3e Bachelor Biomedische Wetenschappen
Deze samenvatting bevat alles van de 5 verschillende profs in deze volgorde: Piet Cools,
Stien Vandendriessche, Elizaveta Padalko, Virginie Mortier en Isabel Leroux-Roels
,Bacteriële celstructuur en bacteriofagen
Celmorfologie
Kokken (-coccus): bolvormen
- Staphylokok: samen in groepen, in de vorm van een
druiventros (vb. Staphylococcus aureus)
- Streptokok: als een parelsnoer/ketting aan elkaar (vb.
Streptococcus pyogenes -> kan infectie veroorzaken)
- Groep B streptokok: als een snoer aan elkaar (vb. Streptococcus agalactiae -> veel
vrouwen zijn drager en kunnen overgedragen worden naar de foetus)
- Diplokok: binnenin neutrofielen (vb. Neisseria gonorrhoeae)
Bacillen of staafjes (-bacillus): staafvormigen
- Lactobacillus crispatus: kunnen delen en zorgen voor
een gezonde vaginale microbioom
- Salmonella enterica: veroorzaakt salmonella
- Pseudomonas aeruginosa: kan in sommige
omstandigheden tot ziekte lijden
- Escherichia coli
Andere morfotypes:
- Gebogen staafjes: veroorzaakte kindersterftes in sommige regio’s (vb. Vibrio cholera)
- Kokobacillen: kan leiden tot oor- en luchtweginfecties
(vb. Haemophilus influenza)
- Spiraalvormige (vb. Treponema pallidum)
- Filamenteus: lang (vb. Segmented filamentous bacteria)
Cytoplasmatische membraan
Hopanoïden:
- Bij prokaryoten
- Bacteriële tegenhanger van cholesterol
- Zorgt voor stevigheid van het membraan -> indien niet
aanwezig: minder rigide structuur
,Functies:
- Reserveren van energie:
• Gradiënt overheen het membraan -> H+ aan de
buitenkant opslaan => membraan positief langs
buitenkant en negatief langs binnenkant
- Permeabiliteitsbarrière: fysieke grens
- Transporteiwitten zorgen voor verankering
De prokaryote celwand
Gram-positieve celwand:
- Hoofdmolecule: peptidoglycaan
• N-acetyl-glucosamine (NAG) + N-
acetyl-muramic acid (NAM)
• NAM en NAG verbonden via -
glycosidische binding
• Cross-links: horizontaal en verticaal
▪ Stevigheid en flexibiliteit
▪ 3D-structuur
▪ Bestaat uit 5 glycines (bij Gram- is er een directe peptidebinding)
- Andere molecule: teichoïnezuur -> o.a. immuunrespons uitlokken
Gram-negatieve celwand:
- Dunne peptidoglycaan met een extra buitenmembraan
• Lipopolysacharide (LPS) en porines in buitenste membraan
• Bescherming tegen antibiotica, detergenten en immuunsysteem
- Periplasma: ruimte tussen het binnen- en buitenmembraan
• Bevat enzymen, transporteiwitten en de
dunne peptidoglycaanlaag
- LPS: lipid A + core polysacharide + O-polysacharide
• Vormt fysieke en chemische barrière
• Sterke immuunrespons
• Endotoxine (lipid A gedeelte): veroorzaakt bij
vrijkomen een sterke ontstekings- en
immuunreactie
• Stabiliteit van het membraan
• Septic shock bloedinfecties
- Porines: transport
, Gramkleuring: snelle manier
- Kristalviolet kleurt alle bacteriën paars/blauw
- Lugol/jodine vormt een complex met kristalviolet => complex wordt
groter en minder oplosbaar
- Alcohol: ontkleuringsstap
- Safranine kleurt alles roze
• Gram+ waren al paars/blauw -> blijft zo
• Gram- waren kleurloos -> worden roze
→ Andere technieken: PCR of sequencing
Andere celoppervlaktestructuren
Glycocalix:
- 2 soorten glycocalix:
• Kapsel: vast aan de celwand en afgebakende grenzen
• Slijmlaag: losjes geassocieerd met de bacterie
- Bestaat uit polysachariden of eiwitten
- Geen deel van de celwand en niet zichtbaar met Gramkleuring
• Materiaal bindt geen kleurstof
• Speciale kleuring: India ink
- Bescherming tegen fagocytose en uitdroging
Fimbriae = pili: dunne, draadachtige uitsteeksels op het oppervlak van bacteriën
- !Niet hetzelfde als flagellen!
- Niet-flagellaire filamenteuze aanhangsels
- Zorgen voor aanhechting (flagellen voor beweging)
- Soorten: type IV pili, chaperone-usher pili, Gram+ pili
• Functie type IV pilus: beweging, adhesie, microkolonies en biofilm
- Bestaat uit polymeren van het eiwit piline
Beweging
Flagellen: lange, zweepachtige structuren die bacteriën gebruiken om te bewegen