1 DE ONTWIKKELING VAN FINANCIEWEZEN EN ECONOMISCHE GROEI
In moderne economieën circuleren vele soorten financiële activa en financiële
instrumenten. Sinds enkele decennia kent het financiewezen een ingrijpende
structuurwijzigingen en proliferatie van nieuwe instrumenten.
Nieuwe instrumenten
- De belangrijkste nieuwe instrumenten zijn terug te vinden in markt van
afgeleide producten
- Tien jaar geleden: opties en futures
- Nu: CDO’s (= Collateralized Debt Obligations) en CDS’en (= Credit Default
Swaps)
Gesofisticeerde financiewezen
- Het steeds meer gesofisticeerde financiewezen is een van opvallendste
kenmerken van hedendaagse economieën.
Economische groei
- Monetarisering van de economie
- Uitbreiding en verdieping van het financiewezen
1.1 KREDIETCRISIS 2008
2 groepen:
- Huiseigenaars met hypotheek
- Grote instellingen
- investeerders zoals pensioenfondsen
Partijen werden samengebracht
- Reden: investeerders konden meer geld verdienen op deze manier dan
door geld te lenen aan FED
Probleem ontstaan door niet – terugbetaling van hypothecaire leningen
1.1.1 GOEDKOPE LENINGEN DOOR LAGE RENTE: 2001 – 2007
Sinds het jaar 2000 heeft de centrale bank in de Verenigde Staten (FED) de rente
stapsgewijs verlaagd. Hierdoor konden bedrijven en particulieren makkelijk en
goedkoop geld lenen. Banken verkochten bijvoorbeeld hypotheken met een
variabele rente aan particulieren die het zich eigenlijk niet konden veroorloven.
,1.1.2 STIJGENDE RENTE EN DE GEVOLGEN: 2007
Zolang de rente laag bleef, ging konden huiseigenaren hun hypotheek
opbrengen. In 2007 steeg rente weer. Toen konden deze huiseigenaren
hypotheek niet meer betalen. Ze werden gedwongen hun huis te verkopen. Er
kwamen te veel huizen op de markt. Daardoor, brachten veel huizen minder op
dan het bedrag dat de banken ervoor aan lening hadden uitstaan. Banken leden
grote verliezen doordat huizenbezitters hypotheken niet konden aflossen. Door
deze ontwikkelingen konden banken niet meer aan hun verplichtingen voldoen.
Zij leenden elkaar geen geld meer. De overheden hebben toen ingegrepen.
1.2 LEVERAGE
Leverage = hefboom die gebruikt wordt bij het handelen
- Bij het handelen met leverage kun je namelijk meer geld gebruiken voor
een trade dan je hebt
- Wat leverage doet is een hefboom gebruiken om met een hogere waarde
te kunnen handelen
- Met een hefboom kan je een trade openen voor een lager bedrag en toch
profiteren van de hogere winst die je zou hebben als je zelf het gehele
bedrag zou inleggen zonder de hefboom
Voorbeeld:
Stel dat je bijvoorbeeld maar €250 hebt om mee te traden, dan zou dit in veel
gevallen veel te weinig zijn om een beetje leuk mee te handelen. Als het aandeel
dat je wil kopen €25 kost, dan kun je er maar 10 kopen. Als de prijs van dat
aandeel vervolgens €0,50 stijgt dan heb je maar 10 x €0,50 = €5 verdiend. Maar
als je broker een hefboom aanbiedt van 1:100 dan kun je ineens 1000 aandelen
kopen en verdien je met die €0,50 stijging 1000 x €0,50 = €500
1.3 CDO
CDO = Collateralized Debt Obligations
- Het zijn gebundelde en herverpakte effecten, met als onderpand een
bedrijfsobligatie. Banken kunnen zo een lening van hun balans halen en
verhandelen op de beurs.
- Financieel riskant product opsplitsen in 3 vakken:
Safe: goede rating, AAA, 4% opbrengst
Okay: BBB, 7% opbrengst
Risky: zonder rating, hogere return 10%, groot risico voor niet –
terugbetaling
- Risico: Niet – terugbetaling door gezinnen van hun hypothecaire kredieten,
daardoor worden veel huizen te koop geplaatst. Aanbod van huizen stijgt
dus, waardoor de prijs van huizen daalt.
1
, - Uiteindelijk bestaat CDO uit enkele waardeloze huizen -> onderliggende
waarde
1.4 CREDIT DEFAULT SWAP (=CDS)
CDS = Credit Default Swap
- Deze swap betreft een overeenkomst tussen twee partijen waarbij het
kredietrisico van een derde partij wordt overgedragen
- Deze swap wordt normaal gebruikt als verzekering van portefeuille
obligaties
Als uitgever van obligaties het geleende bedrag niet meer kan
terugbetalen (=default) dan zal uitgever van CDS dit verlies
compenseren
In geval dat er zich geen default voordoet loopt CDS - contract
na een vooraf bepaalde periode gewoon af
GELD
2.1 BEPALING
- We gaan uit van de traditionele bepaling dat geld een algemeen aanvaard
betaalmiddelis
- In economisch – technische zin gebruiken de omschrijving van Scheffer en
Smeets:
Geld bestaat uit deze voorwerpen of tekens die algemeen als
wettig betaalmiddel bij het goederen – en dienstenverkeer
worden aangewend en aanvaard, en die zich bij het publiek (niet-
banken) bevinden.
2.2 MATERIËLE VORMEN GELD KAN IN VERSCHILLENDE GEDAANTES
CIRCULEREN
- Er was een evolutie van goederengeld naar papiergeld dat vandaag steeds
meer aan belang verliest ten opzichte van elektronisch geld
Vandaag heeft papiergeld/elektronisch geld bijna volledig plaats
ingenomen van muntstukken
Evolutie betaalmiddelen:
o Ruilhandel
o Protogeld of goederengeld
o Symbolisch (10 eeuwen v.C.)
o Edelmetaal (1279 v.C.)
o Eerste munten (600 v.C.)
o Chinees papiergeld (10de eeuw)
2
, o Europees papiergeld (17de eeuw)
o Elektronische betaalmiddelen (20ste eeuw)
o It-revolutie
2.3 GIRAAL EN CHARTAAL GELD
In moderne financiële systemen bestaat geld uit 2 componenten:
- Chartaal geld
- Giraal geld
2.3.1 CHARTAAL GELD
Geld dat in papieren of metalen voorwerp is belichaamd
- Fysiek betaalmiddel
- Het bestaat uit muntstukken en bankbiljetten
- Uitgegeven door de overheid en in omloop gebracht door een centrale
bank
In België
- Koninklijke munt was verantwoordelijk voor muntstukken
- NBB was verantwoordelijk voor bankbiljetten
Met de invoering van de euro verschoof de verantwoordelijkheid
voor de emissie van bankbiljetten naar de ECB
2.3.2 GIRAAL GELD
Geld bij de bank = geld op zichtrekening
- Giraal geld is gelijk aan het volume zichdeposito’s
- Tegoeden bij depositobanken waarover de houder altijd kan beschikken,
zonder voorafgaande opzegging of kennisgeving
- Dat gebeurt via elektronische betaling/overschrijving met debetkaart
gelinkt aan zichtrekening
2.4 GEGIRALISEERDE BETAALMETHODES
De meest courante girale betaalmiddelen zijn de magnetische debetkaarten
uitgegeven door banken en de kredietkaarten. Debetkaarten zijn enkel
betaalmiddel, kredietkaarten zijn betaalmiddelen en bieden daarnaast ook
kredietfaciliteit aan.
Gegiraliseerde betaalmethodes :
3