Hoofdstuk 1: kenmerken van de belgische staat
1.1 Het ontstaan van Belgie
• Tussen 1815 en 1830 was België een deel van Nederland, koning Willem 1 was het
staatshoofd toen.
• Er was veel kritiek op koning Willem
o Katholieken: tegen inmenging in godsdienst
o Liberalen: tegen verplicht gebruik Nederlands
• In augustus 1830 braken in Brussel rellen uit na de opera De Stomme van Portici. De opstand
groeide uit tot een revolutie (Belgische Omwenteling), die uiteindelijk leidde tot de Belgische
onafhankelijkheid.
Oorsprong Belgische revolutie? à De industrialisering zorgde voor armoede en sociale
ongelijkheid, waardoor arbeiders en de lagere klasse steeds ontevredener werden. Dit leidde tot
opstanden en uiteindelijk de Belgische Revolutie.
• De rijke burgerij nam de leiding over de revolutie, vormde burgerwachten om de orde te
herstellen en gebruikte die machtspositie om de onafhankelijkheid af te dwingen.
• Frankrijk, Groot-Brittannië en Pruisen steunden België’s onafhankelijkheid. Dit werd officieel
vastgelegd tijdens de Conferentie van Londen (1830-1831), waar de grootmachten
onderhandelden over de toekomst van België.
• Monsterverbond’: Liberalen en katholieken, normaal politieke tegenstanders, sloegen
tijdelijk de handen ineen om de Nederlandse overheersing te beëindigen. Na de
onafhankelijkheid kwamen hun verschillen weer naar boven.
En dan werden er keuzes gemaakt (= geen toeval):
- Grondwet / constitutie
- Scheiding der machten
- Een monarchie
- Een representatieve en parlementaire democratie
- Een rechtsstaat
,1.2 De grondwet
Wat is recht?
• Recht is het geheel van regels en normen die het gedrag van mensen in een samenleving
bepalen en afdwingbaar zijn door een autoriteit, zoals de overheid. Recht zorgt voor de
ordening van de samenleving.
Bronnen van het recht
1. Wetten
1.1 Internationale verdragen
1.2 Grondwet
1.3 Wetten, decreten, ordonnanties/verordeningen
2. Rechtspraak
3. Rechtsleer
4. Gewoonten (zonder tegenspraak) en gebruiken (met instemming)
5. Algemene rechtsbeginselen
De Grondwet van België legt de basisprincipes vast voor hoe de staat is ingericht en hoe de
belangrijkste instellingen werken. Hier wordt bepaald hoe de verhouding is tussen de staat en de
burgers, maar ook hoe de instellingen onderling met elkaar omgaan.
Hoofdlijnen van de staatsstructuur:
• De Grondwet bepaalt de basisregels voor de organisatie van de staat en de rechten van de
burger.
• Deze regels zijn juridisch afdwingbaar, wat betekent dat ze verplicht zijn en door de rechter
gehandhaafd kunnen worden.
Grondwet van België:
• De Belgische Grondwet is deels geïnspireerd door de Franse Grondwet en liberale principes.
• Het biedt een stabiel kader voor de werking van de staat, maar de Grondwet kan gewijzigd
worden, al is dit een moeilijk proces om te voorkomen dat het te vaak gebeurt. Toch worden
er regelmatig aanpassingen gemaakt om de Grondwet bij de tijd te houden.
Grondrechten
Er zijn twee soorten grondrechten die belangrijk zijn in de Grondwet:
• Klassieke grondrechten (burgerlijke en politieke rechten):
o Kiesrecht (het recht om te stemmen)
o Vrijheid van meningsuiting
o Godsdienstvrijheid
o Verbod van discriminatie
• Sociale grondrechten:
o Het recht op huisvesting
o Sociale zekerheid (zoals pensioenen en uitkeringen)
o Gezondheidszorg
o Gezond leefmilieu
,1.3 Scheiding der machten
Macht in de samenleving:
• Voor een goed georganiseerde samenleving moet macht aan bepaalde personen of
instellingen worden gegeven om regels op te leggen die door iedereen nageleefd moeten
worden. Deze macht kan op verschillende manieren worden verdeeld: één persoon kan alle
macht hebben, of de macht wordt verdeeld tussen meerdere personen of instellingen.
Montesquieu en de scheiding der machten:
• De Franse filosoof Montesquieu (1748) zei dat iedereen met macht die zou kunnen
misbruiken. Daarom pleitte hij voor de scheiding der machten in drie delen:
- Wetgevende macht: Maakt de wetten.
- Uitvoerende macht: Voert de wetten uit.
- Rechterlijke macht: Controleert of de wetten goed worden nageleefd.
Montesquieu vond dat elke macht elkaar moest beperken en controleren om machtsmisbruik te
voorkomen.
Scheiding van machten in België:
• Het Nationaal Congres koos voor deze scheiding van machten in België, hoewel dit niet
expliciet in de Grondwet staat. In de praktijk is er ook samenwerking tussen de machten.
Federale overheid en de gemeenschappen/gewesten:
• De scheiding van machten geldt ook voor de gemeenschappen en gewesten van België. Zij
hebben hun eigen wetgevende en uitvoerende machten, maar geen aparte rechterlijke
macht. De rechterlijke macht wordt zowel voor de federale overheid als voor de
gemeenschappen/gewesten door dezelfde rechtbanken uitgevoerd, met enkele
uitzonderingen (zoals bepaalde rechtbanken voor specifieke zaken).
Voorbeeld Zone 30 Boete in zone 30
Welke rol heeft
◦ Wetgevende macht?
◦ Uitvoerende macht?
◦ Rechterlijke macht?
◦ Waarom niet gewoon 1 instantie die alles doet?
, 1.4 De monarchie
België koos voor een erfelijke monarchie in plaats van een republiek, waarbij de koning het
staatshoofd is en zijn functie overgaat op zijn erfgenamen volgens het erfopvolgingsrecht.
Oorspronkelijk was dit recht alleen voor mannen, maar sinds 1991 kunnen vrouwelijke nakomelingen
ook koning(in) worden.
Belangrijkste kenmerken van de Belgische monarchie:
• Onschendbaarheid: De koning kan niet aangeklaagd worden of proces tegen hem voeren.
• Onverantwoordelijkheid: De koning is niet verantwoordelijk voor zijn daden. Alle handelingen
van de koning worden ondertekend door een minister, die dan de verantwoordelijkheid
draagt.
Politieke verantwoordelijkheid:
• De regering is politiek verantwoordelijk tegenover het verkozen parlement, niet tegenover de
koning.
Beperking van de macht van de koning:
• Toen België in 1830 zijn Grondwet invoerde, was het systeem van een erfelijke monarchie
modern en baanbrekend, maar de koningen hadden moeite met de liberale grondwet, omdat
deze hun macht aanzienlijk beperkte.
• Sinds 1830 is de macht van de koning stelselmatig afgenomen.
Heden:
• De koning heeft nu beperkte formele macht, maar speelt een belangrijke rol via overleg,
audiënties, en adviezen. Dit geeft hem politieke invloed, hoewel zijn macht formeel beperkt
is.
1.5 Parlementaire democratie
Demos = volk
Kratein = regeren
Wat betekent dit?
• Volksvertegenwoordigers kiezen: Burgers stemmen tijdens verkiezingen op politieke
partijen of kandidaten, die vervolgens zetels krijgen in het parlement.
• Ministers worden niet direct gekozen: In een parlementaire democratie benoemt het
staatshoofd of het parlement ministers, vaak op basis van de verkiezingsuitslag en
coalitieonderhandelingen. De ministers vormen samen de regering en moeten
verantwoording afleggen aan het parlement.
• Het staatshoofd heeft een ceremoniële rol: In veel parlementaire democratieën is er een
koning of een president, maar die heeft meestal weinig politieke macht.
Een parlementaire democratie betekent dat alleen de volksvertegenwoordigers (parlementsleden)
rechtstreeks gekozen worden. Het staatshoofd (zoals een koning of president) en de ministers
worden benoemd en niet rechtstreeks verkozen.