1. WAT IS TRANFUNDEREN
= behandeling waarbij bloed uit een lichaam wordt gehaald en terug in een lichaam wordt gebracht → steeds op medisch
voorschrift.
2. GESCHIEDENIS
1492 - 1ste beschreven poging tot bloedtransfusie bij Paus Innocentius VIII
- Drie tienerjarige jongentjes als donor (overleden door te groot bloedverlies)
- Twijfelachtig of het bloed effectief in de bloedcirculatie van de paus is geraakt
1613 William Harvey (Britse arts)
- Nieuw inzicht op de bloedsomloop: circulatie
- Ruwe schatting van de hoeveelheid bloed die per half uur het hart passeert
- Ontdekking van de haarvaten
1667 Richard Lower
- 1ste bloedtransfusie tussen 2 honden
- Liet ontvanger bijna doodbloeden en verbond daarna de slagader van de donor met een vene van
de ontvanger, door drukverschil stroomde het bloed effectief naar de ontvanger
- Donorhond stierf, ontvangende hond overleefde
15 juni 1667 Jean Baptiste Denis (de lijfarts van Lodewijk XIV) & chirurgijn Emmeretz
- Bloed van een lam werd aan een 16-jarige jongen toegediend.
- In hetzelfde jaar: bloedtransfusie van mens op mens. Slagader van de donor wordt verbonden met
ader van ontvanger.
- Deze behandeling liep vaak mis…
- Denis moest voor de rechtbank in Parijs verschijnen
1670 Verbod op bloedtransfusies
19de eeuw - Bloedtransfusie opnieuw toegepast
- Experimenten
- Vaak dodelijke afloop
1818 Eerste succesvolle transfusie
- Door James Blundell (Britse gynaecoloog)
- 2 grondregels
o Alleen menselijk bloed
o Alleen bij levensbedreigend bloedverlies
- 1 op 3 overleefde de transfusie niet
1901 ABO-classificatie (Karl Landsteiner)
1914 Eerste indirecte bloedtransfusie (Albert Hustin)
1937 Rhesusfactor (Karl Landsteiner en Alexander Wiener)
1943 Oprichting van eerste bloedbank
3. ABO INCOMPATIBILITEIT
4 bloedgroepen: A, B, O en AB
2 antigenen (lichaamsvreemde stof): A en B
- Suiker
- Op oppervlak rode bloedcellen
2 antistoffen (immunoglobulinen)
- Eiwitten die worden geproduceerd als reactie op een antigen (= beschermingsstof)
- In bloedplasma
Bloedgroep wordt bepaald door een gen waarvan 3 verschillende allelen zijn: A, B (dominant) en O (nul, recessief) gen. De
mens is diploïd, dus bloedgroep…
- A = AA of AO - O = OO
- B = BB of BO - AB = AB
, 4. RHESUS INCOMPATIBILITEIT
Gebaseerd op de aanwezigheid van een eiwit (antigeen) op de oppervlakte van de RBC → D-antigen
- Aanwezigheid D-antigen = rhesus-positief
- Afwezigheid D-antigen = rhesus-negatief
Er zijn geen antistoffen tegen het D-antigeen. Pas bij contact met rhesus-positief bloed vormt er zich een antistof tegen.
4.1. RHESUS-INCOMPATIBILITEIT EN ZWANGERSCHAP
1ste zwangerschap
- Op einde van 1ste ZWS (ook bij miskraam): antistoffentegen rhesusfactor
(RhoGam® IM)
- 1ste ZWS en geen antistoffen = geen probleem
- Indien mama Rh- en kind Rh+ → bloed komt in contact, mama maakt
antistoffen en problemen voor volgende ZWS → Rh+ antistoffen brengen
foetus via de placenta in gevaar
Gevolgen
- Bloedarmoede bij de baby door vernietiging RBC
- Hyperbilirubinemie door afbraak RBC
- Neurologische stoornissen
Preventie - Tijdstip
o Rond 28ste week ZWS
- Prik met D-immunoglobuline o Na val / risicovolle gebeurtenis
o Onderdrukt aanmaak anti-D-antilichamen o Binnen 72u na geboorte
o Voorkomt immuunreactie
5. BLOEDGROEP
Bloedgroep bij kaukasische populatie
- O- = universele donor
- AB+ = universele ontvanger
6. OVERERVING VAN BLOEDGROEP
Principes
- A en B zijn even dominant (codominant)
- A en B zijn dominant tov O
Gameet = cel die kan samensmelten met andere cel
Genotype = verzameling eigenschappen van het individu die is geërfd van de ouders = genetische aanleg.
Fenotype = het totaal van alle waarneembare eigenschappen (kenmerken) van een organisme.
Chromosoom bevat DNA
- Gen = onderdeel van chromosoom (vb gen voor haarkleur)
- Allel = genen in verschillende varianten (vb allel voor zwart haar)