Module 1
Lezen, zo leert het artikel, heeft een belangrijke plaats in onze kennismaatschappij en een
goede leesvaardigheid doet je kansen op de arbeidsmarkt gevoelig toenemen. Verder
helpt langere teksten lezen je om je concentratievermogen te trainen, meldt Bequoye. Dat
is een welkome vaardigheid in een wereld waarin je smartphone je voortdurend afleidt.
Lezen is immers een cognitief proces waarbij je gelezen teksten betekenis geeft en omzet
in informatie, en dat vereist concentratie. Hoe vaker je leest, hoe beter je je zal kunnen
focussen – mooi meegenomen in de blokperiode. Al lezend scherp je bovendien je denken
aan. Je leert er de ander en de wereld beter mee te begrijpen, je verruimt er je wereldbeeld
mee. En hoewel lezen als een asociale bezigheid wordt beschouwd – het is immers
onversneden me-time – blijkt dat lezers net makkelijker sociale contacten leggen met
onbekenden dan niet-lezers. Tot slot zijn er ook studies die een positieve correlatie
vaststelden tussen lezen enerzijds, je fysieke en mentale gezondheid anderzijds.
10 redenen waarom lezen belangrijk is
(volgens Jelle Jolles (2021, 24 oktober), emeritus hoogleraar Neuropsychologie)
1. Lezen ontwikkelt de taalvaardigheid
2. Lezen ontwikkelt het denken en verbeeldingskracht
3. Lezen verschaft prikkels aan het hongerige brein
4. Lezen geeft kennis en inzichten
5. Lezen traint de concentratie
6. Lezen ontwikkelt het zelfinzicht
7. Lezen leert over de ander
8. Lezen leert over mogelijke consequenties
9. Lezen geeft inzicht in normen, regels en gebruiken
10. Lezen ondersteunt de identiteitsontwikkeling
Waarom lezen voor je plezier je (academische) leestempo verhoogt
Hoe vaker je leest in je vrije tijd (kranten, tijdschriften, blogs, romans, non-fictieboeken…),
hoe hoger de kans dat je ongebruikelijkere, jou nog onbekende woorden tegenkomt
zoals acoliet, aberratie, neologisme, subversief, volatiel of zeloot. Net als aan woorden in
een vreemde taal blijft je brein even haken aan dit soort niet-gekende woorden uit je
moedertaal. Die pauzes vertragen je leestempo – en dan hebben we het niet eens over de
tijd die je extra verliest als je de onbekende woorden ook zou opzoeken. Hoe meer
woorden je pas voor een eerste keer ziet in een tekst, hoe vaker je brein halt houdt. Als je
altijd al veel voor je plezier hebt gelezen, vergroot je je terrein aan bekende woorden, zelfs
,als je alleen de woordvorm herkent zonder de betekenis ervan te kennen. Je academische
leestempo zal dus minder worden afgeremd.
Kom je tijdens het academisch lezen een woord tegen dat je niet kent? Zoek het dan op
via vandale.ugent.be.
- Subversief: gericht op subversie, de bestaande orde omverwerpend, ontwrichtend,
ondergronds revolutionair’.
- Neologisme: ‘nieuwgevormd woord, nieuwe uitdrukking, gebruik van een bestaand
woord in een nieuwe betekenis’.
- Deficiënt: tekortschietend, onvoldoende, ontoereikend’.
- Volatiel: wisselvallig, onstabil
- Acoliet: volgeling, aanhanger
- Aberratie: afwijking
- Pendant: tegenhanger
- Dotatie: ‘schenking van goederen of jaargelden (bv. aan een kerk)
- Tabula rasa maken: schoone lei ‘
- Zeloot : ‘iemand die met onverdraagzame ijver andersdenkenden bestrijdt en
tracht te vervolgen (vooral in zaken van godsdienst)'
Al lezend moet je de meest geschikte bronnen zien te filteren op relevantie, waarna je de
inhoud van de geselecteerde bronnen zorgvuldig moet analyseren en synthetiseren.
Wil je academisch kunnen schrijven – een examenvraag beantwoorden; een korte paper,
een bachelor- of masterproef schrijven; een reflectieverslag maken… – moet je goed
kunnen lezen. (Academische) schrijvers zijn in de eerste plaats goede (academische)
lezers.
Ter verduidelijking, de 'academisch' in 'academische leesvaardigheid' slaat op:
het genre van de teksten die je leest. Denk aan je syllabus of wetenschappelijke artikels
die je moet bestuderen voor je masterproef. Academische teksten hebben een specifieke
opbouw en structuur, stijl en lay-out.
op het doel en de aanpak van academisch lezen, met name academische kennis en
inzicht verwerven via analytisch, diep, begrijpend lezen – een complexe, cognitieve
vaardigheid waarbij je als lezer de betekenis van een tekst construeert door informatie uit
de tekst in verband te brengen met je voorkennis (Bimmel et al., 2001). Begrijpend lezen
wordt vaak als bijna-synoniem gebruikt van studerend lezen. Daarbij heb je als
,(begrijpend) leesdoel om domeinspecifieke informatie te onthouden zodat je die achteraf
mondeling of schriftelijk kan weergeven.
Moet je de tekst studeren?
Dan zal je die in the end inderdaad van A tot Z gelezen hebben om hem helemaal te
doorgronden – zij het níet door op pagina 1 bovenaan te beginnen en op pagina x
onderaan te eindigen. Tijdens je leesproces doorloop je een aantal leesfasen met telkens
een andere leesaanpak waarbij je tot een steeds dieper leesbegrip komt.
Wil je een stapel artikels doornemen om na te gaan welke (ir)relevant zijn voor het
literatuuronderzoek van je masterproef?
Dan lees je die beter niet van A tot Z, maar diagonaal! Je leesproces zit er met andere
woorden al eerder op dan wanneer je de tekst moet studeren.
Kortom: een tekst van A tot Z lezen, beginnend bij pagina 1 bovenaan tot pagina x
onderaan, is niet efficiënt, en wel om twee redenen:
Niet elke tekst vraagt om dezelfde leesaanpak. Je moet je leesaanpak in functie stellen
van je leesdoel. Je moet eerst weten wat je uit een tekst wil halen, voor je hem
daadwerkelijk gaat lezen.
Elke tekst van A tot Z lezen, vraagt te veel van je tijd. De gemiddelde student kan zo’n 200
tot 400 woorden per minuut lezen; in een vreemde taal lees je zelfs tot 20% trager (Dirix et
al., 2020). Met veel oefenen en de toepassing van bepaalde leesstrategieën kan je je
tempo opdrijven tot zo’n 500 tot 600 woorden per minuut, aldus Young (2015). Het gaat
dan om sneller lezen zónder je leesbegrip te verliezen. In deze cursus maak je in elk geval
kennis met een aantal van die strategieën.
Is een cursus snellezen de moeite waard?
Laat je niets wijsmaken door zogenaamde speed readers die claimen dat je met bepaalde
technieken meer dan 20.000 woorden per minuut zou kunnen ‘lezen’. Young (2015) legt
helder uit dat dat niet kan: zowel door de menselijke anatomie van het oog als de
beperkingen van het menselijke geheugen. Als je nog sneller zou gaan dan 500 tot 600
woorden per minuut, dan gaat dat ten koste van je leesbegrip. En dat je de tekst ook
daadwerkelijk begrijpt, is nu net de essentie van academisch lezen.
Om te slagen voor examens of opdrachten komt het erop aan dat je de belangrijkste
concepten uit je opleiding ten volle begrijpt. Losstaande feiten uit een tekst kunnen
begrijpen, memoriseren en reproduceren is belangrijk, maar dat oppervlakkig leesbegrip
valt niet samen met de kernideeën uit een tekst grondig begrijpen – het is veeleer een
opstapje naar diepgaand leesbegrip, waarbij je de concepten grondig en gedetailleerd
analyseert om de kern ervan te synthetiseren.
Het is helaas makkelijk om het oppervlakkig begrijpen van een tekst te verwarren met
grondig leesbegrip. Psychologen Rozenblit en Keil (2002) hebben daar zelfs een naam
voor: the illusion of explanatory depth: “the belief that we understand more about the
, world than we actually do.” Als je jezelf test en merkt dat je namen, jaartallen en andere
feitelijke kennis vlot hebt onthouden, dan bestaat het gevaar dat je denkt dat je het
concept waarmee die feiten zijn verbonden even vlot doorgrondt. Pas als iemand je vraagt
om het concept uit te leggen, word je geconfronteerd met je beperkte inzicht. Je hebt dus
met onvoldoende leesbegrip gelezen.
EFFICIËNTER LEZEN, dat betekent: sneller lezen met meer leeswinst en met de juiste
leesmethode in functie van je leesdoel.
Bijvoorbeeld: je moet een masterproef schrijven en wil snel uitmaken welke artikels
interessant zijn voor je literatuuronderzoek en welke niet.
Bijvoorbeeld: je krijgt een reader met artikels die de grote lijnen uit je syllabus verder
uitdiepen. Je wordt verondersteld ze door te lezen als extra achtergrondinfo bij je syllabus.
EFFECTIEVER LEZEN, dat betekent: diepgaander lezen met meer leesbegrip, meer
inzicht.
Bijvoorbeeld: je leest een syllabus om die in een volgende verwerkingsronde zó te kunnen
studeren dat je je examen tot een goed einde brengt.
Bijvoorbeeld: je leest een meerkeuzevraag op het examen en weet daarin kerninformatie
van randinformatie te onderscheiden zodat je de foute antwoorden op die vraag kan
elimineren en het juiste antwoord kan selecteren.
daaruit blijkt dat digitaal lezen minder bijdraagt aan de vaardigheid tot begrijpend lezen
dan lezen op papier, het zogeheten screen inferiority effect is dat.
Je gebruikt je laptop, telefoon of tablet niet alleen om te leren, maar ook ter verstrooiing
en ontspanning. De verleiding is dus groot dat je iets anders gaat doen dan je
academische tekst lezen. Digitale teksten in je vrije tijd, bijvoorbeeld
socialemediaberichten, zijn bovendien vaak kort en ook kort in beeld. Je brein staat bij
lezen van een scherm daardoor in een relaxter, oppervlakkiger modus. Dat moedigt
mogelijk oppervlakkiger leesstrategieën aan. Die oppervlakkigheid volstaat als je een
tekst gewoon verkennend leest (zie Module 3), maar niet als je verdiepend moet lezen (zie
Module 5). Al in 1984 toonden Baker en Brown aan dat lezers het leesproces pas bewuster
betekenis geven en reguleren – bijvoorbeeld door leesstrategieën in te zetten – bij teksten
die als moeilijker ervaren worden. Die associatie met ‘moeilijk’ wordt mogelijk minder
gelegd met lezen van een scherm