Hoofdstuk 4 – Exploreren in het social casework
1. Wat is exploreren?
• Exploreren = verkennen v/d situatie v/d cliënt gedurende het volledige procesverloop
o “Horizontaal kijken en luisteren”
o Ook derden (omgeving en professionals) kunnen info verstrekken
o Doel: weten, kennis opdoen, ordenen en verbanden leggen
• Wederzijds communicatieproces:
o De social caseworker informeert de hulpvrager over de organisatie
o De hulpvrager (en eventueel derden) informeren de hulpverlener over de situatie
• Exploreren gaat niet alleen over problemen: krachten, competenties, netwerkt,
context
→ Loopt doorheen het hele hulpverleningsproces
• Belang van exploratie:
o Basis van hulpverlening
o Nodig om juiste hulp te bieden
→ Zonder exploratie:
o Fout beeld van probleem
o Verkeerde interventies
• Voorbeeld exploreren:
⤷ Gezin met opvoedingsproblemen
Exploreren = nagaan:
o Wat is de hulpvraag?
o Hoe is de gezinssituatie?
o Wie helpt al?
→ Niet enkel probleem → gehele context bekijken
2. EDDA-actoren in het exploratieproces
Exploreren gebeurt nooit alleen tussen hulpvrager en hulpverlener. Verschillende
actoren beïnvloeden het proces.
• De EDDA-actoren:
1
, Agogische methoden 1 – H4
o De social caseworker
▪ Werkt binnen de context van een organisatie
o De hulpverlenende organisatie (bv. CAW, OCMW, CLB)
▪ Werkt volgens regels, procedures en visie
▪ Heeft mogelijkheden én beperkingen
o De hulpvrager (cliënt) en diens omgeving
▪ Heeft een voorgeschiedenis (“rugzak”)
▪ Individuele hulpvraag of vraag v/h cliëntsysteem
▪ Vrijwillig of onvrijwillig in hulpvelening
▪ Eerdere hulpverleningservaringen: zorgmijders/zorgmissers
▪ De hulpvrager als persoon: stil, teruggetrokken, chaotisch, … ?
▪ Relatie hulpvrager en omgeving: weet de omgeving v/d begeleiding?
▪ Is de hulpvrager goed geïnformeerd over doel en werking v/d organisatie?
o De verwijzer
▪ De relatie tussen verwijzer en hulpverlener beïnvloedt de exploratie
▪ Goede samenwerking faciliteert het proces
▪ Beeld v/d cliënt over de verwijzer
▪ Heeft de cliënt vrijheid om in te gaan op de verwijzing?
▪ Wat verwacht de verwijzer?
o De maatschappelijke context
▪ Wetgeving en regelgeving
▪ Structurele armoede
▪ Taal- en cultuurbarrières
▪ Druk tot activering
▪ Regels en procedures
⤷ Een OCMW moet eerst administratieve gegevens controleren vooraleer verdere
exploratie
3. Fasen in het exploratieproces p. 91
2
, Agogische methoden 1 – H4
4. Exploreren in de proloog
• Wat is de proloog? → soms niet nodig, maar korte vraagstelling of crisisinterventie
o Alles wat voorafgaat aan het eerste contact → onbewuste indrukken,
verwachtingen, dossierkennis
o Nog voor het eerste gesprek is er al veel gebeurd
→ Beïnvloedt hulpverlening
• De proloog omvat:
o Voorgeschiedenis v/d hulpvrager
o Context v/d social caseworker
o Context v/d organisatie
• Voorbeelden:
o Moeilijke schoolloopbaan (context hulpvrager)
o Culturele verschillen
o Wachtlijsten (context social caseworker en organisatie)
o Frustraties bij hulpverleners
o Negatieve eerdere hulpverleningservaringen
→ In de proloog wordt de hulpverleningsruimte al “gekleurd”
5. Exploreren tijdens het onthaal
• Wat is onthaal?
o Eerste persoonlijk contact waarbij vooral praktische info wordt gegeven
• Doel:
o Hulpvrager zoo efficiënt mogelijk bij de juiste hulpverlener brengen
o Het is relationeel zeer belangrijk → eerste indruk v/d organisatie
• Wie doet onthaal?
→ Afhankelijk van organisatie:
o Professional
o Vrijwilliger
o Secretariaat medewerker
• Onthaal faciliteren door:
o Ligging: bereikbaarheid
o Infrastructuur: bewegwijzering, sfeer, wachtzaal
o Communicatieve vaardigheden: oogcontact, aanspreekvorm, notities
o Non-specifieke factoren: leeftijd, geslacht, etniciteit, taal, vriendelijkheid
→ Gezien spanning in deze fase wordt elk detail uitvergroot
6. Exploreren tijdens de aanmelding
• Wat is de aanmelding?
o Eerste inhoudelijk contact waarbij:
▪ Info gevraagd wordt
▪ Info gegeven wordt
▪ Wordt nagegaan of de hulpvrager op de juiste plaats zit
o Kan: schriftelijk, e-mail, telefonisch, face-to-face
3