BIJZONDERE
OVEREENKOMSTENRECHT
GBO PROEF LATEST
UPDATE 2025/2026.
, NAAM (IN DRUKLETTERS): VOORNAAM:
Examen Goederen- en Bijzondere Overeenkomstenrech
Oefensessie 2025-2026
1. Dit is een schriftelijk examen waarbij gebruik mag worden gemaakt van wetboeken en wetteksten
volgens het facultaire reglement.
2. De duur van het examen is 3 uur.
3. Vermeld op elk blad uw naam. Bladzijden zonder naam worden niet gecorrigeerd.
4. Het examen bestaat uit 9 bladzijden (inclusief dit voorblad). Bekijk vooraleer u het examen
aanvat of u over alle bladzijden beschikt. Indien er een of meerdere bladzijden ontbreken, stelt u
de toe- zichthouder hiervan onmiddellijk in kennis.
5. Studenten met een examencontract vermelden hun statuut uitdrukkelijk achter hun naam.
6. Schrijf leesbaar. Wees accuraat en gestructureerd. Vermeld overal de relevante wetsbepaling(en).
7. Formuleer uw antwoord alleen in de daartoe bestemde antwoordruimte, dit is onder de
betrok- ken vraag, op de lijntjes, niet op de achterkant. Wat elders wordt geschreven, wordt niet
gelezen en komt niet in aanmerking voor quotering.
8. U mag de achterkant als kladpapier gebruiken.
! Beantwoord de vragen naar de stand van het recht na inwerkingtreding van boek 3 nieuw BW,
tenzij expliciet anders aangegeven.
Veel succes!
Vragen met nooit en altijd: uitzondering zoeken
Pagina 1 van 8
, NAAM (IN DRUKLETTERS): VOORNAAM:
I. THEORIE (50 punten)
Vraag 1. Bespreek de gebruiksbevoegdheden van de opstalhouder met betrekking tot het in opstal
gegeven goed naar oud en nieuw recht. (5 punten)
Gebruiksbevoegdheid houden de materiële handelingen in die de kapitaalwaarde van het goed niet aantasten en het zakenrechtelijk statuut niet
wijzigen. De opstalhouder mag bebouwingen en beplantingen vestigen op zijn volume (art. 3.177 Nieuw Bw). Hij mag dus in principe de
bestemming van het goed wijzigen. De bevoegdheden mogen natuurlijk de bevoegdheden van de erfpachtgever niet te boven gaan wegens het
„nemo plus‟ beginsel. Niemand kan immers meer bevoegdheden toestaan aan een ander overdragen dan hij er zelf heeft (art. 3.178 Nieuw Bw).
Het opstalrecht perkt het meeste de bevoegdheden van de eigenaar in. Het kan gezien worden als een inbreuk op het exclusiviteitsbeginsel van het
eigendomsbeginsel. Onder het oude recht had de opstalhouder niet deze bevoegdheden. Opstalhouder heeft een eigendomsrecht (art. 3.184 Nieuw
Bw).
Onder het oude recht: geen gebruiksrechten
Nieuwe recht: wel, op basis van art. 3.184 Nieuw Bw, maar men kan er van afwijken
Vraag 2. Beantwoord de stellingen met JUIST of FOUT en motiveer. (16 punten)
a) Een recht van overgang kan een zichtbare erfdienstbaarheid uitmaken. (2p.)
Juist, een recht van overgang kan een zichtbare erfdienstbaarheid uitmaken. Art. 3.115 Nieuw Bw bepaalt dat een erfdienstbaarheid zichtbaar is
wanneer het voor een normaal, voorzichtige en redelijke titularis van een zakelijk recht op het lijdend door duurzame en zichtbare bouwwerken
of een geregelde activiteit, waarvan er sporen zijn op het lijdende erf. Een recht van overgang kan bijvoorbeeld zichtbaar zijn door een poortje
die tussen twee percelen geplaatst is, doordat u uw buurman dagelijks met zijn tractor ziet passeren en de banden sporen nalaten enz…
b) De reden dat een opstalrecht behoudens uitzonderingen maximaal 99 jaar duurt, is dat de
bepa- lingen inzake natrekking van openbare orde zijn. (2p.)
Fout, in art. 3.55 Nieuw Bw (het artikel betreffende natrekking) staat vermeld „onder voorbehoud van andere bepalingen in dit boek‟. Deze
bepaling is dus niet van openbare orde. De termijn van 99 jaar van opstalrecht is van openbare orde. Dit lezen we in art. 3.180 Nieuw Bw. Dit
principe wordt typefixierung genoemd. Je kan immers niet afwijken van de wezenskenmerken van de zakelijke rechten (art. 3.1 Nieuw Bw).
Wanneer men van de natrekking wil afwijken, moet dat via een opstalrecht gebeuren vanwege het eenheidsbeginsel (art. 3.8, §2 Nieuw Bw).
Aangezien natrekking een toepassing is van het eenheidsbeginsel. Enkel wettelijke afwijkingen; en opstal is nu net zo geregeld.
c) Sommige domeingoederen zijn vatbaar voor verkrijgende verjaring. (2p.)
Juist, art. 3.45 Nieuw Bw bepaalt dat „goederen behorend tot het openbaar domein zijn niet voor verkrijgende verjaring door een andere
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke persoon vatbaar‟, er kunnen wel gebruiksrechten op gevestigd worden. Openbare domeingoederen: (cass)
domeingoederen die bestemd zijn voor het gebruik van allen. Private domeingoederen is de residuaire categorie. Private domeingoederen zijn wel
vatbaar voor verkrijgende verjaring.
d) Ook zichtbare erfdienstbaarheden dienen overgeschreven te worden met het oog op tegenwer-
pelijkheid. (2p.)
Ja, alle akten tot vaststelling van onroerende zakelijke rechten moeten overgeschreven worden op het kantoor rechtszekerheid (art. 3.30 Nieuw
Bw), tenzij er uitwendige tekenen zijn die niet anders kunnen worden opgevat als het bestaan van een erfdienstbaarheid. In principe moeten
zakelijke gebruiksrechten overgeschreven worden op het kantoor rechtszekerheid, anders zijn ze niet tegenwerpelijk aan derden (exceptie van
niet-tegenwerpelijk /overschrijving?). Derde die ter kwader trouw is (bv zichtbaar karakter van de erfdienstbaarheid) kan zich niet beroepen op
deze exceptie.
Pagina 2 van 8