Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Farmacologie Samenvatting | 2de Bachelor | Universiteit Antwerpen | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
145
Uploaded on
16-05-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt de fundamentele concepten van Farmacodynamiek uit het Farmacologie-vak aan de Universiteit Antwerpen. De stof omvat aangrijpingspunten van geneesmiddelen (receptoren, ionkanalen, enzymen), onderscheid tussen specifieke en niet-specifieke werking, selectiviteit van farmaca, en voorbeelden zoals maagzuurremming en diabetesmedicatie. Ideaal voor examenvoorbereiding: alle kernconcepten zijn duidelijk uitgelegd met praktische voorbeelden uit de klinische praktijk.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

1 Farmacodynamiek
= onderzoek hoe en waar een geneesmiddel werkt in een organisme

Inleiding: wat is een geneesmiddel?
Klassiek waren er de conventionele geneesmiddelen = synthetische moleculen

- Kleine moleculen, gewicht onder 400 g/mol (Dalton) = small molecules
o Bv: aspirine en crestor (=statine)
- Kunnen opgenomen worden door plasmamembranen

Nu ook biologische geneesmiddelen = biologicals

- = Antilichamen, eiwitten, peptiden, … die gebruikt kunnen worden om te interageren met
doelwitten
o Bv insuline = hormoon dat we in een synthetische vorm kunnen namaken
o Bv Pembrolizumab = checkpoint inhibitor die bij kanker gebruikt wordt
- Grotere moleculen, selectievere en specifiekere interactie met het target dan bij small
molecules → gaan langer in het lichaam blijven
- Nadeel: vaak via IV gegeven omdat ze niet door het plasmamembraan geraken + ze
kunnen afgebroken worden door andere moleculen

Aangrijpingspunten geneesmiddelen
Niet specifieke vs specifieke werking
- Niet specifiek:
o Eerder fysiochemische werking
o Hogere dosis nodig
o Antacida, bulklaxativa, osmotische diuretica, actieve koolstof (toxische
moleculen neutraliseren), plasmavervangers, …
- Specifiek:
o Geneesmiddelen werken in op bepaalde doelwitten → weinig ongewenst effect
o Soorten aangrijpingspunten: receptoren, ion-kanalen, opnamesystemen,
enzymen, (gentherapie)

Voorbeeld van GM die selectief of niet kunnen interageren: inhibitie van maagzuursecretie
Er is een te lage pH door te veel protonen, dit geeft klachten van het zuur.

- Aangrijpingspunt 1: GM die maagzuur inhiberen door neutralisatie van protonen zijn
redelijk actief en moet je grote hoeveelheden van innemen omdat ze niet echt een
specifieke werking hebben → is niet selectief: gebruikt natriumbicarbonaat
o Eerste manier: antacida
▪ = zouten die het maagzuur (protonen) neutraliseren
o Andere manier: alginaat of sucralfaat
▪ Ze leggen een fysische barrière aan de binnenkant van de maag, zodat
die beschermd is tegen het zuur (sucralfaat legt een schuim) zodat het bv
ook de slokdarm niet in kan = “protectie”
▪ Interessant bij oesofagale reflux of ulceraties

, - Aangrijpingspunt 2: pariëtale cellen in de maag die het zuur produceren, werken obv
een aantal signalen zoals histamine die op histamine2-receptoren gaan binden en zo de
maagzuursecretie stimuleren → antihistaminica = GM dat de receptor voor histamine
antagoneert => specifiek target = receptor
- Aangrijpingspunt 3: protonen worden gesecreteerd in de maag door de protonpomp
(H+-K+ ATPase), waardoor de maag aangezuurd wordt → protonpompinhibitoren (PPI)
toevoegen

Selectiviteit van farmaca
- Chemische selectiviteit
o Zoals een sleutel dat in een slot past → small molecules/GM heeft ruimtelijke
configuratie en gaat op die manier exact op een bepaald aangrijpingspunt werken
=> belangrijk voor selectiviteit
o Agonist = gaat binden op receptor, gaat ook activiteit/effect uitlokken
o Antagonist = gaat ook selectief binden maar gaat geen activiteit uitlokken
o Voorbeeld: angiotensine II = 8 AZ => als er eentje wordt afgesplitst = inactief
▪ Of ons lichaam heeft L-AZ → mocht je die L vervangen door D-AZ dan is
dat ook inactief => “je rechterhand past ook niet in een
linkerhandschoen”
- Biologische specificiteit: je wilt niet dat je GM over heel je lichaam gaat werken => je wilt
dat je in 1 orgaansysteem werkt
o Bv angiotensine II: gebruiken we bij hypertensie
▪ Angiotensine receptor 1 en 2 komen vooral op bloedvaten voor → hier
geven die vasoconstrictie => als we antagonist gaan geven van die
receptor kunnen we het gebruiken bij hypertensie
▪ Die receptoren staan dus op gladde spiercellen van de bloedvaten → die
GSC komen ook voor op GI-systeem => maar hier zijn het dan andere
receptoren
o Bv adrenaline: werkt op alfa en beta-receptoren => distributie = specifieke
verdeling → effecten gaan verschillend zijn over orgaansystemen

Aangrijpingspunten van GM
- Receptoren: 4 klassen
o GM die hier op ingrijpen noemen we agonist of antagonist, inverse agonist
- Ionkanaal
o GM die hier op ingrijpen noemen we blocker of modulator
o Bv lokale anesthetica, anti-aritmica = vaak voltage gated (afhankelijk van
membraanpotentiaal) → mag je niet verwarren met receptorgebonden
ionkanalen
- Enzymes
o GM die hier op ingrijpen noemen we inhibitor
- Transporteiwitten
o PPI

,Receptoren
- Ligand-gated ionkanalen = als er een ligand (agonist) op bindt → rechtstreekse
signaaltransductie (miliseconden) => ofwel depolarisatie (AP die uitgelokt wordt =
activerend) of hyperpolarisatie (potentiaal naar beneden en threshold kan hoger worden
= inhiberend)
o Tijdschaal = belangrijk → ionkanalen = directe koppeling
o Waar wil je een heel snelle signaaltransductie hebben?
▪ CZS: hier gaan deze soort kanalen aan bod komen
▪ Nicotinerge ACh receptoren = op motorische eindplaat → zenuw naar
spier: zenuw gaat signaaloverdracht geven naar spier
- G-protein coupled receptors = metabotrope receptoren → tweede boodschappers
worden gemaakt (seconden)
o G-eiwit: je hebt verschillende types
▪ Agonist = adrenaline of noradrenaline → kan bepaalde receptoren
activeren: alfa1, alfa2 en beta-receptoren
▪ Alfa1-receptor = gekoppeld aan Gq-eiwit => hierdoor wordt fosfolipase C
geactiveerd => dit creëert IP3 (inositol trifosfaat) → dit bindt
intracellulaire receptoren die calcium vrijstellen uit SR: zo krijg je
contractie van gladde spiercel
▪ Beta-adrenerge receptoren: adrenaline bindt erop => gekoppeld aan Gs,
naast de Gs = stimulerend heb je ook de Gi = inhiberend
• Gs = gekoppeld aan adenylaatcyclase en gaat zorgen voor
vorming cAMP → werking hiervan is afhankelijk van in welke type
cel je zit: hartspiercel = cAMP gaat zorgen voor meer
calciuminstroom (verhoogde exciteerbaarheid en
contractiekracht), CZS = verhoogde excitatie, gladde spiercel =
inhibitie van contractiekracht door daling van calciuminstroom →
in bloedvaten = alfa1 en beta2 receptoren gaan elkaar
tegenwerken: ene geeft contractie, andere relaxatie
▪ Alfa2-receptor = negatief gekoppeld aan adenylaatcyclase → daling van
cAMP => gladde spiercel relaxatie
• Komt ook presynaptisch voor: neuronaal zorgt cAMP voor
activatie, maar dus als je die gaat remmen gaat het de
exciteerbaarheid verlagen
- Kinase-gekoppelde receptoren en nucleaire receptoren (uren)
o Zorgen voor cellulaire effecten en gen transcriptie
o Belangrijk bij inflammatoire processen
o Tyrosine Kinase receptoren
▪ Alle geneesmiddelen die hierop inwerken = “-nibs”
▪ Klassiek heb je een receptor die in plasmamembraan zit → als die
geactiveerd wordt = kinase activeren → gaat energie verbruiken omdat
die dan ander eiwit kan fosforyleren
▪ Na fosforylatie gaan die producten vaak dimeren vormen en op die
manier richting de nucleus gaan → door de kernmembraan en daar gaan

, binden op DNA en zo zorgen voor transcriptie zodat andere moleculen
aangemaakt worden
▪ Cytokines gaan via dit werken, bij oncologie gaan deze ook geactiveerd
worden door bepaalde groeifactoren
o Nucleaire receptoren
▪ Glucocorticoïden = cholesterol-skelet => dit is heel lipofiel: gaan
makkelijk een cel binnendringen → gaan in het cytoplasma binden met
glucocorticoid receptor => die geactiveerde receptoren gaan vaak ook
dimeren vormen en gaan dan richting de cel
▪ In de cel gaan die receptoren binden op DNA (glucocorticoid receptor
elements) en zorgen voor transcriptie → nieuwe dingen worden
aangemaakt = transactivatie
▪ Ook mechanisme waarbij zo een geactiveerde receptor gaat binden op
bepaalde transcriptiefactoren die belangrijk zijn bij inflammatie = je krijgt
remming → dit is transregressie

Basis principes van receptorinteracties
Agonist binding
- Uitwerking is geen examenleerstof
- We hebben een GM = agonist die gaat binden op
receptor → gaat agonist receptorcomplex vormen:
kan gevormd worden met snelheidsconstante met k+1
maar kan ook uit elkaar vallen met
dissociatieconstante k-1
- Bezettingsgraad = aantal receptoren waarop A
gebonden is tov totaal aantal receptoren
- Dissociatieconstante = verhouding van de dissociatie
gedeeld door de vorming
- Formule moeten we niet vanbuiten kennen maar we moeten eruit afleiden wat die
beschrijft
o De concentratie in verhouding met hoeveel
van de receptoren bezet zijn → hoe groter de
concentratie van agonist, hoe meer de
receptoren bezet gaan zijn
o Je kan aflezen welke concentratie we nodig
hebben om 50% van de receptoren te bezetten =
dissociatieconstante
o Moleculen waarbij de curve meer naar
rechts ligt = minder krachtig

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 16, 2026
Number of pages
145
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$9.01
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
MauriceLove

Get to know the seller

Seller avatar
MauriceLove Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
5 months
Number of followers
2
Documents
9
Last sold
5 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions