Samenvatting Merkreputatie 20-
21
҉ Internal Branding ҉
Outside-in en Inside-out
Outside-in: Vertaal de externe belofte (reclame) naar gewenst gedrag voor medewerkers. Risico:
medewerkers mogen niet zelf meedenken over de waarden en krijgen deze opgedragen.
Inside-out: Vertaal de identiteit en cultuur van het merk naar een externe belofte. Input van
medewerkers is hierbij belangrijk. Medewerkers voelen zich zo eerder gehoord.
Outside-in / Inside-out: Luister naar de buitenwereld en kijk naar de identiteit van het merk en de
cultuur en zorg voor afstemming. Reactie op maatschappij vanuit eigen identiteit en personeel.
Voorwaarden
Willen Kunnen
Intrinsiek Motivatie Bekwaamheid
‘Iets doen omdat je dat zelf ‘Over de juiste vaardigheden beschikken om een taak goed uit te
wilt’ voeren’
Extrinsie Stimulatie Mogelijkheid
k ‘De gelegenheid krijgen en over de juiste ondersteunende
‘Iets doen, omdat een ander
middelen beschikken om een taak goed uit te kunnen voeren’
wil dat je dat doet’
De voorwaarden om medewerkers de waarden van het bedrijf te kunnen en willen laten uitdragen:
1
, 2
Fasen van internal branding
1. Urgentie: Als medewerkers niet de noodzaak zien van veranderingen, zullen ze dit ook niet
doen. Vaak is er een duidelijke aanleiding om een internal branding traject te starten, zoals
een fusie of een verandering in de maatschappij.
2. Betrekken: Uitleggen wat het doel is, wat mensen kunnen verwachten en wat er van hen
verwacht wordt, zoals meedenken over het dagelijkse handelen.
3. Activeren van de medewerkers: Dit is wanneer werknemers en leidinggevenden aan de slag
gaan met het veranderen van hun gedrag. Dit kan worden ondersteund door trainingen,
workshops etc.
4. Bewijsvoering: In deze fase delen collega’s successen, maar ook wat er niet goed is gegaan.
Zo leert men van elkaar en motiveert het om verder te gaan.
҉ Ethiek ҉
Waarden: Idealen en motieven die nagestreefd worden binnen een samenleving of groep. Er is een
verschil tussen intrinsieke waarden en instrumentele waarden.
Normen: Concrete richtlijnen voor het handelen, op basis van de waarden die heersen binnen een
samenleving of groep.
Wat vinden we belangrijk? (= waarden). En hoe moeten we daar naar handelen? (= normen)
Moraal: Het geheel van waarden en normen binnen een samenleving of groep.
Ethiek: De systematische en kritische reflectie op moraal. Wat vinden we van de geldende waarden
en normen? Handelen we volgens de geldende waarden en normen?
Moreel, immoreel en amoreel
Immorele handeling: Je doet iets wat niet aansluit bij de algemene waarden en normen. Accent ligt
op rechtvaardigheid / onrechtvaardigheid (‘goed of fout’); de handeling is niet in overeenstemming
met de moraal
Amorele handeling: Handeling waarbij morele waarden of normen niet spelen. Je stelt jezelf niet de
vraag of het wel/niet aansluit bij onze waarden en normen. Je kijkt alleen of het mag volgens de
geldende regels/richtlijnen/wet. Accent ligt op rechtmatigheid / onrechtmatigheid: de handeling is in
overeenstemming met de (rechts)regels.
2