De arbeidsmarkt
Arbeidsmarkt = het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
->vraag naar =werkgelegenheid
->aanbod van =beroepsbevolking
lockdown-effect ~toename in vraag aan bordspellen (plotse
verschuiving in vraag)
=>sterke stijging prijs gezelschapsspellen
Ruime = meer aanbod dan vraag: er zijn meer
arbeidsmarkt werkzoekenden dan vacatures => de lonen gaan dalen
Krappe = minder aanbod dan vraag: er zijn minder
arbeidsmarkt werkzoekenden dan vacatures => de lonen gaan
stijgen
Momenteel zitten we in een krappe arbeidsmarkt
->werkzoekende mensen staan zeer sterk (hebben
meer marge om te onderhandelen)
->zorgt voor een “war for talent” (waarbij
starterslonen sterk stijgen)
demografische =drukt de verschuiving van het aanbod uit (door
afhankelijkheidsr vergrijzing & ontgroening)
atio = wie (kan) bijdragen aan sociale zekerheid vs wie
werkt effectief + wie kan niet werken
Spanningsindicat ~indicator kwantitatieve mismatch
or = aantal mensen die beschikbaar zijn voor werk op
de aantal vacatures (= eig gwn hoeveelheid aanbod /
aantal vraag)
->hebben nog geen job maar zijn wel beschikbaar
(zoeken werk)
=#werkzoekend werklozen / #vacatures
Knelpuntberoepe = beroepen waar vacatures lang van blijven
n openstaan omdat het zeer moeilijk is om de juiste
mensen te vinden met de juiste vaardigheden,
competenties en ervaringen
Primaire sector =landbouw
=aanleveren pure grondstoffen en voeding
Secundaire =industrie
sector = verwerking van grondstoffen en voeding
Tertiaire sector =commercieel
=aanbieden commerciële diensten
, Bv: banken, rekeningen, …
->psychologen vooral hier!
Quartaire sector =aanbieden niet commerciële diensten: liggen heel
kort bij & maatschappelijk belang
Bv: school, ziekenhuis, politie, …
Sectoren 1) Bedrijfsniveau
2) Beroepsgroepen
->kern (daarnaast ondersteunende beroepen)
3) Keten
->eerstelijn, tweedelijn, derdelijn
4) Regularisering & structuur
->sociale partners
->beroepsgroepen
->inspectie, kwaliteit & regelgeving
Werknemer Arbeidscontract met een werkgever
->werkgever oefent gezag uit in ruil voor loon
1.Arbeider: uurloon, handwerken, primaire en
secundaire sector
2.Bediende: maandloon, hoofdwerken, tertiaire en
quartaire sector, vast contract
->hebben nu ongv; hetzelfde loon, vroeger niet maar
is gelijk getrokken door eensheidstatuut
Ambtenaar Vast arbeidscontract of benoeming bij een werkgever
die tot de overheid behoort (werkgever is overheid)
Hebben zeer zeker job, met goed pensioen
(pensioenberekening vanaf de laatste 10 jaar) ->veel
hervormingen bij dit statuut
Zelfstandige =zonder arbeidsovereenkomst
Gemengd statuut
=mengeling van werknemer & zelfstandige, proberen
beste van 2 werelden te krijgen:
1. Zeker vast basisloon
2. Vrijheid van een eigen praktijk
Numerieke = organisaties zoeken het aantal werknemers aan te
flexibiliteit passen aan de fluctuatie van de productie
Functionele = werknemers kunnen voor een deeltje elkaars job
flexibiliteit overnemen, ze kunnen verschillende delen van de
organisatie beheersen
,Horizontale = een arbeidsmarkt splitst vrij snel op
segregatie ->er kiezen veel meer mannen voor deze job dan
vrouwen
Verticale = hoe hoog je kan opklimmen en hoe veel je gaat
segregatie verdienen
Aanbod =iedereen die arbeid kan aanbieden, verschillende
soorten bevolking:
1) Beroepsbevolking
=bevolking op beroepsleeftijd
=groep waarvan verwacht actief te zijn op de
arbeidsmarkt
2) Actief werkende beroepsbevolking:
=mensen die aan het werk zijn
3) Actief werkloze beroepsbevolking:
=werkloos maar werkzoekend (zoeken + zijn
beschikbaar binnen de 2w om te werken!)
4) Niet zoekend & niet beschikbaar
=de ontmoedigde: hebben werk vinden opgegeven
5) Niet-beroepsactieven
1. Zoekend
->zijn wel beschikbaar maar worden afgewezen
->doen vaak onbetaald- of vrijwilligerswerk
2. Beschikbaar
->zijn tijdelijk onbeschikbaar (reizen…)
Activiteitsgraad = Aantal mensen aan het werk / aan het zoeken ten
opzichte van de totale bevolking
->hierbij werkzaamheids- & werkloosheidsgraad
Werkzaamheids- = aantal werkenden ten opzichte van de
graad beroepsbevolking
Potentiële =oplossing voor hoge werkloosheid, ondanks nood
/latente aan extra werkenden
arbeidsmarkt => kijken naar mensen die niet aan het werk zijn,
maar wel de leeftijd hebben om te werken (inactieve
groep)
->groep die niet zoeken + niet beschikbaar zijn
(redelijk ongeziene groep)
->focussen op die groep met doel om meer mensen
te doen werken
Stakeholders 1) Werkgeverorganisaties: werkgevers groeperen
zich in organisaties om bv: afspraken te maken over
, het minimumloon
2) Werknemersorganisaties: afspraken rond verlof,
jobzekerheid, …
3) Intermediairen: probeert vacatures te matchen
met mensen die op zoek zijn naar werk
Jobs worden Vast (contract van onbepaalde duur) <-> tijdelijk
beschreven adhv (contract van bepaalde duur)
een aantal ->onbepaalde duur is dominant in de arbeidsmarkt,
kenmerken er is een sterke focus op in de wetgeving
Voltijds <-> deeltijds, dag <-> nacht
->Voltijds en dag zijn dominant in de arbeidsmarkt
Numerieke Je beoogt een voltijdse job, maar je krijgt deze niet
ondertewerkstelli => Je aanvaard een deeltijdse job
ng
Verticale Je hebt een master diploma, maar je aanvaard een
ondertewerkstelli job die een lager diploma vereist
ng => Dit komt niet veel voor in een krappe
arbeidsmarkt
Horizontale Je hebt een diploma in een bepaalde sector, maar je
ondertewerkstelli komt in een andere sector terecht
ng => Dit is moeilijk te onderzoeken als je een specifiek
beeld hebt, het is subjectief
De organisatie
For-profit ->doel =winstmaximalisatie & marktaandeel vb.
onderneming Consultancy, Colruyt, …
Publieke ->doel =publieke dienstverlening
organisatie ->overheidsorganisatie vb. FOD volksgezondheid, FOD
justitie, Vlaamse regering, Nationale Loterij,…
Not-for-profit: Onderwijsorganisatie
->doel =maatschappelijke meerwaarde vb.
universiteit, scholengemeenschap, ziekenhuis, musea
NGO: gaan maatschappelijke belangen nastreven en
staan buiten de overheid vb. Artsen Zonder Grenzen,
greenpeace
1. Vrijwilligersorganisatie vb. Natuurpunt,
TEJO, Rode Kruis
2. Burgerrechtenorganisatie vb. Liga voor
Mensenrechten, Amnesty International, Unia,
…
Arbeidsmarkt = het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
->vraag naar =werkgelegenheid
->aanbod van =beroepsbevolking
lockdown-effect ~toename in vraag aan bordspellen (plotse
verschuiving in vraag)
=>sterke stijging prijs gezelschapsspellen
Ruime = meer aanbod dan vraag: er zijn meer
arbeidsmarkt werkzoekenden dan vacatures => de lonen gaan dalen
Krappe = minder aanbod dan vraag: er zijn minder
arbeidsmarkt werkzoekenden dan vacatures => de lonen gaan
stijgen
Momenteel zitten we in een krappe arbeidsmarkt
->werkzoekende mensen staan zeer sterk (hebben
meer marge om te onderhandelen)
->zorgt voor een “war for talent” (waarbij
starterslonen sterk stijgen)
demografische =drukt de verschuiving van het aanbod uit (door
afhankelijkheidsr vergrijzing & ontgroening)
atio = wie (kan) bijdragen aan sociale zekerheid vs wie
werkt effectief + wie kan niet werken
Spanningsindicat ~indicator kwantitatieve mismatch
or = aantal mensen die beschikbaar zijn voor werk op
de aantal vacatures (= eig gwn hoeveelheid aanbod /
aantal vraag)
->hebben nog geen job maar zijn wel beschikbaar
(zoeken werk)
=#werkzoekend werklozen / #vacatures
Knelpuntberoepe = beroepen waar vacatures lang van blijven
n openstaan omdat het zeer moeilijk is om de juiste
mensen te vinden met de juiste vaardigheden,
competenties en ervaringen
Primaire sector =landbouw
=aanleveren pure grondstoffen en voeding
Secundaire =industrie
sector = verwerking van grondstoffen en voeding
Tertiaire sector =commercieel
=aanbieden commerciële diensten
, Bv: banken, rekeningen, …
->psychologen vooral hier!
Quartaire sector =aanbieden niet commerciële diensten: liggen heel
kort bij & maatschappelijk belang
Bv: school, ziekenhuis, politie, …
Sectoren 1) Bedrijfsniveau
2) Beroepsgroepen
->kern (daarnaast ondersteunende beroepen)
3) Keten
->eerstelijn, tweedelijn, derdelijn
4) Regularisering & structuur
->sociale partners
->beroepsgroepen
->inspectie, kwaliteit & regelgeving
Werknemer Arbeidscontract met een werkgever
->werkgever oefent gezag uit in ruil voor loon
1.Arbeider: uurloon, handwerken, primaire en
secundaire sector
2.Bediende: maandloon, hoofdwerken, tertiaire en
quartaire sector, vast contract
->hebben nu ongv; hetzelfde loon, vroeger niet maar
is gelijk getrokken door eensheidstatuut
Ambtenaar Vast arbeidscontract of benoeming bij een werkgever
die tot de overheid behoort (werkgever is overheid)
Hebben zeer zeker job, met goed pensioen
(pensioenberekening vanaf de laatste 10 jaar) ->veel
hervormingen bij dit statuut
Zelfstandige =zonder arbeidsovereenkomst
Gemengd statuut
=mengeling van werknemer & zelfstandige, proberen
beste van 2 werelden te krijgen:
1. Zeker vast basisloon
2. Vrijheid van een eigen praktijk
Numerieke = organisaties zoeken het aantal werknemers aan te
flexibiliteit passen aan de fluctuatie van de productie
Functionele = werknemers kunnen voor een deeltje elkaars job
flexibiliteit overnemen, ze kunnen verschillende delen van de
organisatie beheersen
,Horizontale = een arbeidsmarkt splitst vrij snel op
segregatie ->er kiezen veel meer mannen voor deze job dan
vrouwen
Verticale = hoe hoog je kan opklimmen en hoe veel je gaat
segregatie verdienen
Aanbod =iedereen die arbeid kan aanbieden, verschillende
soorten bevolking:
1) Beroepsbevolking
=bevolking op beroepsleeftijd
=groep waarvan verwacht actief te zijn op de
arbeidsmarkt
2) Actief werkende beroepsbevolking:
=mensen die aan het werk zijn
3) Actief werkloze beroepsbevolking:
=werkloos maar werkzoekend (zoeken + zijn
beschikbaar binnen de 2w om te werken!)
4) Niet zoekend & niet beschikbaar
=de ontmoedigde: hebben werk vinden opgegeven
5) Niet-beroepsactieven
1. Zoekend
->zijn wel beschikbaar maar worden afgewezen
->doen vaak onbetaald- of vrijwilligerswerk
2. Beschikbaar
->zijn tijdelijk onbeschikbaar (reizen…)
Activiteitsgraad = Aantal mensen aan het werk / aan het zoeken ten
opzichte van de totale bevolking
->hierbij werkzaamheids- & werkloosheidsgraad
Werkzaamheids- = aantal werkenden ten opzichte van de
graad beroepsbevolking
Potentiële =oplossing voor hoge werkloosheid, ondanks nood
/latente aan extra werkenden
arbeidsmarkt => kijken naar mensen die niet aan het werk zijn,
maar wel de leeftijd hebben om te werken (inactieve
groep)
->groep die niet zoeken + niet beschikbaar zijn
(redelijk ongeziene groep)
->focussen op die groep met doel om meer mensen
te doen werken
Stakeholders 1) Werkgeverorganisaties: werkgevers groeperen
zich in organisaties om bv: afspraken te maken over
, het minimumloon
2) Werknemersorganisaties: afspraken rond verlof,
jobzekerheid, …
3) Intermediairen: probeert vacatures te matchen
met mensen die op zoek zijn naar werk
Jobs worden Vast (contract van onbepaalde duur) <-> tijdelijk
beschreven adhv (contract van bepaalde duur)
een aantal ->onbepaalde duur is dominant in de arbeidsmarkt,
kenmerken er is een sterke focus op in de wetgeving
Voltijds <-> deeltijds, dag <-> nacht
->Voltijds en dag zijn dominant in de arbeidsmarkt
Numerieke Je beoogt een voltijdse job, maar je krijgt deze niet
ondertewerkstelli => Je aanvaard een deeltijdse job
ng
Verticale Je hebt een master diploma, maar je aanvaard een
ondertewerkstelli job die een lager diploma vereist
ng => Dit komt niet veel voor in een krappe
arbeidsmarkt
Horizontale Je hebt een diploma in een bepaalde sector, maar je
ondertewerkstelli komt in een andere sector terecht
ng => Dit is moeilijk te onderzoeken als je een specifiek
beeld hebt, het is subjectief
De organisatie
For-profit ->doel =winstmaximalisatie & marktaandeel vb.
onderneming Consultancy, Colruyt, …
Publieke ->doel =publieke dienstverlening
organisatie ->overheidsorganisatie vb. FOD volksgezondheid, FOD
justitie, Vlaamse regering, Nationale Loterij,…
Not-for-profit: Onderwijsorganisatie
->doel =maatschappelijke meerwaarde vb.
universiteit, scholengemeenschap, ziekenhuis, musea
NGO: gaan maatschappelijke belangen nastreven en
staan buiten de overheid vb. Artsen Zonder Grenzen,
greenpeace
1. Vrijwilligersorganisatie vb. Natuurpunt,
TEJO, Rode Kruis
2. Burgerrechtenorganisatie vb. Liga voor
Mensenrechten, Amnesty International, Unia,
…