HOE ONDERZOEKEN WE WAT IN DE CRIMINOLOGIE?
HET BELANG VAN ONTOLOGIE EN EPISTEMOLOGIE - CHARLOTTE DE KOCK
INLEIDING
De vragen die onderzoekers stellen, de concepten die zij gebruiken, en de manier
waarop zij omgaan met empirische gegevens zijn ingebed in aannames over wat ‘de
werkelijkheid’ is, hoe die in elkaar zit en hoe we die al of niet kunnen leren kennen en
zelf als onderzoeker mee kunnen beïnvloeden
hoe geven deze ontologische en epistemologische aannames en keuzes richting aan
criminologisch onderzoek?
zijnsleer of ontologie: wat is de aard van de werkelijkheid?
kennisleer of epistemologie: hoe kunnen we die leren kennen?
DE CRIMINOLOGIE ALS CONSTRUCTIE
criminologie is gericht op de (sociale) constructie van de sociale werkelijkheid
o ‘criminaliteit’ ziet er anders uit in verschillende landen
o we hebben diverse meningen afhankelijk van eigen interpretatie, ervaringen en
gedachtenconstructies
o WANT criminaliteit ≠ objectief
geschiedenis van de criminologie: focus verschuift:
o ‘misdaadkunde’ over ‘strafwetenschap’ ‘deviantiesociologie’ tot de
hedendaagse ‘social harm’ en zemiologische benaderingen
o diversiteit aan invalshoeken toont aan hoe de tijdsgeest onderzoeksthema’s en
resultaten beïnvloeden
criminologie aom ‘criminaliteitsproblemen’ op te lossen: snel kwantitatieve
dataverzameling en analyse
o ZONDER die ‘correctionele positie’ zelf in vraag te stellen
o MAAR criminaliteit bestaat niet los van perceptie, machtsverhoudingen en
sociaal-culturele contexten
maakt een kritische reflectie over de aard van kennis en
onderzoeksmethodologie binnen de criminologie onontbeerlijk
met kwantitatieve methoden: in welke mate welke criminaliteit voorkomt
met kwalitatieve: of het wel of niet om criminaliteit gaat, hoe dat geïnterpreteerd
wordt, hoe mens en maatschappij dit percipiëren en reproduceren en hoe dat op zijn
beurt de werkelijkheid beïnvloedt
DE UNIEKE TAAK VAN KWALITATIEVE METHODEN
wetenschap is meer dan verifiëren, voorspellen en tellen
Kwantitatieve methoden: verklaren (erklähren) van waargenomen werkelijkheden
o delen van ‘de werkelijkheid’ in variabelen
Kwalitatieve methoden: begrijpen (verstehen) van wat we zien
o DUS in vraag stellen van die variabelen
o ZO onderliggende betekenissen, ervaringen en contexten te verkennen die
aan cijfers ontsnappen
diepgaander en rijker beeld van de sociale werkelijkheid (ipv abstraherende
benadering van kwanti)
1
, problemen bij louter verifiëren
o uitzuiveren van kwantitatieve variabelen uit ‘de werkelijkheid’ filtert zowel
noodzakelijke contextuele elementen weg EN homogeniseert wat we
waarnemen
o kwantitatieve data ontdaan van betekenisgeving en doelen
MAAR zijn noodzakelijk om ‘de werkelijkheid’ te begrijpen.
o kwanti geeft een ‘outsider’ of ‘etic’ perspectief
kwali: een ‘insider’ of ‘emic’ perspectief: meer gepast voor het
analyseren van minder mainstream fenomenen
ZO bv inzicht in de motieven van crackgebruikers in een park, al
dan niet ter aanvulling op de kwantitatieve vaststelling dat er
herhaaldelijk ‘overlast’ vaststelt
o gevolgtrekkingen uit kwantitatieve data zijn NIET zomaar toepasbaar op
individuele cases
DUS vervormen potentieel de realiteit!
o eerder bevestiging dan identificeren en beschrijven van specifieke cases of
‘outliers’ die niet aan de norm voldoen
o OMDAT ze mogelijk (nog) niet in variabelen gevat zijn, als ruis in de
data of als ‘te grote spreiding’ in de analyse worden gedefinieerd
o bv oorzaken van een verschuiving van crackgebruik naar het gebruik
van nieuwe psychoactieve stoffen worden eerder in kwalitatief
onderzoek begrepen
ZEKER wanneer die middelen ongekend zijn in politionele
registratiesystemen of in gestandaardiseerde vragenlijsten
Karl Popper: wetenschap falsifieert ipv verifieert!
o WANT we kunnen nooit tot ultieme ‘juistheid’ komen
o actief onderzoekt of een hypothese onjuist kan blijken te zijn, met als doel deze
eventueel bij te sturen of te verwerpen
o niet enkel nagaan of het juist of fout is
ONTOLOGIE EN EPISTEMOLOGIE
onderzoeksvraag en methode wordt bepaald door ons wereld- maatschappij en
mensbeeld
OOK steeds door ethische overwegingen voorafgegaan!
Ontologie Wat is de vorm en aard van ‘de werkelijkheid’ en wat kunnen we er dus
over weten?
= spanningsveld tussen essentialisme & meer representatieve
benaderingen
Epistemologie Wat is de aard van de relatie tussen wat gekend kan zijn
(‘de
werkelijkheid’) en de persoon die wil kennen (de onderzoeker)?
Methodologie Hoe kan de onderzoeker ‘de werkelijkheid’ – zoals die veronderstelt dat
die te kennen is – kennen?
POSITIVISME EN ESSENTIALISME
essentialisme: er bestaat een objectieve wereld waarin fenomenen een min of meer
stabiele, inherente essentie hebben, los van onze eigen representaties ervan
2
, positivisme is hierop geschoeid: er bestaat een wereld extern van ons die we via
systematische observatie en de wetenschappelijke methode kunnen leren kennen
o Kennisleer (epistemologie) = het empirisch verifiëren of een theorie correct is
DUS kennis als resultaat van empirisch getoetste en bevestigde
theorieën
o = gangbaar paradigma in de natuurwetenschappen EN voor aanvang van de
20e eeuw ook in de sociale wetenschappen
3
HET BELANG VAN ONTOLOGIE EN EPISTEMOLOGIE - CHARLOTTE DE KOCK
INLEIDING
De vragen die onderzoekers stellen, de concepten die zij gebruiken, en de manier
waarop zij omgaan met empirische gegevens zijn ingebed in aannames over wat ‘de
werkelijkheid’ is, hoe die in elkaar zit en hoe we die al of niet kunnen leren kennen en
zelf als onderzoeker mee kunnen beïnvloeden
hoe geven deze ontologische en epistemologische aannames en keuzes richting aan
criminologisch onderzoek?
zijnsleer of ontologie: wat is de aard van de werkelijkheid?
kennisleer of epistemologie: hoe kunnen we die leren kennen?
DE CRIMINOLOGIE ALS CONSTRUCTIE
criminologie is gericht op de (sociale) constructie van de sociale werkelijkheid
o ‘criminaliteit’ ziet er anders uit in verschillende landen
o we hebben diverse meningen afhankelijk van eigen interpretatie, ervaringen en
gedachtenconstructies
o WANT criminaliteit ≠ objectief
geschiedenis van de criminologie: focus verschuift:
o ‘misdaadkunde’ over ‘strafwetenschap’ ‘deviantiesociologie’ tot de
hedendaagse ‘social harm’ en zemiologische benaderingen
o diversiteit aan invalshoeken toont aan hoe de tijdsgeest onderzoeksthema’s en
resultaten beïnvloeden
criminologie aom ‘criminaliteitsproblemen’ op te lossen: snel kwantitatieve
dataverzameling en analyse
o ZONDER die ‘correctionele positie’ zelf in vraag te stellen
o MAAR criminaliteit bestaat niet los van perceptie, machtsverhoudingen en
sociaal-culturele contexten
maakt een kritische reflectie over de aard van kennis en
onderzoeksmethodologie binnen de criminologie onontbeerlijk
met kwantitatieve methoden: in welke mate welke criminaliteit voorkomt
met kwalitatieve: of het wel of niet om criminaliteit gaat, hoe dat geïnterpreteerd
wordt, hoe mens en maatschappij dit percipiëren en reproduceren en hoe dat op zijn
beurt de werkelijkheid beïnvloedt
DE UNIEKE TAAK VAN KWALITATIEVE METHODEN
wetenschap is meer dan verifiëren, voorspellen en tellen
Kwantitatieve methoden: verklaren (erklähren) van waargenomen werkelijkheden
o delen van ‘de werkelijkheid’ in variabelen
Kwalitatieve methoden: begrijpen (verstehen) van wat we zien
o DUS in vraag stellen van die variabelen
o ZO onderliggende betekenissen, ervaringen en contexten te verkennen die
aan cijfers ontsnappen
diepgaander en rijker beeld van de sociale werkelijkheid (ipv abstraherende
benadering van kwanti)
1
, problemen bij louter verifiëren
o uitzuiveren van kwantitatieve variabelen uit ‘de werkelijkheid’ filtert zowel
noodzakelijke contextuele elementen weg EN homogeniseert wat we
waarnemen
o kwantitatieve data ontdaan van betekenisgeving en doelen
MAAR zijn noodzakelijk om ‘de werkelijkheid’ te begrijpen.
o kwanti geeft een ‘outsider’ of ‘etic’ perspectief
kwali: een ‘insider’ of ‘emic’ perspectief: meer gepast voor het
analyseren van minder mainstream fenomenen
ZO bv inzicht in de motieven van crackgebruikers in een park, al
dan niet ter aanvulling op de kwantitatieve vaststelling dat er
herhaaldelijk ‘overlast’ vaststelt
o gevolgtrekkingen uit kwantitatieve data zijn NIET zomaar toepasbaar op
individuele cases
DUS vervormen potentieel de realiteit!
o eerder bevestiging dan identificeren en beschrijven van specifieke cases of
‘outliers’ die niet aan de norm voldoen
o OMDAT ze mogelijk (nog) niet in variabelen gevat zijn, als ruis in de
data of als ‘te grote spreiding’ in de analyse worden gedefinieerd
o bv oorzaken van een verschuiving van crackgebruik naar het gebruik
van nieuwe psychoactieve stoffen worden eerder in kwalitatief
onderzoek begrepen
ZEKER wanneer die middelen ongekend zijn in politionele
registratiesystemen of in gestandaardiseerde vragenlijsten
Karl Popper: wetenschap falsifieert ipv verifieert!
o WANT we kunnen nooit tot ultieme ‘juistheid’ komen
o actief onderzoekt of een hypothese onjuist kan blijken te zijn, met als doel deze
eventueel bij te sturen of te verwerpen
o niet enkel nagaan of het juist of fout is
ONTOLOGIE EN EPISTEMOLOGIE
onderzoeksvraag en methode wordt bepaald door ons wereld- maatschappij en
mensbeeld
OOK steeds door ethische overwegingen voorafgegaan!
Ontologie Wat is de vorm en aard van ‘de werkelijkheid’ en wat kunnen we er dus
over weten?
= spanningsveld tussen essentialisme & meer representatieve
benaderingen
Epistemologie Wat is de aard van de relatie tussen wat gekend kan zijn
(‘de
werkelijkheid’) en de persoon die wil kennen (de onderzoeker)?
Methodologie Hoe kan de onderzoeker ‘de werkelijkheid’ – zoals die veronderstelt dat
die te kennen is – kennen?
POSITIVISME EN ESSENTIALISME
essentialisme: er bestaat een objectieve wereld waarin fenomenen een min of meer
stabiele, inherente essentie hebben, los van onze eigen representaties ervan
2
, positivisme is hierop geschoeid: er bestaat een wereld extern van ons die we via
systematische observatie en de wetenschappelijke methode kunnen leren kennen
o Kennisleer (epistemologie) = het empirisch verifiëren of een theorie correct is
DUS kennis als resultaat van empirisch getoetste en bevestigde
theorieën
o = gangbaar paradigma in de natuurwetenschappen EN voor aanvang van de
20e eeuw ook in de sociale wetenschappen
3