Economische Geografie
Hoofdstuk 1: Handel
Inleiding
Economische geografie: Wetenschap die zich bezighoudt met economisch veranderende
omstandigheden op onze aarde.
De economie van een geografisch gebied wordt beïnvloed door:
• geologie
- aanwezigheid grondstoffen
- Kosten vervoer
- Beslissing voor het gebruik van het beschikbare land
• sociaal-politieke factoren
- Middeleeuwse steden ontstonden op knooppunten van land- en waterwegen
- De sociale en politieke instellingen die uniek voor een regio zijn kunnen tevens een
invloed uitoefenen op economische beslissingen
- Vb: de Europese Unie
• het klimaat
- Invloed op beschikbaarheid natuurlijke grondstoffen
- Werkomstandigheden
- Productiviteit
VB intense regenval, stijging zeespiegel, bodemdegradatie
Centrale Vraagstukken
Lokationele vraagstuk:
Waarom waar, waarom die locatie en niet die locatie
Ontwikkelings vraagstuk:
Waarom doet de ene regio het sociaal-economisch beter dan de andere? ("waarom hier anders dan
daar")?
In hoeverre kan de overheid de locatiekeuze van een bedrijf en de economische ontwikkeling van
een regio beïnvloeden?
Economische Geografie 1
,Modellen
1 ADAM SMITH
➔ Concentreerde zich op de kosten van de productie van een artikel.
➔ Hield geen rekening met de industrieele revolutie (samenleving was agrarisch-commerciëel)
“Je kan een product beter inkopen als het duurder is om te maken of andersom”
➔ Waardeparadox
Gebruikerswaarde VS Ruilwaarde
Gebruikswaarde:
het nut dat een goed in het gebruik oplevert
Ruilwaarde:
de tegenwaarde in het ruilverkeer, de prijs van het goed
2 DAVID RICARDO
➔ Theorie van comparatieve kosten
➔ Comparatieve kosten zijn doorslaggevend
VB comparatieve kosten onstaan:
• Verdeling van productiemiddelen
• Mate van ontwikkeling van een land
• Geografische ligging
• Kunstmatige voordelen
• Inkomen
Twee-landen-model
aantal arbeidsuren nodig voor de productie van één eenheid product een land maakt producten die het
A B C D E F G
Portugal 10 10 10 10 10 10 10
goedkoper kan inkopen bij een ander
Engeland 20 18 16 14 12 10 8 land → structuur wereldhandel
Nadelen?
• Houd enkel rekening met het aanbod.
• Zegt niks over de oorzaken van
kostenverschillen.
Economische Geografie 2
, 3 MICHAEL PORTER
➔ “Waarom zijn sommige landen succesvol internationaal en andere niet?”
Succes is een dynamisch begrip!
USA, VK, Duitsland, Japan:
Hebben in bepaalde periodes succes
een terugslag gekend.
4 PAUL KRUGMANN
➔ Bedrijven moeten samenwerken met elkaar / elkaar aanvullen / …. (voordeliger!)
Kennis uitdelen,….
➔ Clusterconcept
• Kapitaaloverschotten en tekorten aan arbeidskrachten oplossen door:
- verplaatsing van kapitaal naar gebieden met arbeidsoverschotten
- invoer van arbeidskrachten
• Overschot aan arbeid en tekorten aan kapitaal → migratiestromen
VB: Italianen naar België voor in de mijnen te werken → meer werkgelegenheid + beter loon
Economische Geografie 3
, 5 KATE RAWORTH
→ Donut-economie
→ het economisch denken veranderen
→ duurzaamheid/natuur veel meer belang geven (nu wordt er niet naar omgekeken)
• binnenste ring
- het sociale minimum, dat wat iedereen nodig
heeft om fatsoenlijk te kunnen leven.
• buitenste ring
- ecologische begrenzing.
• het gat van de donut
- armoede en tekort.
• buiten de donut komen
overschot en putten we de wereld uit.
Kate Raworth wilt dat er meer naar het menselijke en de natuur wordt gekeken binnen de economie!
Handel België
Clusters
Hoe beter je economie hoe meer mensen dat je aantrekt
economische
Hoe belangrijker je cluster hoe moeilijker de clusters te sturen zijn
activiteit
mensen
wederzijds
versterkend effect
In België hoe hoger de bevolkingsdichtheidgraad hoe hoger de economische activiteit in de meeste
steden. Minstens ½
Economische Geografie 4
Hoofdstuk 1: Handel
Inleiding
Economische geografie: Wetenschap die zich bezighoudt met economisch veranderende
omstandigheden op onze aarde.
De economie van een geografisch gebied wordt beïnvloed door:
• geologie
- aanwezigheid grondstoffen
- Kosten vervoer
- Beslissing voor het gebruik van het beschikbare land
• sociaal-politieke factoren
- Middeleeuwse steden ontstonden op knooppunten van land- en waterwegen
- De sociale en politieke instellingen die uniek voor een regio zijn kunnen tevens een
invloed uitoefenen op economische beslissingen
- Vb: de Europese Unie
• het klimaat
- Invloed op beschikbaarheid natuurlijke grondstoffen
- Werkomstandigheden
- Productiviteit
VB intense regenval, stijging zeespiegel, bodemdegradatie
Centrale Vraagstukken
Lokationele vraagstuk:
Waarom waar, waarom die locatie en niet die locatie
Ontwikkelings vraagstuk:
Waarom doet de ene regio het sociaal-economisch beter dan de andere? ("waarom hier anders dan
daar")?
In hoeverre kan de overheid de locatiekeuze van een bedrijf en de economische ontwikkeling van
een regio beïnvloeden?
Economische Geografie 1
,Modellen
1 ADAM SMITH
➔ Concentreerde zich op de kosten van de productie van een artikel.
➔ Hield geen rekening met de industrieele revolutie (samenleving was agrarisch-commerciëel)
“Je kan een product beter inkopen als het duurder is om te maken of andersom”
➔ Waardeparadox
Gebruikerswaarde VS Ruilwaarde
Gebruikswaarde:
het nut dat een goed in het gebruik oplevert
Ruilwaarde:
de tegenwaarde in het ruilverkeer, de prijs van het goed
2 DAVID RICARDO
➔ Theorie van comparatieve kosten
➔ Comparatieve kosten zijn doorslaggevend
VB comparatieve kosten onstaan:
• Verdeling van productiemiddelen
• Mate van ontwikkeling van een land
• Geografische ligging
• Kunstmatige voordelen
• Inkomen
Twee-landen-model
aantal arbeidsuren nodig voor de productie van één eenheid product een land maakt producten die het
A B C D E F G
Portugal 10 10 10 10 10 10 10
goedkoper kan inkopen bij een ander
Engeland 20 18 16 14 12 10 8 land → structuur wereldhandel
Nadelen?
• Houd enkel rekening met het aanbod.
• Zegt niks over de oorzaken van
kostenverschillen.
Economische Geografie 2
, 3 MICHAEL PORTER
➔ “Waarom zijn sommige landen succesvol internationaal en andere niet?”
Succes is een dynamisch begrip!
USA, VK, Duitsland, Japan:
Hebben in bepaalde periodes succes
een terugslag gekend.
4 PAUL KRUGMANN
➔ Bedrijven moeten samenwerken met elkaar / elkaar aanvullen / …. (voordeliger!)
Kennis uitdelen,….
➔ Clusterconcept
• Kapitaaloverschotten en tekorten aan arbeidskrachten oplossen door:
- verplaatsing van kapitaal naar gebieden met arbeidsoverschotten
- invoer van arbeidskrachten
• Overschot aan arbeid en tekorten aan kapitaal → migratiestromen
VB: Italianen naar België voor in de mijnen te werken → meer werkgelegenheid + beter loon
Economische Geografie 3
, 5 KATE RAWORTH
→ Donut-economie
→ het economisch denken veranderen
→ duurzaamheid/natuur veel meer belang geven (nu wordt er niet naar omgekeken)
• binnenste ring
- het sociale minimum, dat wat iedereen nodig
heeft om fatsoenlijk te kunnen leven.
• buitenste ring
- ecologische begrenzing.
• het gat van de donut
- armoede en tekort.
• buiten de donut komen
overschot en putten we de wereld uit.
Kate Raworth wilt dat er meer naar het menselijke en de natuur wordt gekeken binnen de economie!
Handel België
Clusters
Hoe beter je economie hoe meer mensen dat je aantrekt
economische
Hoe belangrijker je cluster hoe moeilijker de clusters te sturen zijn
activiteit
mensen
wederzijds
versterkend effect
In België hoe hoger de bevolkingsdichtheidgraad hoe hoger de economische activiteit in de meeste
steden. Minstens ½
Economische Geografie 4