GROEPSDYNAMISCH BEGELEIDEN
DEEL 1 : GROEPEN EN TEAMS
1 INLEIDING
Groepsdynamica = onderzoeksdomein dat als doel heeft inzicht te vergroten in hoe
groepen functioneren
Binnen groepsdynamica kijkt men volgens Johnson naar:
Het gedrag van groepsleden binnen groepen
De ontwikkeling van groepen
De interacties tussen groepsleden, andere groepen en organisaties
De structuur van groepen
Als je een groep cliënten begeleidt zijn er steeds drie spelers waar je rekening
mee moet houden:
1. je begeleidingsgroep:
a. welke doelgroep? zijn de cliënten bevriend met elkaar? welke
normen/waarden delen ze? op welke manier communiceren ze vaak met
elkaar? ...
2. je team:
a. je team heeft een sterke invloed op hoe je cliënten kan begeleiden
b. bijvoorbeeld de samenstelling van je team (jaren ervaring, sterktes en
zwaktes van teamleden), maar ook hoe goed je samenwerkt.
3. jijzelf:
a. onbewust of bewust heb je voorkeuren in gedrag
b. Ook dit beïnvloedt je manier van begeleiden
2 GROEPEN EN TEAMS
2.1 WAT IS EEN GROEP
Essentiële kenmerken om van een groep te kunnen spreken (David Johnson & Frank
Johnson)
1. Een gezamenlijk doel bereiken
2. Onderlinge afhankelijkheid
3. Interactie tussen de groepsleden
4. Groep is een sociale eenheid
5. Er is wederzijdse beïnvloeding
6. Normen en rollen
Enkel als aan deze criteria wordt voldaan spreken we over een groep
EEN DOEL
= een groep is een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen
bereiken
Mensen worden lid van een groep
o Omdat ze beseffen dat ze met de groep meer kans maken om een doel te
bereiken
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 1 van 55
, o ‘het geheel is meer dan de som van de delen’
ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
= een groep is een verzameling individuen die op een bepaalde manier van elkaar
afhankelijk zijn
Als een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt
o Beïnvloedt die niet alleen een individu, maar een hele groep
INTERACTIE
= een groep is een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden
Accent ligt op de interactie die aanwezig moet zijn tussen de groepsleden
Ze reageren op elkaar en interageren met elkaar
EEN SOCIALE EENHEID
= een groep is een sociale eenheid die uit 2 of meer personen bestaat die zichzelf als lid
van een groep beschouwen
Je kan pas spreken van een groep als de individuen zichzelf zien als een deel van
die groep
WEDERZIJDSE BEÏNVLOEDING
= een groep is een verzameling individuen die elkaar beïnvloeden
NORMEN EN ROLLEN
= een groep is een verzameling individuen van wie de interacties door een aantal normen
en rollen gestructureerd worden
Rollen en normen kunnen schriftelijk of mondeling vastgelegd zijn
De groep heeft duidelijk een aantal regels die bepalen welk gedrag goed of fout,
gewenst of ongewenst is
De groep geeft aan welk gedrag normaal of abnormaal gevonden wordt
Groepsnormen = (doorgaans onuitgesproken) gedragsregels die voor iedere
individu in de groep gelden
Volgens Remmerswaal vergemakkelijken normen het samenwerken & omgang
met elkaar
o Iedereen weet wat men van anderen mag verwachten en wat verwacht
wordt
Groepen oefenen een actieve druk uit op de leden om zich te conformeren aan
groepsnormen
o Belangrijkste redenen voor conformiteit en uniformiteit
o Conformiteit = de mate waarin groepsleden zich aanpassen aan geldende
groepsnormen
o Uniformiteit = verwijst naar het met elkaar in overeenstemming zijn,
eenheid of samenhang
2.2 WAT IS EEN TEAM
= twee of meer individuen waartussen er sociale interactie is en die een of meer
gemeenschappelijke doelen hebben. Die personen zijn afhankelijk van elkaar en iedereen
heeft eigen toegewezen specifieke rollen en functies (Kozlowski &Ilgen)
Gelijkaardig aan kenmerken van groep (niet: wederzijdse beinvloeding & sociale
eenheid)
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 2 van 55
, Verschil tussen ‘zomaar’ een groep en een team
o Een team heeft geleerd zich te ‘verbinden’: samen werken aan een
bepaald doel
o Het gezamenlijk doel bindt en verbindt
een groep wordt een team als:
Het teambelang voorgaat op het eigenbelang
Er cohesie, verbondenheid, wij-gevoel is
o Binding wordt gestimuleerd, weerstand als er van buitenaf geprobeerd
wordt om de cohesie te doorbreken
Iedereen bijdraagt aan het gezamenlijke doel
o Taken, rollen of functies in het team zijn bekend, begrip voor elkaar
Er een goede samenwerking is
Iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt
o Wijzen niet naar de leider of schuiven verantwoordelijk niet af als het
moeilijk wordt
Iedereen elkaar waardeert
o Ieders inbreng, ervaring en kennis wordt gewaardeerd en ingezet
De communicatie op een goede manier verloopt
o Feedback krijgen en geven, meningsverschillen mogen bestaan en
conflicten worden opgelost
Successen een gezamenlijk resultaat zijn
o Ieders bijdrage wordt erkend en het succes wordt samen gevierd
Jef stevens: beschreef een team in de non-profit sector als volgt:
een team bestaat uit twee of meer leden die in een onderlinge afhankelijkheid en door
onderling overleg de uit te voeren taken verdelen en coördineren, met het oog op of in
functie van een gezamenlijk doel, binnen een breder organisatorisch verband.
Kenmerken van een team:
TWEE OF MEER LEDEN MET ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
Een team bestaat uit verschillende teamleden
Vanaf 2 of meer leden spreken we van een team
o Een team functioneert altijd in een ruimer werkverband
Teamleden zijn op elkaar aangewezen om hun taak te kunnen uitvoeren
o Om de eenvoudige reden dat de volledige taak hun individuele
mogelijkheden te boven gaat
Functionele samenwerking
EEN TAAK VERVULLEN
Teamleden zijn vaak taakafhankelijk van elkaar om de taak te vervullen
o Taakafhankelijkheid = mate waarin een teamlid informatie, materialen en
ondersteuning nodig heeft en daarvoor afhankelijk is van andere
teamleden om zijn werk effectief te kunnen uitvoeren
Als de taakafhankelijkheid groot is
o Hebben teamleden elkaar in grote mate nodig om hun eigen bijdrage te
kunnen leveren
EEN GEZAMENLIJK DOEL
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 3 van 55
, In een team wek je samen naar een gezamenlijk doel of eindresultaat
o Die samenwerking vergroot het vertrouwen en vebetert de sfeer binnen
het team
Wanneer het team dichter bij zijn doel komt
Een gezamenlijk doel brengt het team bij elkaar
In functie van dit doel worden taken en verantwoordelijkheden gedeeld
HET ORGANISATORISCHE VERBAND
Een team maakt meestal deel uit van een breder verband
Een team functioneert altijd binnen de visie en missie van
o De organisatie, regelgevingen en procedures
Team en organisatie beïnvloeden elkaar wederzijds
Elk team heeft een eigen gezicht omdat het een eigen doel nastreeft
o Maar dat eigen gezicht en dat eigen doel moeten afgestemd kunnen
worden op
Het eigen gezicht van de organisatie en op haar globale
doelstellingen
EEN TEAM HEEFT GEDEELDE WAARDEN EN NORMEN
Gemeenschappelijke waarden en normen zorgen voor een zekere gelijkheid in:
o Opvattingen, doelstellingen en gedragingen die het mogelijk maken om
beslissingen te nemen vanuit wederzijds begrip
3 DE ONTWIKKELINGSFASES VAN TUCKMAN
Model is bruikbaar voor zowel groepen als teams
3.1 BESPREKING VAN HET MODEL
Model van Bruce Tuckman uit 1960
Het model helpt om meer zicht te krijgen op groepen en kan ook nuttig zijn om
groepen naar zichzelf te leren kijken
Was oorspronkelijk een 4-fasenmodel
o Maar werd in een latere fase aangevuld met vijfde fase (= adjouring,
afscheid van groep)
Groepen houden zich in elke fase bezig met andere thema’s en beïnvloed het
gedrag van de groep
In elk stadium heeft de groep een licht verschillend doel
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 4 van 55
DEEL 1 : GROEPEN EN TEAMS
1 INLEIDING
Groepsdynamica = onderzoeksdomein dat als doel heeft inzicht te vergroten in hoe
groepen functioneren
Binnen groepsdynamica kijkt men volgens Johnson naar:
Het gedrag van groepsleden binnen groepen
De ontwikkeling van groepen
De interacties tussen groepsleden, andere groepen en organisaties
De structuur van groepen
Als je een groep cliënten begeleidt zijn er steeds drie spelers waar je rekening
mee moet houden:
1. je begeleidingsgroep:
a. welke doelgroep? zijn de cliënten bevriend met elkaar? welke
normen/waarden delen ze? op welke manier communiceren ze vaak met
elkaar? ...
2. je team:
a. je team heeft een sterke invloed op hoe je cliënten kan begeleiden
b. bijvoorbeeld de samenstelling van je team (jaren ervaring, sterktes en
zwaktes van teamleden), maar ook hoe goed je samenwerkt.
3. jijzelf:
a. onbewust of bewust heb je voorkeuren in gedrag
b. Ook dit beïnvloedt je manier van begeleiden
2 GROEPEN EN TEAMS
2.1 WAT IS EEN GROEP
Essentiële kenmerken om van een groep te kunnen spreken (David Johnson & Frank
Johnson)
1. Een gezamenlijk doel bereiken
2. Onderlinge afhankelijkheid
3. Interactie tussen de groepsleden
4. Groep is een sociale eenheid
5. Er is wederzijdse beïnvloeding
6. Normen en rollen
Enkel als aan deze criteria wordt voldaan spreken we over een groep
EEN DOEL
= een groep is een verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen
bereiken
Mensen worden lid van een groep
o Omdat ze beseffen dat ze met de groep meer kans maken om een doel te
bereiken
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 1 van 55
, o ‘het geheel is meer dan de som van de delen’
ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
= een groep is een verzameling individuen die op een bepaalde manier van elkaar
afhankelijk zijn
Als een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt
o Beïnvloedt die niet alleen een individu, maar een hele groep
INTERACTIE
= een groep is een verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden
Accent ligt op de interactie die aanwezig moet zijn tussen de groepsleden
Ze reageren op elkaar en interageren met elkaar
EEN SOCIALE EENHEID
= een groep is een sociale eenheid die uit 2 of meer personen bestaat die zichzelf als lid
van een groep beschouwen
Je kan pas spreken van een groep als de individuen zichzelf zien als een deel van
die groep
WEDERZIJDSE BEÏNVLOEDING
= een groep is een verzameling individuen die elkaar beïnvloeden
NORMEN EN ROLLEN
= een groep is een verzameling individuen van wie de interacties door een aantal normen
en rollen gestructureerd worden
Rollen en normen kunnen schriftelijk of mondeling vastgelegd zijn
De groep heeft duidelijk een aantal regels die bepalen welk gedrag goed of fout,
gewenst of ongewenst is
De groep geeft aan welk gedrag normaal of abnormaal gevonden wordt
Groepsnormen = (doorgaans onuitgesproken) gedragsregels die voor iedere
individu in de groep gelden
Volgens Remmerswaal vergemakkelijken normen het samenwerken & omgang
met elkaar
o Iedereen weet wat men van anderen mag verwachten en wat verwacht
wordt
Groepen oefenen een actieve druk uit op de leden om zich te conformeren aan
groepsnormen
o Belangrijkste redenen voor conformiteit en uniformiteit
o Conformiteit = de mate waarin groepsleden zich aanpassen aan geldende
groepsnormen
o Uniformiteit = verwijst naar het met elkaar in overeenstemming zijn,
eenheid of samenhang
2.2 WAT IS EEN TEAM
= twee of meer individuen waartussen er sociale interactie is en die een of meer
gemeenschappelijke doelen hebben. Die personen zijn afhankelijk van elkaar en iedereen
heeft eigen toegewezen specifieke rollen en functies (Kozlowski &Ilgen)
Gelijkaardig aan kenmerken van groep (niet: wederzijdse beinvloeding & sociale
eenheid)
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 2 van 55
, Verschil tussen ‘zomaar’ een groep en een team
o Een team heeft geleerd zich te ‘verbinden’: samen werken aan een
bepaald doel
o Het gezamenlijk doel bindt en verbindt
een groep wordt een team als:
Het teambelang voorgaat op het eigenbelang
Er cohesie, verbondenheid, wij-gevoel is
o Binding wordt gestimuleerd, weerstand als er van buitenaf geprobeerd
wordt om de cohesie te doorbreken
Iedereen bijdraagt aan het gezamenlijke doel
o Taken, rollen of functies in het team zijn bekend, begrip voor elkaar
Er een goede samenwerking is
Iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt
o Wijzen niet naar de leider of schuiven verantwoordelijk niet af als het
moeilijk wordt
Iedereen elkaar waardeert
o Ieders inbreng, ervaring en kennis wordt gewaardeerd en ingezet
De communicatie op een goede manier verloopt
o Feedback krijgen en geven, meningsverschillen mogen bestaan en
conflicten worden opgelost
Successen een gezamenlijk resultaat zijn
o Ieders bijdrage wordt erkend en het succes wordt samen gevierd
Jef stevens: beschreef een team in de non-profit sector als volgt:
een team bestaat uit twee of meer leden die in een onderlinge afhankelijkheid en door
onderling overleg de uit te voeren taken verdelen en coördineren, met het oog op of in
functie van een gezamenlijk doel, binnen een breder organisatorisch verband.
Kenmerken van een team:
TWEE OF MEER LEDEN MET ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
Een team bestaat uit verschillende teamleden
Vanaf 2 of meer leden spreken we van een team
o Een team functioneert altijd in een ruimer werkverband
Teamleden zijn op elkaar aangewezen om hun taak te kunnen uitvoeren
o Om de eenvoudige reden dat de volledige taak hun individuele
mogelijkheden te boven gaat
Functionele samenwerking
EEN TAAK VERVULLEN
Teamleden zijn vaak taakafhankelijk van elkaar om de taak te vervullen
o Taakafhankelijkheid = mate waarin een teamlid informatie, materialen en
ondersteuning nodig heeft en daarvoor afhankelijk is van andere
teamleden om zijn werk effectief te kunnen uitvoeren
Als de taakafhankelijkheid groot is
o Hebben teamleden elkaar in grote mate nodig om hun eigen bijdrage te
kunnen leveren
EEN GEZAMENLIJK DOEL
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 3 van 55
, In een team wek je samen naar een gezamenlijk doel of eindresultaat
o Die samenwerking vergroot het vertrouwen en vebetert de sfeer binnen
het team
Wanneer het team dichter bij zijn doel komt
Een gezamenlijk doel brengt het team bij elkaar
In functie van dit doel worden taken en verantwoordelijkheden gedeeld
HET ORGANISATORISCHE VERBAND
Een team maakt meestal deel uit van een breder verband
Een team functioneert altijd binnen de visie en missie van
o De organisatie, regelgevingen en procedures
Team en organisatie beïnvloeden elkaar wederzijds
Elk team heeft een eigen gezicht omdat het een eigen doel nastreeft
o Maar dat eigen gezicht en dat eigen doel moeten afgestemd kunnen
worden op
Het eigen gezicht van de organisatie en op haar globale
doelstellingen
EEN TEAM HEEFT GEDEELDE WAARDEN EN NORMEN
Gemeenschappelijke waarden en normen zorgen voor een zekere gelijkheid in:
o Opvattingen, doelstellingen en gedragingen die het mogelijk maken om
beslissingen te nemen vanuit wederzijds begrip
3 DE ONTWIKKELINGSFASES VAN TUCKMAN
Model is bruikbaar voor zowel groepen als teams
3.1 BESPREKING VAN HET MODEL
Model van Bruce Tuckman uit 1960
Het model helpt om meer zicht te krijgen op groepen en kan ook nuttig zijn om
groepen naar zichzelf te leren kijken
Was oorspronkelijk een 4-fasenmodel
o Maar werd in een latere fase aangevuld met vijfde fase (= adjouring,
afscheid van groep)
Groepen houden zich in elke fase bezig met andere thema’s en beïnvloed het
gedrag van de groep
In elk stadium heeft de groep een licht verschillend doel
Groepsdynamisch begeleiden Pagina 4 van 55