geen druk
wordt uitgeoefend.
Doel:
o Hyperaemie
o Evacuatie afvalstoffen
o Lymfetransport stimuleren
o Spierontspanning
o Rekken fascia
o Pijn verminderen
Diepe dwarse rek
= ritmisch uitoefenen van druk op spierweefsel, waar je spierweefsel
tussen de handen houdt.
Doel:
o Spiertonus verminderen
o Hyperaemie
o Pijn verminderen
Vibraties
- Weinig wetenschappelijke evidentie
- Gemakkelijk in gebruik voor therapeut en patiënt
3
, Doel:
o Relaxatie
o Pijn verminderen
Triggerpunt behandeling
= kleine, gespannen knopen in spieren die pijn veroorzaken.
Kenmerken:
o Gevoelige knoop in de spier – Voelbaar als een kleine harde
plek of streng in de spier
o Pijn en uitstraling – Druk op een triggerpunt kan pijn
veroorzaken op de plek zelf of uitstralen naar een ander
gebied (referred pain).
o Bewegingsbeperking – Kan stijfheid en verminderde
mobiliteit veroorzaken.
o Spierzwakte – De aangetaste spier kan verzwakt aanvoelen
zonder duidelijke reden.
Huid, bindweefsel en fascia technieken:
Effleurage
Huidverschuivingen
= verplaatsen van de huid ten opzichte van de onderlaag zonder
verplaatsing van handen over huid.
Doel:
o Mobilisatie huid
o Mobilisatie fascia
o hyperaemie
Huidrol
= ter hoogte van de bovenrug, oppakken van de huid tussen duim
en wijsvinger en deze in verschillende richtingen rollen. Kan erg
gevoelig zijn! Oorzaak kan zijn: verkleving fascia, thoracale
segmentale dysfunctie, verhoogde spierspanning.
Doel:
o Fascia losmaken
o Ontspannen van onderliggende spieren
Fasciale verklevingen – Na een trauma, operatie of chronische
spanning kunnen de oppervlakkige en diepe fascia verkleven, wat bij
beweging pijn veroorzaakt.
Irritatie van de onderliggende musculatuur – Spieren zoals de
trapezius, rhomboïden en erector spinae kunnen gespannen of
verkort zijn, wat pijn kan geven.
Thoracale gewrichtsblokkades – Onderliggende dysfuncties van
de facetgewrichten kunnen verhoogde spierspanning en fasciale
rigiditeit veroorzaken.
4