Les 1: introductie + inleiding
Uitleg over de studiebundel + opdracht opo16 —> meubel uitwerken adv studies naar materialen
Universeel ontwerp concept = ontwerp dat bruikbaar is door zo veel mogelijk mensen ongeacht leeftijd, beperking of
achtergrond
Ruimtelijk ontwerp = ontwerp dat eigen ruimte en sfeer creëert
Objectmatig ontwerp = ontwerp waarbij je object (zoals voorwerp) vormgeeft met aandacht voor functie, vorm en
gebruik
Les 2: hout
1. Soorten
Tropische bossen = bossen met constant klimaat, tussen de steenbok-lijn en de kreeft-lijn (23,5° ten n/z van evenaar)
—> 57% van tropische bossen bevinden zich in Amazonebekken van Latijns-Amerika, verder ook in centraal Afrika,
Zuidoost-Azië en eilanden in de Stille Oceaan
—> er is een constant warm en vochtig klimaat = snelle groei en geen bladverlies (evergreen)
—> vb zijn Teak, Meranti, Padoek, Merbau, …
Boreale/Noordelijke bossen = naaldwouden, groenblijvende bossen die minder water nodig hebben en groeien in gebieden
met weinig regen, +-30m
—> bevinden zich in Noord-Amerika en Eurazie, Scandinavië en Oost-Siberië
—> 20% van alle bossen in de wereld is boreaal, 80% wereldwijd van alle constructies bestaan uit naaldhout
—> vb Dennen, Sparren, lariks
Gematigde/gemengde bossen = loof- of naaldbossen, gemengde bossen of breedbladige groenblijvende bossen
—> loofbossen = aan zuidkant van boreale bossen, oostelijke Verenigde Staten, Europa, West-Turkije, Oost-Iran, West-China
en Japan. hebben 4 verschillende seizoenen en verliezen dus hun bladeren.
—> bv Beuken, Eiken, Essen, Populier, …
—> gemengde bossen = mengeling van loof- en naaldbomen
2. Ontginning
Kwaliteitslabel = garantie dat hout voldoet aan bepaalde normen voor kwaliteit, duurzaamheid en herkomst
—> Forest Stewardship Council (FSC) = zet zich in voor behoud van bossen en verantwoord bosbeheer wereldwijd,
bescherming biodiversiteit, sociale en economisch welzijn van werknemers en inclusiviteit bij besluitvorming
—> PEFC = verantwoord bosbeheer, rekening houdend met milieu, sociale/economische aspecten en stimuleren herplanten en
selectieve kap
—> breder verkrijgbaar dan FSC, divers houtbeleid per land, mag gemixt geleverd worden (70% PEFC)
Bomen en hout slaan CO2 op door fotosynthese = koolstofdioxide CO2 en water H20 worden omgezet in zuurstof O2
—> hoeveelheid opslag hangt af van soort, leeftijd en omgeving (gemiddeld 22kg CO2 per boom per jaar )
—> grote bomen en bossen slaan meer CO2 op dan verspreidde bomen
Hoe CO2-neutraal bouwen, dus met zo min mogeljk gevolgen voor milieu:
1. gebouw energieneutraal maken = trias energetica
- energieverbruik beperken door verspillen tegen te gaan
- maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen bv wind, water en zonne-energie
- efficiënt gebruik van fossiele energiebronnen
2. gebouw moet klimaatvriendelijk gerealiseerd worden = circulair bouwen
- zo veel mogelijk herbruikbare grondstoffen gebruiken en min mogelijk eindige bronnen = kringlopen
3. alle overige uitstoot als gevolg van de bouw moet geminimaliseerd en gecompenseerd worden
- werken met duurzamen en lokale materialen = korte keten
3. Eigenschappen
Samenstelling van loofhout
Xyleem = spinthout bestaat uit jongste, levende houtcellen die water en mineralen transporteren
—> oud xyleem = kernhout, boom kan niet water blijven doorstromen door hele stam
—> in voorjaar staan vaten open, zo kan water naar nieuwe bladeren gaan
Floeëm = transporteert suiker en voedingstoffen naar wortels, stam en vruchten
Vroeghout = grote vochtkanalen met dunne celwand, lichte kleur
Laathout = kleinere vochtkanalen met dikke celwand, donkere kleur en sterker
hout
dia 29
,Zaagwijze hout
- kops gezaagd (dwarse richting), radiaal gezaagd (axiale richting), tangentiaal gezaagd (axiale richting)
Zaagmethode heeft invloed op planken
—> radiaal hout zal smaller worden, tangentiaal hout zal scheef trekken (hol) want de ene jaarring
zal meer krimpen dan de andere
Samenstelling van naaldhout
Naaldhout bevat geen vaten of vezels maar transporteert water via traceïden =
lange uitgerekte cellen met kleine gaatjes (stippels) die water doorlaten
—> hardkanalen zorgen voor bescherming, het dicht de wonde
Opbouw microfibril en vochtregeling van hout
microfibril = zorgen voor stevigheid, bepalen hoe goed hout kan buigen zonder te breken
—> bestaat 40-50% uit cellulose, 10-30% uit hemicellulose en 20-30% uit lignine
·
Opbouw celwand loofhout
bestaan uit vier lagen die onder verschillende hellingsgraad tegen elkaar liggen
—> S1 en S3 = hebben horizontale vezels die zorgen voor flexibiliteit
—> S2 = heeft verticale vezels die zorgen voor stijfheid
—> P laag = stijve laag die zorgt voor hardheid
De volumieke massa van hout wordt grotendeels bepaald door de hoeveelheid water er zich in het hout bevind, dat kan
tot 200% zijn. er zit meer water in net gevelde stammen (geen meubels van maken)
—> we onderscheiden 2 soorten water in hout, het vrije water in de structurele holten en het gebonden water in de
celwanden
—> verzadigingspunt = als het vrije water (door verdamping) verdwenen is (tussen 25-35%)
—> officiele volumieke massa wordt pas gemeten op een vochtpercentage van 12%
—> balsa en ayous zijn extreem licht, teak en paddoek zijn extreem zwaar
4. Duurzaamheid
Duurzaamheidsklassen van hout
1. duurzaamheidsklasse I = zeer duurzaam, min 25 jaar
2. duurzaamheidsklasse II = duurzaam, 15-25 jaar
3. duurzaamheidsklasse III = matig duurzaam, 10-15 jaar
4. duurzaamheidsklasse VI = weinig duurzaam, 5-10 jaar
5. duurzaamheidsklasse V = niet duurzaam, maximaal 5 jaar, spinhout is niet duurzaam
—> gemeten op een paaltje met afmeting 50x50 mm in grondcontact
Thermisch gemodificeerd hout is hout dat door warmtebehandeling tot 200° in een zuurstofarme omgeving duurzamer
gemaakt wordt, het krijgt een lagere vochtopname waardoor het meer geschikt is voor buiten, bestand is tegen
schimmels, lichter wordt, …
—> de sterkte en buigkracht neemt af, het is dus niet geschikt als constructiehout
5. Sterkteklassen
Naaldhout wordt aangeduid met C, loofhout wordt aangeduid met D
Massief hout --> loofhout vs naaldhout
- anatomische structuur = houtvaten vs tramheiden
- fysische eigenschappen = hardste en zwaarste loofhout en zachtste en lichtste loofhout is veel > dan naaldhout
- benaming = loofhout wordt hardhout genoemd naaldhout wordt softwood genoemd
6. Constructies
Cross Laminated Timber/kruislaaghout = houten platen zijn kruislings op elkaar verlijmd, sterker, stabieler en stijver
want houtvezels liggen in meerdere richtingen (constructie mogelijk)
Glulam = glued laminated timber/gelijmd gelamelleerd hout, de draad van het hout ligt in alle verlijmde delen in
dezelfde richting, geschikt voor draagcontructies en kan gebogen worden, gelijmde vingerlas wordt gebruikt
Laminated Veneer Lumber = opgebouwd uit meerder lagen van 3 à 6 mm dikke grenen- en vurenfineren, onderling
verlijmd met (organische) watervaste bindmiddelen, meestal parallel soms gekruist
—> maximale sterkte en hoge dimensionaliteit
7. Houtskeletbouw (HSB)
Volledige draagstructuur is opgebouwd uit een geraamte van houten stijlen en balken, verstijfd met plaatmateriaal, er
kan isolatie tussengeplaatst worden
—> balken hebben standaarddoorsnede, op vaste afstand verticaal geplaatst en onderlinge verbonden door horizontale
bevestigde kepers
—> variant: bouwen met I-joisten
—> stabiliteit en stijfheid zijn verzekerd door de plaatmaterialen die op kaders worden aangebracht
'
, HSB methodes
Platform methode = isolatie wordt lokaal geperforeerd waardoor er warmte verloren gaat
Balloon methode = isolatie loopt mooi door, warmte blijft binnen
FJI-ligger = samengesteld uit massieve boven- en onderregel die druk en trekkrachten opvangen
—> licht gewicht voor werkende hoogte, makkelijk perforeerbaar, sterkte bepaald door hoogte van ziel (OSB)
8. Verbindingen in constructie
Zichtbare verbindingen Niet zichtbare verbindingen
Langse houtverbindingen
Lengteverbindingen Pen- en gat verbinding
Halfhoutverbindingen Verstekverbinding Zwaluwstaartverbinding
9. Fineer, extra bewerkingen en kwaliteitsklasse
Fineer = dunne lagen hout die op elkaar worden verlijmd
—> dunfineer = 0,6mm
—> dikfineer = 1,4 > 4 mm
Extra bewerkingen voor textuur en uitstraling:
1. geborsteld = lichte borsteling, structuur komt meer naar voren
2. zandstraaleffect = diepe borsteling, uitgesproken nerven
3. scarved (lintzaageffect) = ruwe zaaglook, voor een ambachtelijk, natuurlijk resultaat
4. geschaafd = met de hand geschaafd en gevoegd (authentieke afwerking)
Kwaliteitsklasse van A-D —> A is beste kwaliteit dia
Les 3: biobased en geobased
Biobased = gaat over de materialen zelf, je bouwt met materialen van biologische oorsprong, zoals bv planten
Geoboased = bouwen met materialen van niet levende, minerale oorsprong, uit de aarde dus
—> worden gebuikt om het Antropoceen (= periode waarin mens/bouwsector aarde zwaar vervuild heeft) tegen te gaan
—> biobased slaat CO2 op, geobased vermijd aanmaak van CO2, bv leem gebruiken ipv cement