HOOFDSTUK 1. Tegensprekelijke procedure vs. eenzijdig verzoekschrift
§1. Tegensprekelijke procedure
Burgerlijk procesrecht (2 kenmerken)
1) Accusatoir = proces partijen bepalen zelf de grenzen van het geschil, nemen initiatief tot vordering, voortgang en
beëindiging, en de rechter blijft passief
2) Tegensprekelijk = de persoon (of rechtssubject) tegen wie de vordering gericht is, wordt opgeroepen om voor de
rechter te verschijnen, zich te verdedigen en gehoord te worden.
→ Het oproepen van de partij om voor de rechter te verschijnen = dagvaarding
Dagvaarding (2 betekenissen)
1) Rechtsingang
Proceshandeling waarbij de eisende partij de verwerende partij, op de bij wet bepaalde wijze, uitnodigt of doet
uitnodigen om op een bepaalde dag en plaats voor een bepaald rechtscollege te verschijnen om in een
tegensprekelijke procedure recht te horen doen omtrent de door hem geformuleerde aanspraken (= rechtsingang)
2) Gerechtsdeurwaardersexploot
Waarmee één of meerdere tegenpartijen worden bevolen om op een bepaalde dag voor de rechter te verschijnen
§2. Procedure op eenzijdig verzoekschrift
Eenzijdig verzoekschrift (art. 1025-1034)
Indien de procedure niet tegensprekelijk gebeurt, verloopt ze eenzijdig en wordt ze ingeleid op eenzijdig verzoekschrift
● Viseert een tegenpartij
● Maar tegenpartij wordt niet in de procedure betrokken
1
,DEEL VI. HOOFDSTUK 2. Minnelijke oplossingen van geschillen
HOOFDSTUK 2. Minnelijke oplossing van geschillen
§1. Bevordering minnelijke oplossing
Minnelijke schikking = bindende overeenkomst tussen partijen om een conflict of strafzaak op te lossen zonder tussenkomst
van een rechter
art. 730/1
Rechter bevordert in elke stand van het geding een minnelijke oplossing van de geschillen (!!! behalve in kort geding)
Op de inleidingszitting of een zitting op nabije datum kan rechter:
● Partijen bevragen over eerdere pogingen tot verzoening
● Hen inlichten over mogelijkheden tot minnelijke oplossing
● Persoonlijke verschijning bevelen
Indien verzoening mogelijk is, kan de rechter de zaak verdagen naar een vaste datum (max. 1 maand), tenzij partijen akkoord
gaan met langere termijn
Waarom? Om na te gaan of het geschil geheel of gedeeltelijk minnelijk kan worden opgelost
!!! Deze maatregel mag niet herhaald worden indien reeds bevolen in hetzelfde geschil
§2. Taak en voorwaarden
art. 731
Taak rechter = partijen verzoenen
+ elke inleidende hoofdvordering kan vooraf ter minnelijke schikking worden voorgelegd op verzoek van één partij of met
toestemming van beide partijen
→ Zonder afbreuk te doen aan art. 1724-1737
§3. Procedure
1) Indiening (art. 731, tweede lid)
Verzoek komt van één of beide partijen (kan ook mondeling)
2) Oproeping van partijen
Door griffier via gewone brief: om binnen gewone termijn van dagvaarding te verschijnen (art. 732)
3) Bevoegde rechter
Degene die ook bevoegd is voor vordering in eerste aanleg
4) Proces-verbaal
Altijd opgesteld bij verschijning. Indien minnelijke schikking en dus indien er akkoord is, wordt dit opgenomen in
proces-verbaal met formulier van tenuitvoerlegging → Uitvoerbare kracht zoals vonnis
§4. Facultatief vs. verplicht
In principe is minnelijke schikking facultatief
!!! In bepaalde wettelijke gevallen: verplicht (art. 731, derde lid)
→ Sanctie bij niet-naleving: wet bepaalt wat er gebeurt (vaak nietigheid van de vordering)
Voorbeelden (op straffe van nietigheid):
● Art. 578 en 734 Ger.W. → individuele arbeidsrechtelijke geschillen.
● Art. VII.14/24 WER → hypothecaire schuldeiser moet debiteur eerst oproepen tot verzoening vóór tenuitvoerlegging.
● Art. 1345 Ger.W. → pachtzaken: geen rechtsvordering als geen voorafgaande oproeping tot schikking.
EXAMEN: Geef een voorbeeld van een verplichte minnelijke schikking
2
,DEEL VI. HOOFDSTUK 2. Minnelijke oplossingen van geschillen
§5. Familiezaken
Concreet geregeld in art. 1253ter/1 e.v.
§6. Arbeidsrechtbank
Elke zaak betreffende vorderingen genoemd in art. 578 moet voorafgegaan worden door poging tot minnelijke schikking
!!! Op straffe van nietigheid (art. 734)
3
, DEEL VI. HOOFDSTUK 3. Wijze van rechtsingang
HOOFDSTUK 3. Wijze van rechtsingang
§1. Algemeen
A. Art. 700 ger.w.
Art. 700 → Algemene gemeenrechtelijke regeling van rechtsingang op tegenspraak
Rechtsingang (EXAMEN) = het procedureel moment waarop een hoofdvordering "voor de rechter wordt gebracht."
Hoofdvorderingen moeten via dagvaarding worden ingeleid. Deze dagvaarding stuit de verjaring (= wettelijk voorziene termijn
begint opnieuw te lopen vanaf 0). Die stuiting geldt enkel als je gelijk krijgt. Dus als je ongelijk krijgt, geldt er geen stuiting.
Als je dagvaarding nietig verklaard wordt, omdat je bijvoorbeeld met een verzoekschrift hebt gewerkt, terwijl dat niet mocht,
dan behoudt deze wel haar stuitend karakter van de verjaring en kan je opnieuw beginnen met een dagvaarding.
B. Begrip ‘dagvaarding’ in artikel 700 Ger.W.
Dagvaarding: heeft 2 betekenissen, maar in deze context → gerechtsdeurwaardersexploots waardoor een vordering wordt
ingeleid
3 mogelijke vormen van rechtsingang:
1) Dagvaarding → Altijd (gemeenrechtelijke regel)
2) Vrijwillige verschijning → Altijd (art. 706)
3) Tegensprekelijk verzoekschrift → Enkel wanneer de wet het uitdrukkelijk toelaat
C. Hoofdvordering
!!! Enkel betrekking op de hoofdvordering of inleidende vordering (art. 12) en dus niet op tussenvorderingen of
tegenvorderingen
D. Regels gesteld door art. 700
EXAMEN: deze 5 kunnen geven
1) Dagvaarding = gemeenrechtelijke regel.
De hoofdvordering wordt in principe altijd bij dagvaarding ingeleid, tenzij de wet anders bepaalt.
2) Vrijwillige verschijning is altijd mogelijk.
Partijen kunnen de zaak altijd inleiden via gezamenlijk verzoekschrift tot vrijwillige verschijning, ongeacht de
rechtstak. (art. 706)
3) Tegensprekelijk verzoekschrift = uitzonderingsregeling.
Een vordering kan enkel bij tegensprekelijk verzoekschrift worden ingeleid als de wet dit uitdrukkelijk toelaat, anders
relatieve nietigheid.
4) Keuzevrijheid bij wettelijk voorzien verzoekschrift.
Wanneer de wet dit toelaat, behoudt de eiser toch het recht om te kiezen voor een dagvaarding. De meerkost van de
dagvaarding (duurder dan tegensprekelijk verzoekschrift) wordt niet als fout beschouwd omdat men keuzerecht
heeft. (art. 1034bis)
!!! Bij grote zaken is dagvaarding aangeraden voor meer rechtszekerheid
5) Nietigheid bij overtreding = relatieve nietigheid met stuitend karakter.
Wanneer de inleidende akte nietig wordt verklaard wegens overtreding van art. 700, is deze nietigheid relatief +
behoudt de nietige akte haar stuitend karakter (art. 700, lid 2): de verjaring wordt gestuit, en de verjaringstermijn
begint opnieuw te lopen.
4