Hoofdstuk 1: Dringende geneeskundige hulpverlening
en nt-planbare zorg
Inleiding
1. Geschiedenis
- 1959: nummer 900
- 1987: 100
- 2002: 112
2. De noodcentrales 112
Werking vd noodcentrales 112
3. Middelen
Ziekenwagen: 2 hulpverlener-ambulanciers
PIT = verpleegkundige + hulpverlener-ambulancier
MUG = verpleegkundige + urgentiearts
4. Telefonische triage
Medische triageprotocollen om ernst te bepalen: verschillende ernstniveau’s
5. Pre-arrival instructions (PAI’s)
Bv phone-CPR
6. Ziekenhuis van bestemming
Het hulpnummer 1733 en nt-planbare zorg
Minder dringend, huisarts van wacht
Een noodoproep uitvoeren
,Hoofdstuk 2: reanimatie van volwassenen
Hartstilstand en keten van overleven
Sudden cardiac arrest (SCA): stop v kloppen => gn bloed nr organen => bewustzijn weg,
valt neer, abnormale of geen ademhaling, na 4-6 min vitale organen onherstelbaar
beschadigd
- Meest voorkomende oorzaak = myocardinfarct (hartaanval)
- Meestal alarmsymptomen (prodromi) vooraf:
o Angina pectoris (vernauwde kransslagaders) => pijn op de borst
o Kortademigheid (dyspneu)
o Bewustzijnsverlies (syncope)
o Koud zweet, onpasselijkh, braken
- Nt cardiale oorzaken = verdrinking, verstikking, falen ademhalingsstelsel,
overdosis…
7. Vroegtijdige herkenning
Nt reageren of nt/abnormaal ademen
Tijdens 1ste analyse vh hartritme: soms ventrikelfibrillatie (VF): hierbij is er elektrische
chaos thv het hart => ventrikels trekken ongecontroleerd samen, nt meer in staat bloed
rond te pompen = circulatiestilstand
Abnormale/ agonale ademhaling / gasping
8. Vroegtijdige reanimatie door omstaanders
Bewustzijn nagaan => indien geen, luchtweg openen = head tilt / hyperextensie
Controleer ademhaling (kijken voelen horen) => indien niet, hulp roepen (112 en AED
vragen)
Start compressies: 100-120 / minuut, 5cm diep, max 6cm, 30:2
Reanimeer tot AED dan eerst die
9. Vroegtijdige defibrillatie
Binnen 3-5min: overlevingskansen verhogen tot 50-70%
10.Beademing
Mond op mond, pocketmask, beademballon
, 11.Gebruik v/e automatische externe defibrillator (AED)
Luchtwegobstructie door een vreemd voorwerp
Symptomen: hoesten, dyspneu, cyanose, verstikking tot hartstilstand
Heimlich, rugslagen en borstcompressies
- Partiele luchtwegobstructie: kan nog praten, hoest nog
- Complete luchtwegobstructie: gn geluid
Algoritme geavanceerde reanimatie
ALS = advanced life support, volgt op BLS
12.Schokbaar ritme (VF/pVT)
Voor manuele defibrillator:
Klassieke ventrikelfibrillatie (VF) en polsloze ventrikeltachycardie (pVT)
VT = snel hartritme dat onstaat in hartkamers maar dat georganiseerd is
E nog zelf selecteren, nrml 200 joule
Na toedienen derde schok: 1mg adrenaline en 300mg amiodaron intraveneus toegediend
(ppt: na ontstaan v VF of pVT stopt circulatie => binnen 3 min begint cerebrale hypoxie,
indien gn CPR: mortaliteit stijgt 10-10% per minuut tuss collaps en shock)
Initial shock = 360J, verandert nu: minstens 150J en meestal geven we 200joule
Indien kleefelektroden fout aangebracht toch de shock toedienen
13.Niet-schokbaar ritme (PEA en asystolie)
PEA = polsloze elektrische activiteit = georganiseerd elektrisch ritme v hart zonder
effectieve mechanische pompfunctie
Asystolie = afwezigh v elektrische activiteit op hart, kenmer = platte lijn op ecg
Kans overleving = laag
Onmiddellijk toediening 1mg adrenaline
14.Luchtweg en ventilatie
(endo)tracheale intubatie door directe laryngoscopie en orotracheale tube voorbij de
stembanden ingebracht
Alternatief: supralaryngeaal masker
15.Veneuze toegangsweg
Vo medicatie
16.Reversibele oorzaken
4 H’s:
Hypoxie = te weinig zuurstof in bloed en weefsels => beadem met 100% zuurstof,
stethoscoop, tube in luchtpijp
Hypovolemie = te weinig bloed in bloedbaan, kan PEA veroorzaken, meestal te wijten aan
bloeding (vochtgeven en chirurgie)
Hyperkaliëmie, hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypoglycemie, acidemie en andere
metabole stoornissen: ionenstoornissen
Hypothermie: door bv verdrinking
4 T’s:
Tensiepneumothorax: klaplong door verhoogde druk in aangedane zijde v borstkas door
aanzuigen van lucht in die borsthelft
, - Lucht door penetrerend trauma
- Bij inademing telkens lucht in holte en zal dus groter worden en long word
dichtgeduwd op hart
Tamponade: vullen vh hartzakje met vocht, vaak bloed
Toxines: vergif of medicatie
Trombose (longembolie of coronaire trombose): meest voorkomend, mechanische
obstructie vd circulatie
17.Herstel van circulatie
Bloeddruk gecontroleer door pols in nek of de liezen te palperen, bij aanwezige pols wordt
post resuscitation care opgestart, geen pols is hervatting v reanimatie
18.Stoppen van reanimatie en vaststellen vd dood
Na stoppen vd reanimatie nog 5 minuten observatie ter bevestiging dat:
- Afwezigh v pols in liezen of hals
- Afwezigh v harttonen bij auscultatie
De ABCDE-benadering
Systematische benadering bij de alarmsymptomen
Airway (luchtweg)
Breathing (ademhaling)
Circulation (circulatie)
Disability (neurologische status)
Exposure/environment (blootstelling en omgeving)
Toedienen van zuurstof:
Omgevingslucht = 21% zuurstof
Verschillende hulpmiddelen
Hoofdstuk 4: EHBO ademhalings-problemen
Inleiding
Over de longwerking
Kortademigheid
19.Hoe de ernst van kortademigheid herkennen?
Eerst: dyspneu d’effort: kortademigh bij inspanning
Dan ernstiger: orthopneu = dyspneu bij platliggen, in rust
- Tachypneu: versnelde ademhaling bij angst en paniek wnr ernstiger worden
Neusvleugelademen
- Eindfase: bradypneu = vertraagde ademhaling
- Uiteindelijk: apneu = afwezige ademhaling
Hypoxie = zuurstofgebrek kan leiden tot bleekh v huid of cyanose = blauwige verkleuring
rond lippen/vinger
20.Pulse-oximetrie
Zuurstofsaturatiemeting: zuurstoftekort opgespoord obv lichtabsorptie door hemoglobine