Inhoud
Hoofdstuk 1: Om te beginnen................................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Pavlovs hond en Thorndikes kat........................................................................................5
Hoofdstuk 3: De wortel en de stok.........................................................................................................8
Hoofdstuk 4: Herinneringen.................................................................................................................11
Hoofdstuk 5: Is daar iemand?...............................................................................................................14
Hoofdstuk 6: Wat doen anderen?........................................................................................................16
Hoofdstuk 7: Waarom doet die dat?....................................................................................................19
Hoofdstuk 8: Beslissen..........................................................................................................................22
Hoofdstuk 9: Kiezen en oordelen.........................................................................................................24
Hoofdstuk 10: oneerlijkheid.................................................................................................................27
Hoofdstuk 11: Fraude en vooroordelen...............................................................................................31
1
, Hoofdstuk 1: Om te beginnen
Wat is psychologie?
“de wetenschappelijke studie van de mentale processen en gedrag”
“de empirische studie van het gedrag en van mentale processen”
Empirisch = op ervaring gegrond, door waarnemen van de werkelijkheid
Psychoanalyse de leer van Freud
Freud zijn methode was enkel kijken naar klinische gevalstudies (die dus niet representatief zijn) en
daaruit regelmatigheden afleiden.
Behaviorisme gedragswetenschap, het achterhalen van verbanden tussen stimulus en reactie
(studie van mentale processen werd als onwetenschappelijk beschouwd)
Cognitieve psychologie de studie van de manier waarop wij informatie verwerken
3 belangrijke kenmerken voor wetenschappelijk onderzoek:
1. Systematisch empirisme
- Geen gezagsargumenten “het is zo omdat een bekende wetenschapper het zegt”, ook bekende
onderzoeker moet empirisch bewijs leveren
2. Verifieerbare kennis
- Repliceerbaarheid (zelfde procedure moet leiden tot zelfde bevindingen)
- Peer review voordat een werk wordt gepubliceerd, wordt het beoordeeld door collega’s in
hetzelfde vakgebied
3. Toetsbare theorieën en uitspraken
- Toetsbaarheid de eis dat er nauwkeurige voorspellingen kunnen worden gedaan over te
verwachten waarnemingen vanuit een hypothese of theorie (aan de hand waarvan deze bevestigd of
weerlegd kan worden)
- Geen verklaringen bedenken ná het bekijken van de onderzoeksresultaten
- Falsifieerbaarheid het moet mogelijk zijn om aan te tonen dat de uitspraak foutief is
(- Enkel oplosbare problemen worden onderzocht)
Onafhankelijke variabele variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt
Afhankelijke variabele het gemeten resultaat van een studie; de responsen van deelnemers in een
studie (die variabele waarop de onafhankelijke variabele eventueel effect heeft)
Theorie geeft een relatie tussen een set van concepten die gebruikt worden om data of gegevens
te verklaren en predicties te maken over resultaten van een empirische studie
Hypothese een specifieke predictie afgeleid van een theorie, toegepast in de context van een
concreet onderzoek
Als de data de theorie tegenspreken, moet een nieuwe theorie ontwikkeld worden die de data wel
kan verklaren.
Ook gefalsifieerde hypothesen zijn waardevol, een aanpassing brengt ons dichter bij de
werkelijkheid.
Wetenschappelijke wet wanneer relatie tussen verschillende variabelen (theorie dus)
verschillende keren geconfirmeerd is
2
,Verschillende types van psychologisch onderzoek / onderzoeksmethoden:
- Positiefwetenschappelijke methode (variabelen worden gemeten) vs geesteswetenschappelijke
methode (interpreterende methode) in dit boek: positiefwetenschappelijke methode
(Ik denk dat de eerste 6 descriptieve methoden zijn, en de 7 de experimentele methode)
1. Naturalistische observatie
observatiestudie buiten het lab, in de natuurlijke situatie
nadeel: gedrag kan wijzigen als je weet dat je geobserveerd wordt
2. Gevalstudies (bv. Freuds psychoanalyse)
1 persoon/ 1 voorbeeld wordt gedetailleerd onderzocht
nadeel: geen systematische manipulaties mogelijk
3. Interviews
directe bevraging
bevraging moet neutraal zijn
4. Survey
steekproef van opinies verzamelen (over 1 of meerdere onderwerpen) en o.b. daarvan een besluit
trekken voor de hele populatie
steekproef moet representatief zijn
5. Psychologische test
variabelen meten, maar moet voldoen aan aantal vereisten:
- Standaardisatietest moet steeds op dezelfde manier worden afgenomen
- Betrouwbaarheid
- Validiteitde test meet wat ze beoogt te meten
betrouwbaarheid impliceert NIET validiteit, maar validiteit impliceert wel betrouwbaarheid
6. Correlationeel onderzoek
verband zoeken tussen karakteristieken van elk bestudeerd object zoals ze op een natuurlijke
manier voorkomen
Correlatiecoëfficiëntmate waarin er een rechtlijnig verband is tussen de 2 variabelen
° 1perfect lineair verband (bv tussen °C en Fahrenheit)
° -1perfect omgekeerd verband
° 0geen enkel verband
belangrijk verschil tussen correlationeel en causaal verband!
selecte steekproef niet iedereen heeft even veel kans om geselecteerd te worden
7. Experimentele methode
Gecontroleerde observatie toegelaten door gecreëerde situatie
Onderzoeker grijpt zelf in en kijkt wat resultaat van ingreep is
Causaliteit proberen aantonen
Metingen zijn steeds verstoord door een foutencomponent en zijn dus nooit perfect betrouwbaar.
Daarom is het resultaat gebaseerd op gemiddelde waarden en moet de onderzoeker aantonen of de
verschillen statistisch significant zijn.
Interne validiteit het experiment is foutloos opgezet en uitgevoerd
Externe/ecologische validiteit resultaten uit het experiment kunnen veralgemeend worden naar
het dagelijks leven
Dubbelblind experiment zowel proefpersoon als proefleider kennen specifieke predicties niet
3
, Er is veel kritiek op gevalstudies, maar toch kunnen ze ons soms nuttige informatie geven over de
hele populatie.
Onderzoek waarbij empathie van mannen en vrouwen worden getest kent
een interactie-effect:
De grootte van het verschil in inlevingsvermogen tussen mannen en vrouwen
was niet even groot in beide condities: in niet-betaalde conditie een groot
verschil, maar geen significant verschil tussen man en vrouw in de betaalde
conditie
(deontologische) regel van informed consent deelname aan een onderzoek moet op vrijwillige
basis gebeuren; niemand kan verplicht worden deel te moeten nemen aan een onderzoek
De deelnemer moet op de hoogte zijn van de risico’s van het experiment en van de
onderzoeksmethode, maar het vooraf meedelen van de onderzoeksmethode kan de resultaten
beïnvloeden dus dat wordt soms pas achteraf gedaan.
4
Hoofdstuk 1: Om te beginnen................................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Pavlovs hond en Thorndikes kat........................................................................................5
Hoofdstuk 3: De wortel en de stok.........................................................................................................8
Hoofdstuk 4: Herinneringen.................................................................................................................11
Hoofdstuk 5: Is daar iemand?...............................................................................................................14
Hoofdstuk 6: Wat doen anderen?........................................................................................................16
Hoofdstuk 7: Waarom doet die dat?....................................................................................................19
Hoofdstuk 8: Beslissen..........................................................................................................................22
Hoofdstuk 9: Kiezen en oordelen.........................................................................................................24
Hoofdstuk 10: oneerlijkheid.................................................................................................................27
Hoofdstuk 11: Fraude en vooroordelen...............................................................................................31
1
, Hoofdstuk 1: Om te beginnen
Wat is psychologie?
“de wetenschappelijke studie van de mentale processen en gedrag”
“de empirische studie van het gedrag en van mentale processen”
Empirisch = op ervaring gegrond, door waarnemen van de werkelijkheid
Psychoanalyse de leer van Freud
Freud zijn methode was enkel kijken naar klinische gevalstudies (die dus niet representatief zijn) en
daaruit regelmatigheden afleiden.
Behaviorisme gedragswetenschap, het achterhalen van verbanden tussen stimulus en reactie
(studie van mentale processen werd als onwetenschappelijk beschouwd)
Cognitieve psychologie de studie van de manier waarop wij informatie verwerken
3 belangrijke kenmerken voor wetenschappelijk onderzoek:
1. Systematisch empirisme
- Geen gezagsargumenten “het is zo omdat een bekende wetenschapper het zegt”, ook bekende
onderzoeker moet empirisch bewijs leveren
2. Verifieerbare kennis
- Repliceerbaarheid (zelfde procedure moet leiden tot zelfde bevindingen)
- Peer review voordat een werk wordt gepubliceerd, wordt het beoordeeld door collega’s in
hetzelfde vakgebied
3. Toetsbare theorieën en uitspraken
- Toetsbaarheid de eis dat er nauwkeurige voorspellingen kunnen worden gedaan over te
verwachten waarnemingen vanuit een hypothese of theorie (aan de hand waarvan deze bevestigd of
weerlegd kan worden)
- Geen verklaringen bedenken ná het bekijken van de onderzoeksresultaten
- Falsifieerbaarheid het moet mogelijk zijn om aan te tonen dat de uitspraak foutief is
(- Enkel oplosbare problemen worden onderzocht)
Onafhankelijke variabele variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt
Afhankelijke variabele het gemeten resultaat van een studie; de responsen van deelnemers in een
studie (die variabele waarop de onafhankelijke variabele eventueel effect heeft)
Theorie geeft een relatie tussen een set van concepten die gebruikt worden om data of gegevens
te verklaren en predicties te maken over resultaten van een empirische studie
Hypothese een specifieke predictie afgeleid van een theorie, toegepast in de context van een
concreet onderzoek
Als de data de theorie tegenspreken, moet een nieuwe theorie ontwikkeld worden die de data wel
kan verklaren.
Ook gefalsifieerde hypothesen zijn waardevol, een aanpassing brengt ons dichter bij de
werkelijkheid.
Wetenschappelijke wet wanneer relatie tussen verschillende variabelen (theorie dus)
verschillende keren geconfirmeerd is
2
,Verschillende types van psychologisch onderzoek / onderzoeksmethoden:
- Positiefwetenschappelijke methode (variabelen worden gemeten) vs geesteswetenschappelijke
methode (interpreterende methode) in dit boek: positiefwetenschappelijke methode
(Ik denk dat de eerste 6 descriptieve methoden zijn, en de 7 de experimentele methode)
1. Naturalistische observatie
observatiestudie buiten het lab, in de natuurlijke situatie
nadeel: gedrag kan wijzigen als je weet dat je geobserveerd wordt
2. Gevalstudies (bv. Freuds psychoanalyse)
1 persoon/ 1 voorbeeld wordt gedetailleerd onderzocht
nadeel: geen systematische manipulaties mogelijk
3. Interviews
directe bevraging
bevraging moet neutraal zijn
4. Survey
steekproef van opinies verzamelen (over 1 of meerdere onderwerpen) en o.b. daarvan een besluit
trekken voor de hele populatie
steekproef moet representatief zijn
5. Psychologische test
variabelen meten, maar moet voldoen aan aantal vereisten:
- Standaardisatietest moet steeds op dezelfde manier worden afgenomen
- Betrouwbaarheid
- Validiteitde test meet wat ze beoogt te meten
betrouwbaarheid impliceert NIET validiteit, maar validiteit impliceert wel betrouwbaarheid
6. Correlationeel onderzoek
verband zoeken tussen karakteristieken van elk bestudeerd object zoals ze op een natuurlijke
manier voorkomen
Correlatiecoëfficiëntmate waarin er een rechtlijnig verband is tussen de 2 variabelen
° 1perfect lineair verband (bv tussen °C en Fahrenheit)
° -1perfect omgekeerd verband
° 0geen enkel verband
belangrijk verschil tussen correlationeel en causaal verband!
selecte steekproef niet iedereen heeft even veel kans om geselecteerd te worden
7. Experimentele methode
Gecontroleerde observatie toegelaten door gecreëerde situatie
Onderzoeker grijpt zelf in en kijkt wat resultaat van ingreep is
Causaliteit proberen aantonen
Metingen zijn steeds verstoord door een foutencomponent en zijn dus nooit perfect betrouwbaar.
Daarom is het resultaat gebaseerd op gemiddelde waarden en moet de onderzoeker aantonen of de
verschillen statistisch significant zijn.
Interne validiteit het experiment is foutloos opgezet en uitgevoerd
Externe/ecologische validiteit resultaten uit het experiment kunnen veralgemeend worden naar
het dagelijks leven
Dubbelblind experiment zowel proefpersoon als proefleider kennen specifieke predicties niet
3
, Er is veel kritiek op gevalstudies, maar toch kunnen ze ons soms nuttige informatie geven over de
hele populatie.
Onderzoek waarbij empathie van mannen en vrouwen worden getest kent
een interactie-effect:
De grootte van het verschil in inlevingsvermogen tussen mannen en vrouwen
was niet even groot in beide condities: in niet-betaalde conditie een groot
verschil, maar geen significant verschil tussen man en vrouw in de betaalde
conditie
(deontologische) regel van informed consent deelname aan een onderzoek moet op vrijwillige
basis gebeuren; niemand kan verplicht worden deel te moeten nemen aan een onderzoek
De deelnemer moet op de hoogte zijn van de risico’s van het experiment en van de
onderzoeksmethode, maar het vooraf meedelen van de onderzoeksmethode kan de resultaten
beïnvloeden dus dat wordt soms pas achteraf gedaan.
4