Micro-Economie.
Chapter 1
The mixed economy is a mixed market with government intervention. The model of a mixed
economy has worked well so far. Both GDP per capita and living standards have risen
exponentially.
The mixed economy is far from perfect.
- Environmental concerns: global warming, increasing pollution, excessive use of
natural resources.
- There are negative effects that come from globalisation.
- Inequality, both between and within countries.
- Poverty.
Economics is a part of the physical environment.
→ In een economie hebben we 2 types agenten: ondernemingen en consumenten.
Ondernemingen gebruiken arbeid en kapitaal voor productie en de huishoudens kopen
goederen en diensten via een inkomen die ze krijgen door het aanbieden van arbeid aan
ondernemingen. Het feit dat een beetje wordt genegeerd is dat ondernemingen ook ruwe
materialen, energie en water verbruiken. Deze zijn onbeperkt beschikbaar. Er vertrekt
vervuiling vanuit beide agenten waar men niet meer naast kan kijken.
- We zien dat de CO² in de lucht zwaar toeneemt samen met de toename van globale
emissies.
- Puur economisch maken we een afweging tussen de voordelen van private
contacten, en de kosten ervan. De kosten van meer sociale contacten is de
opportuniteitskost van uw tijd die u nu verliest door die extra sociale contacten.
Persistent inequality (Piketty).
→ Op de verticale as ziet men het aandeel in het totale inkomen van een land van de rijkste
0,1%. Als de inkomensverdeling volledig gelijk zou zijn, moet het aandeel ook 0,1% zijn,
maar natuurlijk is dat niet het geval. We zien dat door de jaren heen dit aandeel vermindert,
maar nu schommelt het aandeel nog steeds rond de 3%. Dit noemt men de persistente
ongelijkheid.
, Verklaringen:
- Technisch economische verklaring: er zijn verschillen in productiviteit
die zorgen in verschillen in inkomens van werknemers. Deze
verschillen komen door verschillende scholing.
- Politieke rol: we zien dat andere landen een andere politieke structuur
hebben waardoor er ook verschillen kunnen opduiken/
- Rol voor het verdienen van topmanagers: pickety zegt dat er binnen
de rijkste 10% of zelfs 1% nog steeds enorme verschillen zijn.
- Geluk: men kan niet 1000x positiever zijn dan anderen, er is een
onzekerheidselement.
Return to capital and growth.
→ Om te weten of dat inkomen uit het vermogen bijdraagd aan een hogere ongelijkheid,
suggereert Pickety dat we kijken naar 2 variabelen.
1. Groeivoet van de volledige economie.
2. Rendement van kapitaal.
We vergelijken deze 2, als het zo is dat het rendement van het kapitaal hoger is dan de
groeivoet van de volledige economie, dan betekent dat het vermogen meer en meer
geconcentreerd wordt. We zien op de grafiek dat de rente op kapitaal veel groter is dan de
groeivoet van de economie. Er was een kleine periode waar dit niet het geval was wat
betekend dat toen het vermogen minder geconcentreerd werd.
Vaak is er ook een correlatie tussen de twee factoren. Denk aan een arbeider die zijn
inkomen belegd en daardoor ook een rentenier wordt.
Top income tax rates.
→ Wat doen we nu met de ongelijkheid die we hierboven hebben besproken? Als er
verschillen zijn in de arbeidsinspanningen, moeten er ook compensaties zijn. Het probleem
van een te grote ongelijkheid is de druk op de democratie omdat te veel macht in handen
komt van slechts enkele personen. Gerelateerd aan democratie is het concept van
meditocratie. Meditocratie betekend dat de persoon met de meest geschikte vaardigheden
op de geschikte positie terechtkomt. Als de democratie onder druk komt te staan zal de
overheid geweld gebruiken om de situatie onder controle te houden.
De overheid gaat hier mee om door transparantie en instrumenten zoals het belasten van
hoge inkomens. We zien dat deze belastingsvoeten wél stevig zijn gedaald op de top
inkomens.
Waarom micro-economie?
Het einddoel is om te leren, maar ook om bedrijfs- en overheidsbeslissingen te
ondersteunen zoals prijszettingen, reclamebudgetering en investeringen. We kijken ook naar
overheidsbeslissingen om de tevredenheid te verhogen.
,Chapter 2
Vraag: What cannot be explained by the law of supply and demand?
- Fruits becoming cheaper in months of high consumption.
- Beachfront apartments becoming more expensive in months of high consumption.
- Huge variability in prices of crude oil, shares, carbon emission rights.
- Speculative bubbles.
- The law helps to explain all of the above.
→ In de maanden waar de vraag hoog is is het onmogelijk om meer appartementen te plotseling te
maken waardoor prijs stijgt. Bij fruit zal in het hoogseizoen meer fruit geteeld worden waardoor het aanbod ook
stijgt. Variatie in vraag en aanbod zal inderdaad zorgen voor variatie in de prijzen. Speculatieve bubbels volgt de
wet, maar heeft te maken met verwachting. Men koopt bijvoorbeeld omdat men verwacht dat in de toekomst de
vraag en dus ook de prijs zal stijgen.
Voorbeeld: Waarom zijn olieprijzen zo variabel?
We zien het verband tussen de
verhandelde hoeveelheid en de
prijs van olie. We merken op dat
de prijs veer variabeler is dan de
verhandelde hoeveelheid.
De oorzaak van de eerste en
tweede olieshock in de jaren 70
waren negatieve aanbod
schokken, dit betekend dat het
aanbod van ruwe olie daalt. Ook
zien we dat bij de tweede shock
de verhandelde hoeveelheid een
beetje daalt wat gepaart gaat
met een zeer sterke stijging van de prijs. Waarom is de prijsreactie zoveel sterker dan de
reactie van de verhandelde hoeveelheid? De consument kan zich niet makkelijk aanpassen,
bedrijven en huishoudens hebben die olie nodig waardoor de vraag zeer inelastisch is. Dit
wil zeggen als het aanbod daalt, dat we vooral een sterke prijsstijging hebben omdat de
consument zeer prijs ongevoelig is.
We zien tussen 2000 en 2008 opnieuw een sterke piek. Er is geen negatieve aanbodschok,
maar een positieve vraagschok door snelle groei vanuit China en India waardoor vraag naar
ruwe olie stijgt. Nu kan het aanbod niet volgen, het aanbod is inelastisch wat weer zorgt voor
een sterke stijging in prijs.
1 A quick review: demand, supply, equilibrum, elasticities.
Het evenwicht komt tot stand waar de vraag
gelijk is aan het aanbod.
Bij bijvoorbeeld een prijs van 5 is het aanbod
groter dan de vraag, wat zorgt voor een
aanbodoverschot en de markt is niet in
evenwicht.
Als de prijs 3 is, is er meer vraag dan aanbod
en is er een vraagoverschot.
Er is slechts een evenwicht waar vraag gelijk
is aan aanbod wat zorgt voor een unieke prijs
en hoeveelheid.
, Wat is het effect van een prijsverandering? We kijken naar de beweging OP de vraagcurve.
Een beweging OP de aanbodcurve geeft het effect van een verandering in prijs op de
aangeboden hoeveelheid. De verandering in prijs is steeds de verandering op een bepaalde
curve.
Als een andere factor veranderd zoals het inkomen, hebben we in plaats van een beweging
op de curve, een verschuiving van de curves.
Elasticiteit.
= hoe verandert vraag/aanbod naar aanleiding van een bepaalde factor. Prijselasticiteit is de
verandering in vraag/aanbod naar aanleiding van een verandering in prijs.
- prijselasticiteit van vraag en aanbod
- kruiselingse prijselasticiteit: wat gebeurt er naar de vraag naar een product A
wanneer er een verandering is in prijs van product B. Het effect van een verandering
in prijs van een ander product.
Prijselasticiteit van de vraag:
→ geeft de verandering in vraag tov de verandering in prijs.
- Stel de prijs stijgt van $2 naar $2.20 en de vraag daalt van 10 naar 8
stuks. De prijselasticiteit van de vraag vinden we zo:
→ Als de prijs toeneemt met 1%, zal de vraag afnemen met
2%.
- Stel de prijs daalt van $2.20 naar $2 en de vraag stijgt van 8 naar 10
stuks. Dan is de prijselasticiteit als volgt:
We zien dat als we de omgekeerde redenering nemen, dat we een ander
resultaat verkrijgen. Dit is niet aantrekkelijk want het is dezelfde verandering in absolute
termen. Het resultaat is dus afhankelijk van de richting waarmee we de formule invullen. Een
manier om hiermee om te gaan is het gebruik van de middelpunt methode of boog
elasticiteit. We maken nu gebruik van het feit dat het verschil tussen de twee formules komt
door beide noemers, de ene keer delen we door een oorspronkelijke hoeveelheid van 10 en
de andere keer met een van 8. Bij de middelpunt methode gaat men in plaats van de
oorspronkelijke hoeveelheid te gebruiken, een gewogen gemiddelde van de twee te nemen.
Chapter 1
The mixed economy is a mixed market with government intervention. The model of a mixed
economy has worked well so far. Both GDP per capita and living standards have risen
exponentially.
The mixed economy is far from perfect.
- Environmental concerns: global warming, increasing pollution, excessive use of
natural resources.
- There are negative effects that come from globalisation.
- Inequality, both between and within countries.
- Poverty.
Economics is a part of the physical environment.
→ In een economie hebben we 2 types agenten: ondernemingen en consumenten.
Ondernemingen gebruiken arbeid en kapitaal voor productie en de huishoudens kopen
goederen en diensten via een inkomen die ze krijgen door het aanbieden van arbeid aan
ondernemingen. Het feit dat een beetje wordt genegeerd is dat ondernemingen ook ruwe
materialen, energie en water verbruiken. Deze zijn onbeperkt beschikbaar. Er vertrekt
vervuiling vanuit beide agenten waar men niet meer naast kan kijken.
- We zien dat de CO² in de lucht zwaar toeneemt samen met de toename van globale
emissies.
- Puur economisch maken we een afweging tussen de voordelen van private
contacten, en de kosten ervan. De kosten van meer sociale contacten is de
opportuniteitskost van uw tijd die u nu verliest door die extra sociale contacten.
Persistent inequality (Piketty).
→ Op de verticale as ziet men het aandeel in het totale inkomen van een land van de rijkste
0,1%. Als de inkomensverdeling volledig gelijk zou zijn, moet het aandeel ook 0,1% zijn,
maar natuurlijk is dat niet het geval. We zien dat door de jaren heen dit aandeel vermindert,
maar nu schommelt het aandeel nog steeds rond de 3%. Dit noemt men de persistente
ongelijkheid.
, Verklaringen:
- Technisch economische verklaring: er zijn verschillen in productiviteit
die zorgen in verschillen in inkomens van werknemers. Deze
verschillen komen door verschillende scholing.
- Politieke rol: we zien dat andere landen een andere politieke structuur
hebben waardoor er ook verschillen kunnen opduiken/
- Rol voor het verdienen van topmanagers: pickety zegt dat er binnen
de rijkste 10% of zelfs 1% nog steeds enorme verschillen zijn.
- Geluk: men kan niet 1000x positiever zijn dan anderen, er is een
onzekerheidselement.
Return to capital and growth.
→ Om te weten of dat inkomen uit het vermogen bijdraagd aan een hogere ongelijkheid,
suggereert Pickety dat we kijken naar 2 variabelen.
1. Groeivoet van de volledige economie.
2. Rendement van kapitaal.
We vergelijken deze 2, als het zo is dat het rendement van het kapitaal hoger is dan de
groeivoet van de volledige economie, dan betekent dat het vermogen meer en meer
geconcentreerd wordt. We zien op de grafiek dat de rente op kapitaal veel groter is dan de
groeivoet van de economie. Er was een kleine periode waar dit niet het geval was wat
betekend dat toen het vermogen minder geconcentreerd werd.
Vaak is er ook een correlatie tussen de twee factoren. Denk aan een arbeider die zijn
inkomen belegd en daardoor ook een rentenier wordt.
Top income tax rates.
→ Wat doen we nu met de ongelijkheid die we hierboven hebben besproken? Als er
verschillen zijn in de arbeidsinspanningen, moeten er ook compensaties zijn. Het probleem
van een te grote ongelijkheid is de druk op de democratie omdat te veel macht in handen
komt van slechts enkele personen. Gerelateerd aan democratie is het concept van
meditocratie. Meditocratie betekend dat de persoon met de meest geschikte vaardigheden
op de geschikte positie terechtkomt. Als de democratie onder druk komt te staan zal de
overheid geweld gebruiken om de situatie onder controle te houden.
De overheid gaat hier mee om door transparantie en instrumenten zoals het belasten van
hoge inkomens. We zien dat deze belastingsvoeten wél stevig zijn gedaald op de top
inkomens.
Waarom micro-economie?
Het einddoel is om te leren, maar ook om bedrijfs- en overheidsbeslissingen te
ondersteunen zoals prijszettingen, reclamebudgetering en investeringen. We kijken ook naar
overheidsbeslissingen om de tevredenheid te verhogen.
,Chapter 2
Vraag: What cannot be explained by the law of supply and demand?
- Fruits becoming cheaper in months of high consumption.
- Beachfront apartments becoming more expensive in months of high consumption.
- Huge variability in prices of crude oil, shares, carbon emission rights.
- Speculative bubbles.
- The law helps to explain all of the above.
→ In de maanden waar de vraag hoog is is het onmogelijk om meer appartementen te plotseling te
maken waardoor prijs stijgt. Bij fruit zal in het hoogseizoen meer fruit geteeld worden waardoor het aanbod ook
stijgt. Variatie in vraag en aanbod zal inderdaad zorgen voor variatie in de prijzen. Speculatieve bubbels volgt de
wet, maar heeft te maken met verwachting. Men koopt bijvoorbeeld omdat men verwacht dat in de toekomst de
vraag en dus ook de prijs zal stijgen.
Voorbeeld: Waarom zijn olieprijzen zo variabel?
We zien het verband tussen de
verhandelde hoeveelheid en de
prijs van olie. We merken op dat
de prijs veer variabeler is dan de
verhandelde hoeveelheid.
De oorzaak van de eerste en
tweede olieshock in de jaren 70
waren negatieve aanbod
schokken, dit betekend dat het
aanbod van ruwe olie daalt. Ook
zien we dat bij de tweede shock
de verhandelde hoeveelheid een
beetje daalt wat gepaart gaat
met een zeer sterke stijging van de prijs. Waarom is de prijsreactie zoveel sterker dan de
reactie van de verhandelde hoeveelheid? De consument kan zich niet makkelijk aanpassen,
bedrijven en huishoudens hebben die olie nodig waardoor de vraag zeer inelastisch is. Dit
wil zeggen als het aanbod daalt, dat we vooral een sterke prijsstijging hebben omdat de
consument zeer prijs ongevoelig is.
We zien tussen 2000 en 2008 opnieuw een sterke piek. Er is geen negatieve aanbodschok,
maar een positieve vraagschok door snelle groei vanuit China en India waardoor vraag naar
ruwe olie stijgt. Nu kan het aanbod niet volgen, het aanbod is inelastisch wat weer zorgt voor
een sterke stijging in prijs.
1 A quick review: demand, supply, equilibrum, elasticities.
Het evenwicht komt tot stand waar de vraag
gelijk is aan het aanbod.
Bij bijvoorbeeld een prijs van 5 is het aanbod
groter dan de vraag, wat zorgt voor een
aanbodoverschot en de markt is niet in
evenwicht.
Als de prijs 3 is, is er meer vraag dan aanbod
en is er een vraagoverschot.
Er is slechts een evenwicht waar vraag gelijk
is aan aanbod wat zorgt voor een unieke prijs
en hoeveelheid.
, Wat is het effect van een prijsverandering? We kijken naar de beweging OP de vraagcurve.
Een beweging OP de aanbodcurve geeft het effect van een verandering in prijs op de
aangeboden hoeveelheid. De verandering in prijs is steeds de verandering op een bepaalde
curve.
Als een andere factor veranderd zoals het inkomen, hebben we in plaats van een beweging
op de curve, een verschuiving van de curves.
Elasticiteit.
= hoe verandert vraag/aanbod naar aanleiding van een bepaalde factor. Prijselasticiteit is de
verandering in vraag/aanbod naar aanleiding van een verandering in prijs.
- prijselasticiteit van vraag en aanbod
- kruiselingse prijselasticiteit: wat gebeurt er naar de vraag naar een product A
wanneer er een verandering is in prijs van product B. Het effect van een verandering
in prijs van een ander product.
Prijselasticiteit van de vraag:
→ geeft de verandering in vraag tov de verandering in prijs.
- Stel de prijs stijgt van $2 naar $2.20 en de vraag daalt van 10 naar 8
stuks. De prijselasticiteit van de vraag vinden we zo:
→ Als de prijs toeneemt met 1%, zal de vraag afnemen met
2%.
- Stel de prijs daalt van $2.20 naar $2 en de vraag stijgt van 8 naar 10
stuks. Dan is de prijselasticiteit als volgt:
We zien dat als we de omgekeerde redenering nemen, dat we een ander
resultaat verkrijgen. Dit is niet aantrekkelijk want het is dezelfde verandering in absolute
termen. Het resultaat is dus afhankelijk van de richting waarmee we de formule invullen. Een
manier om hiermee om te gaan is het gebruik van de middelpunt methode of boog
elasticiteit. We maken nu gebruik van het feit dat het verschil tussen de twee formules komt
door beide noemers, de ene keer delen we door een oorspronkelijke hoeveelheid van 10 en
de andere keer met een van 8. Bij de middelpunt methode gaat men in plaats van de
oorspronkelijke hoeveelheid te gebruiken, een gewogen gemiddelde van de twee te nemen.