Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 – DE MODALITEITEN VAN DE VERBINTENIS .............................................................. 2
AFDELING 1 – DE VOORWAARDELIJKE VERBINTENIS .................................................................................... 2
AFDELING 2 – DE VERBINTENIS MET TIJDSBEPALING .................................................................................... 4
AFDELING 4 – DE VERBINTENIS MET MEERDERE SUBJECTEN........................................................................... 5
HOOFDSTUK 2 – DE OVERDRACHT VAN VERBINTENISSEN EN VAN CONTRACTEN ............................ 8
AFDELING 1 – BEGRIPSBEPALING ............................................................................................................ 8
AFDELING 2 – DE OVERDRACHT VAN SCHULDVORDERING OF CESSIE ................................................................ 9
AFDELING 3 – DE SCHULDOVERDRACHT .................................................................................................. 10
AFDELING 4 – DE CONTRACTOVERDRACHT .............................................................................................. 11
HOOFDSTUK 3 – DE GEWONE GROND VAN UITDOVING VAN DE VERBINTENIS: DE BETALING ....... 12
AFDELING 1 – INLEIDENDE BEGRIPPEN ................................................................................................... 12
AFDELING 2 – DE EENVOUDIGE BETALING ............................................................................................... 13
AFDELING 3 – DE BETALING MET SUBROGATIE ......................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 – DE ONGEWONE GRONDEN VAN UITDOVING VAN DE VERBINTENIS..................... 16
AFDELING 1 – SCHULDVERNIEUWING ..................................................................................................... 16
AFDELING 2 – SCHULDVERGELIJKING...................................................................................................... 16
AFDELING 4 – KWIJTSCHELDING VAN SCHULD .......................................................................................... 17
AFDELING 6 – AFSTAND VAN RECHT EN RECHTSVERWERKING ...................................................................... 18
HOOFDSTUK 5 – HET BEWIJS VAN DE VERBINTENIS ....................................................................... 19
AFDELING 1 – INLEIDENDE BEGRIPPEN ................................................................................................... 19
AFDELING 2 – BASISBEGINSELEN IN DE PROCESSUELE CONTEXT .................................................................... 19
AFDELING 3 – HET VOORWERP VAN HET BEWIJS ....................................................................................... 20
AFDELING 4 – BEWIJSLAST .................................................................................................................. 20
AFDELING 6 – BEWIJSMIDDELEN ........................................................................................................... 20
AFDELING 7 – BEWIJSWAARDE ............................................................................................................. 22
AFDELING 8 – TOELAATBAARHEID VAN DE BEWIJSMIDDELEN ....................................................................... 23
1
,Hoofdstuk 1 – De modaliteiten van de verbintenis
Afdeling 1 – De voorwaardelijke verbintenis
De voorwaardelijke verbintenis in het algemeen
• Zuivere of onvoorwaardelijke verbintenis vs. voorwaardelijke verbintenis
o Partijen kunnen voorwaarden/termijnen inlassen: rechtsgevolgen van de OK in
de tijd aanpassen
§ Verbintenis is dus niet altijd zuiver è soms onderworpen aan
modaliteiten
o Voorwaardelijke verbintenis – art. 1168 BW
• Voorwaarde vs. tijdsbepaling
o Voorwaarde: toekomstige en onzekere gebeurtenis waarvan men de uitvoering
of uitdoving van de verbintenis laat afhangen
§ Soort wachttijd
o Tijdsbepaling: termijn; verbintenis hangt dan af van een toekomstige, doch
zekere gebeurtenis
• Ontbindende vs. opschortende voorwaarde
o Ontbindende voorwaarde: de toekomstige en onzekere gebeurtenis zal de
verbintenis uitdoven en retroactief tenietdoen = van rechtswege
§ Art. 1183 BW
o Opschortende voorwaarde: uitvoering/opeisbaarheid van de verbintenis w
opgeschort tot aan de vervulling van de voorwaarde
§ Art. 1181 BW
• Voorwaarden zijn slechts modaliteiten
o Toekomstige gebeurtenis
§ Accessoir = behoort niet tot de vervulling van noodzakelijke elementen
van de verbintenis
§ Extern aan de RH waaruit de voorwaardelijke verbintenis voortvloeit
o Verschil
Ontbindende voorwaarde Stilzwijgend (art. 1184 BW) + uitdrukkelijk
(art. 1183 BW) ontbindend beding
Niet inroepen bij wanprestatie Inroepen in geval van wanprestatie
Gaat van rechtswege in bij vervulling van Gaat niet van rechtswege in: keuzerecht
voorwaarde: geen tussenkomst van rechter tussen gerechtelijke ontbinding of beroep
+ geen keuzerecht op beding
Geen ingebrekestelling (want geen Voorafgaande ingebrekestelling
wanprestatie)
Geen respijttermijn mogelijk Respijttermijn mogelijk
Gelijkenis: de ontbinding werkt retroactief
Ontbindende voorwaarde
• Begrip en kenmerken
2
, o Ontbindende voorwaarde = beding waarmee partijen het retroactief en
automatisch tenietgaan van één of al hun verbintenissen laten afhangen van
een toekomstige en onzekere gebeurtenis (art. 1168 en 1183 BW)
o Gaat in van rechtswege
o Retroactief karakter
• Geoorloofdheid
o Geoorloofd, maar mag dwingend recht niet omzeilen
o Wettelijke uitzonderingen
• Gevolgen: in 3 fasen
o Hangende de voorwaarde
§ Soort wachttijd vanaf totstandkoming RH tot aan vervulling voorwaarde
§ Meestal termijn vastleggen waarbinnen vw. al dan niet zal plaatsvinden
è na termijn vaststellen of vw. al dan niet is vervuld
o Voorwaarde gaat in vervulling
§ Art. 1179 BW: retroactieve ontbinding/uitdoving è al wat tijdens de
wachttijd is verricht, moet w ongedaan gemaakt (maar mogen hiervan
contractueel afwijken)
§ Ontbinding treedt van rechtswege in
o Voorwaarde gaat niet in vervulling
§ Recht van de SE w definitief è verbintenis niet meer precair/bedreigd
§ Art. 1176-1177 BW
Opschortende voorwaarde
• Begrip en toepassingen
o Opschortende voorwaarde = uitvoering of opeisbaarheid van de verbintenis
schorsen tot bij de vervulling van de toekomstige en onzekere gebeurtenis (art.
1181 BW)
o Gaat in van rechtswege
o Retroactief karakter
• Gevolgen
o Hangende de voorwaarde
§ Soort wachttijd vanaf totstandkoming RH tot aan vervulling voorwaarde
§ RH en daaruit voortgesproten vw. verbintenissen bestaan, maar de
opgeschorte verb. moet niet w uitgevoerd
§ SA van opgeschorte verb. voorlopig niks verschuldigd è mag bij
vergissing dus beroep doen op onverschuldigde betaling
§ SE mag al bewarende maatregelen nemen, maar geen
uitvoeringsmaatregelen
§ SA mag normale vervulling van de vw. niet zelf verhinderen (art. 1178
BW) è dan w de voorwaarde geacht vervuld te zijn!
o Voorwaarde gaat in vervulling
§ Verbintenis moet nu w nagekomen en is opeisbaar
§ Retroactieve werking tenzij anders overeengekomen
o Voorwaarde gaat niet in vervulling
§ Voorwaardelijke verbintenis gaat teniet door verval
§ Art. 1176-1177 BW
• Verbod op de zuiver potestatieve voorwaarde aan de zijde van de schuldenaar
3