HI MATERIE, ATOMEN, MOLECULEN EN IONEN
I.1 Types materie
materie
vast / vloeibaar / gas
mengsel fysische scheiding zuivere stof
chemische reacties
homogeen heterogeen element verbinding
een fase meerdere fasen een atoomsoort meerdere
atoomsoorten
Scheidingstechnieken voor mengsels :
- Filtatie : vaste stoffen scheiden van vast/vloeistof/gasstroom
- Destillatie : oplossing van vloeistoffen met ≠ koopunten
- Chromatografie : mengsels
I.2 Eigenschappen van materie
Materie bezit een massa en neemt ruimte in.
Zijn chemische eigenschappen bepalen de reactiviteit van stoffen
Zijn fysische eigenschappen zijn o.a. kook- en smeltpunt, kleur, dichtheid, …
I.3 Onderverdeling van materie
atomen moleculen ionen
bv. P bv. CH4 bv. NO3-
I.4&5 Atoomtheorie: historiek
Atoommodeltheorie van Dalton:
1. Atomen van eenzelfde element (enkelvoudige stof) zijn chemisch gelijk (niet altijd
fysisch).
2. Een chemische reactie is een recombinatie van atomen.
3. Een verbinding is een combinatie van twee of meer atoomsoorten
100 jaar later: Thomson en Rutherford (zie I.9):
Een atoom = heterogeen en elektrisch neutraal deeltje:
positieve kern (protonen + neutronen) & negatieve elektronen
I.6 Atoomsymbolen
𝑨𝑿
𝒁 met A = massagetal = protonen + neutronen en Z = atoomnr = aantal e-
, algemene chemie
I.7 Isotopen
= element met een verschillend aantal neutronen ⟶ fysisch verschillend (chemisch gelijk)
met een massaspectrometer
I.8 Periodiek systeem – tabel van Mendeljev
Geordend in groepen (kolommen) en perioden (rijen) volgens atoomnummer. (zie H3)
I.9 Het nucleaire atoom
Rutherford ontdekte dankzij de proeven van Marsden en Geiger dat een atoom bestaat uit:
- Een zeer kleine positief geladen kern waarin de meeste massa geconcentreerd is
- Elektronen die snel en op grote afstand rond de kern bewegen
Een dunne goudfolie wordt met α-stralen (He-kernen) bestraald.
Het plumpudding-model zou een uniforme scattering moeten geven,
maar slechts een klein deel van de stralen werd afgebogen.
Gezien e- te klein zijn om te interageren met de α-stralen, moesten het
de zwaardere positieve deeltjes zijn waarmee de stralen botsten en
moesten deze geconcentreerd zijn in een kern.
, algemene chemie
I.10 Moleculen en ionen
Moleculen:
- Molecuulformule bv. H2
- Structuurformule (Lewis) bv. H – H
Ionen:
- Kation bv. Na+
- Anion bv. Cl-
- Monoatomische ionen bv. H+
- Polyatomische ionen bv. OH-
Ionaire bestanddelen = geometrisch kristal van kat- en anionen
(wordt voorgesteld met de minimale formule)
Roosters:
- Metaalrooster
- ionenrooster
, algemene chemie
H II INLEIDING TOT STOECHIOMETRIE
II.1 Atoommassa(-eenheid): de C-12 schaal
1
1 a. m. e. = massa 12C = 1 u = 1,6602 × 10−24g
12
6
Theoretische atoommassa > expirimentele atoommassa
Omzetten via massa van protonen, neutronen en elektronen.
Massa omgezet in bindingsenergie ∆𝐸 = ∆𝑚 𝑐2
In het periodiek systeem wordt het gewogen gemiddelde (mbv %) van de atoommassa’s van de
isotopen (= nuclidemassa) weergegeven.
II.2 Het getal van Avogadro
NA × 1 u = 1 g → NA × MMg = m met NA = 6,02205 · 1023 deeltjes/mol
II.3 Massa-relaties in chemische formules
A. Procentuele samenstelling van een verbinding
Bv. XY2 1 × 𝑀𝑀𝑔 (𝑋) = 𝑚𝑋 ⟶ 𝑚𝑋 ∙ 100 = % 𝑋
𝑚𝑡𝑜𝑡
2 × 𝑀𝑀𝑔 (𝑌) = 𝑚F ⟶ 𝑚𝑌 ∙ 100 = % 𝑌
𝑚𝑡𝑜𝑡
B. Minimale (= empirische) formule
m
Bereken aantal mol m.b.v. n = en breng naar gehele getallen (evt. delen door kleinste)
MMg
TIP: altijd eerst omzetten naar n in mol!
II.4 Massa-relaties in chemische reactievergelijking
Reacties gebeuren stoechiometrisch. In sommige gevallen is er een limiterend reagens.