Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Management van de strafrechtsbedeling (B001639A)

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
152
Geüpload op
12-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van het vak 'Management van de strafrechtsbedeling'. De lessen werden gedoceerd door Prof. Jelle Janssens. Overzicht van de lessen die aan bod komen: - H0: Inleiding - H1: Organisaties en organisatiestructuren - H2: Wetenschappelijk management - H3: Strategisch management - H4: Strategische planning - H5: Change management - H6: Interne communicatie - H7: project management - H8: Human resources management, motivatie - H9: Leiderschap - Gastcollege gevangeniswezen – Virna Van der Elst - Gastcollege Federale Politie – Eric Snoeck - Gastcollege Steven De Smet - Gastcollege drugscommissariaat

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

MANAGEMENT IN DE STRAFRECHTSBEDELING
0. Inleiding

Public management

Public management is het vakgebied dat zich bezighoudt met het beheer en de organisatie van overheidsinstanties en
publieke diensten (politie, justitie) → (wie heeft de leiding, wat wordt er beslist, hoe wordt het georganiseerd).

Het richt zich op hoe overheidsorganisaties efficiënt en effectief kunnen functioneren om maatschappelijke doelen te
bereiken, en een steeds veranderende wereld. Het is cruciaal voor een organisatie om nooit het oog te verliezen in hun
omgeving (evoluties die er zich plaatsvinden: digitalisering, technologie, oorlog, crisis, opstanden) want als een
organisatie (bedrijf) hier niet oplet kan het niet anders dan zinken (bv: Titanic: waarbij het probleem, de ijsberg, in weg
staat & als het bedrijf/schip hier niet op tijd op reageert heeft dit negatieve gevolgen)

• → daarom is strategisch management een heel belangrijk onderdeel van “het management-verhaal”
o “Strategie gaat over verandering”, organisaties moeten aangepast worden aan hedendaagse
fenomenen. Je moet als organisatie naar de horizon kijken en de organisatie voorbereiden op de
veranderingen die er zijn in de externe omgeving.
▪ Dus: Aanpassen van de eigen organisaties aan de noden van de omgeving, maar probleem is
dat ondanks onze wereld is veranderd met crypto & cyber crime. De politie zich al 20 jaar
hetzelfde organiseert = probleem
• Voorbeeld: Focus van de politie op “visible crimes’ (moord, verkrachting), echter zie je
vandaag de dag een verschuiving naar “hidden impact crime”
(polarisering/radicalisering, cyber criminaliteit & georganiseerde misdaad)
o Probleem: Heel lang niet naar gekeken in ons land, dus finaal moeten we onze
organisatie gaan veranderen (dit moet je anders aanpakken dan de visible
crime, waar wij lange tijd enkel focus op hadden )
▪ Wij hebben nood aan partners, om de problematiek aan te passen

Wat is strafrechtsbedeling?

• Wat is strafrechtsbedeling?
• Een complexe sociale instelling die potentiële, vermeende en daadwerkelijke criminele activiteiten reguleert
binnen grenzen die zijn ontworpen om mensen te beschermen tegen onrechtmatige behandeling en
onterechte veroordeling (Sanders, Young & Burton, 2010: 1-2).
• Traditioneel: de strafrechtsketen
o Opsporing = politie
o Vervolging = parket
o Straftoemeting = rechtbanken
o Strafuitvoering = gevangenissen
o MAAR niet enkel deze actoren want vanwege alomvattende en holistische benaderingen tegen
criminaliteit, maatschappelijke veranderingen en de toegenomen nadruk op de preventie van
criminaliteit (pre-criminaliteit):
▪ → Inclusie van partners zoals: inlichtingendiensten, particuliere beveiligingsbedrijven,
douaneautoriteiten, inspectiediensten. Management in de strafrechtsbedeling is complexer
geworden, het gaat niet enkel meer over het feit dat politie, OM, … een eiland op zich is maar
er moeten partnerships gecreëerd worden.




1

,Management

• Management betekent het organiseren, aansturen en controleren van mensen en middelen (van een bedrijf)
om bepaalde doelen te bereiken. Een manager zorgt ervoor dat taken goed worden uitgevoerd, plannen
worden gemaakt en dat medewerkers gemotiveerd en efficiënt samenwerken.
o Belangrijk element in dit verhaal is de omgeving waarin de organisatie zich bevindt, want managers
worden beïnvloedt door de omgeving, en zullen zelf de omgeving ook beïnvloeden
• Het concept is in de loop van 2.000 jaar veranderd.
o "Managers" werken in organisaties en nemen beslissingen binnen een bepaalde set van culturele
waarden en instituties.
▪ Ze beïnvloeden en worden beïnvloed door de omgeving.
▪ Omgeving: PEST
• Politiek
• Economisch
• Sociaal
• Technologisch (predictive policing, ANPR-camera’s, …)
o Probleem: Deze technologie wordt wel gebruikt door de politie, maar eigenlijk
is het probleem dat zij deze nieuwe technologie eigenlijk binnenbrengen in
een heel oud systeem
o De studie van management begint tijdens de industriële revolutie:
▪ = periode waarbij er sprake is van een veranderende samenleving (landbouw → industrie)
▪ Men begint na te denken over hoe men best een bedrijf moet organiseren en aansturen om
het zo efficiënt mogelijk te doen draaien
▪ Toename van de schaal van productie
▪ Veranderende samenleving

Management in de strafrechtsbedeling: public administration VS public management

• PA/PM is een interdisciplinair studiegebied dat zich richt op de overheid of bestuur.
o Interdisciplinair
▪ Recht, politicologie, economie, algemeen management en bedrijfskunde, organisatietheorie
en sociale psychologie.
• Recht vrijwel verdwenen.
• Organisatietheorie en sociale psychologie: na de Tweede Wereldoorlog.
o Bestuur
▪ De bewering dat de overheid niet een op zichzelf staande, monolithische actor was, maar
ingebed was in netwerken van concurrerende belangen (gerealiseerd in de jaren 1950).
• PA/PM kan niet losgekoppeld worden van de samenleving
• Beleid helpt de samenleving vorm te geven - de effectiviteit van dit beleid is geworteld in het gedrag van
burgers en consumenten.
• Levering van openbare diensten en beleidsvorming.
• PA/PM is geen generiek management, non-profit management, merkmanagement, leiderschapsstudies...
• PA/PM is direct gerelateerd aan de overheid, de staat (inclusief organisaties die namens de staat/regering
werken).

Publieke administratie (PA) Publiek Management (PM) (openbaar bestuur)
Ouderwets, traditioneel, introvert Modern, naar buiten gericht
Statische hierarchieën en procedures (directeur, Dynamiek – leiderschap, innovatie
onderdirecteur, …)
Focus op het volgen van regels – naleving en Richten op het beheren van middelen – efficiëntie en
verantwoordingsplicht prestaties
Focus op de machinerie van de overheid Focus op multi-stakeholder governance


2

,Wat zijn de verschillen?

Public Administration = Is het ouderwetse/traditionele studiegebied dat zich focus op de machinerie van de overheid
(Wie er beleid maakt: (ministers, parlement) hoe wetten & regels worden opgesteld en uitgevoerd, Welke rol de staat
inneemt in de samenleving). Bovendien ligt er een enorme focus op het volgen van de regels & procedures (juridisch)
& heeft geloofd men in statische hiërarchieën

Public management (waar wij op focussen) = Een modern studiegebied, dat ook kijkt naar het functioneren van de
overheid, MAAR ook naar buiten kijkt (andere spelers/partners). Hierbij ligt de focus op “multi-stakeholder
governance” (niet enkel focus op politie als enigste overheidsorgaan, … ook andere partners betrekken om bepaalde
maatschappelijke problemen aan te pakken). Bovendien gelooft het in een dynamische structuur, dat zich kan
aanpassen aan de noden van de omgeving & het bedrijf. Ten slotte focust het public management op het zorgen voor
efficiëntie, goeie prestaties & beheren van middelen.

1. Organisaties en organisatiestructuren in de strafrechtelijke sector

Organisaties

3 betekenissen:

• Institutioneel: een organisatie is een concreet, afzonderlijk systeem, een entiteit
o Het is een instituut, het is iets dat bestaat
• Instrumenteel: focus op de structuur, procedures en afbakening van verantwoordelijkheden
o Wie doet wat? Wanneer? Hoe?
• Procesmatig: focus op het proces van organiseren, op de activiteiten
o Organisatie van de activiteiten zelf

! Definitie: Een bewust gecoördineerde sociale entiteit, met relatief duidelijk identificeerbare grenzen en die streeft
naar de realisatie van een gemeenschappelijke doelstelling of doelstellingen.

1. Sociale entiteiten samengesteld uit mensen → interactie
o Aan de slag gaan met mensen en die interactie tot een goed einde brengen
o Het is een systeem waarin verschillende mensen zitten, deze mensen moeten kunnen samenwerken
met elkaar dus er is nood aan
▪ A: Interne communicatie (interactie)
▪ B: Coördinatie (afstemming, door bv: taakverdeling)
2. Doelgericht → geen doel, geen bestaansreden
o Organisatie bestaan altijd omwille van een bepaalde redenen, een organisatie moet iets doen… want
“zonder doel, is er geen bestaansreden”
o Je realiseert iets
o Vb. scouts → betekenisvolle entertainment bij jongeren (gedrag en technieken aanleren)
3. Bewust gecoördineerd → doel realiseren → verdeling in departementen
o Nadenken over wat je doet
o Finaal ga je afspraken maken met mensen (taakverdeling) maar men moet achteraf wel samenkomen
o Vb. een groepspaper, waar iedereen zijn deel doet maar dit moet samengevoegd worden in één paper
o Vb. lokale politie – cybercrime – gewoon laten passeren alsof er niets gebeurd is → men moet
nadenken hoe men de veiligheid kan garanderen → nadenken over veiligheid = nadenken over wat je
gaat doen
o Vb. scouts → bewuste coördinatie om vb. geld in te zamelen om op kamp te gaan + taakverdeling
beslissen
4. Identificeerbare grenzen → wat behoort tot organisatie en wat niet
o Wat mogen / moeten / mogen we niet doen?
o Vb. lokale vs federale politie: kerntaken debat



3

,Open/gesloten systeem → EXAMEN!

Als je kijkt naar organisaties vandaag de dag kan je een belangrijk onderscheidt maken tussen, 2 verschillende systemen
(examen): (1) gesloten systemen & (2) open systemen

• Gesloten:
o Niet afhankelijk van zijn omgeving → onafhankelijk
▪ Wat er ook politiek, sociaal, technologisch gebeurd uw werking van uw organisatie wordt niet
beïnvloedt
• bv: staatsgreep maar het boeit de organisatie/bedrijf niet, er is geen impact
o Autonoom (kan op zichzelf functioneren), begrensd, hermetisch afgesloten van buitenwereld
o Toch uitgangspunt van de eerste managementbenaderingen: focus op interne systemen
o Je kan nooit volledig gesloten zijn → je moet altijd kijken naar wat er gebeurd in de samenleving
o Bestaat vandaag bijna niet meer (nu: half-open tot open systemen), MAAR was lange tijd toch
uitgangspunt van de eerst managementbenadering. Hierbij was er enkel aandacht voor de interne
systemen (wat er extern gebeurd maakt niet uit)
▪ Deze organisatie kijken enkel naar zichzelf, en worden gekenmerkt door deze elementen:
• Autonoom, begrensd, hermetisch afgesloten van buitenwereld
• Open:
o Moet continue wisselwerking onderhouden met zijn omgeving om zijn doelstellingen te kunnen
realiseren
▪ Deze organisaties zijn wel afhankelijk van hun omgeving aangezien ze continue de
wisselwerking moeten onderhouden met hun omgeving om zijn doelstellingen te kunnen
realiseren. (Politie + burgers, politici, andere organisaties)
o Worden beschouwd als systemen → interagerende componenten
▪ Hierbij gaat er dus vanuit de organisatie een zekere output naar de omgeving, deze omgeving
geeft vervolgens feedback.. Deze feedback is de input voor het bedrijf om mogelijke
aanpassingen te maken om vervolgens “betere output” te realiseren. → Adaptatie aan de
externe omgeving = cruciaal, je krijgt altijd feedback van de omgeving (wat impact zal hebben
op uw output later)
o Omzetten van input naar output steeds in relatie met omgeving (feedback afnemers)
o Adaptatie aan externe omgeving is cruciaal
▪ Geldt voor iedere organisatie
▪ Vb. gevangenis – overbevolking → sociale economische context (besparing)
• vb. beleid zegt: langer straffen = gevolgen voor overbevolking in gevangenissen →
sterk afhankelijk van externe beslissingen en publieke sentimenten tov veiligheid

Verschil is belangrijk: Het verschil zit in het kijken naar de externe omgeving, en een soort afstemming te maken tussen
de interne organisatie & externe omgeving




4

,Doelstellingen van organisaties

Elke organisatie bestaat om waarde te creëren en die waarde te verdelen of beschikbaar te stellen aan klanten, burgers
of andere betrokkenen (stakeholders). Dus de 2 grote doelstelling van organisaties zijn:

1. Waarde creëren; en
o Private management → waarde = geld (economische waarde)
o Publiek management (overheid / politie) → moeilijker
▪ Vb. OCMW: activeren van werklozen door sociale assistenten → waarde = bijdragen aan de
samenleving WANT iemand doorsturen naar werk dus betaald belastingen, daarmee kunnen
we defensie, politie en onderwijs financieren + voor de mensen zorgt het voor een sociaal
vangnet, sociale connecties, …
▪ Vb. politie: waarde = wat heeft men gedaan met de middelen die men gekregen heeft
2. de gecreëerde waarde te verdelen/beschikbaar te stellen aan klanten en stakeholders.
o Stakeholders = mensen die geimpacteerd worden door jouw werking
▪ Vb. scouts: stakeholders = de jongeren, de leiding, de ouders
▪ Vb. politie en gevangenis: heel veel stakeholders → parket, CAW, zorg, onderwijs departement

4 te onderscheiden types van organisaties o.b.v. finaliteit:

→ Permanent spanningsveld
• Links economische partijen staan vooral voor zuivere publiek/sociale en sociaal economische organisaties
• Rechts economisch staan voor economisch sociale organisatie en ondernemingen

1. Zuivere publieke/sociale: focus op oplossen maatschappelijk probleem → maatschappelijke waarde creëren
en verdelen
o Vb. armoedebestrijding, drughulpverlening, psychologische zorg, brandweer → inzetten in het
mentaal welzijn van mensen
2. Sociaal economische: sociale en economische doelstellingen, maar maatschappelijke waarde creatie en –
verdeling is groter dan de economische waarde creatie.
o Vb. Beschutte werkplaats, OCMW-ziekenhuis
o Meestal gesubsidieerd door overheid
o Maatschappelijke waarde creatie staat centraal MAAR mag niet zomaar alles kosten → er moet ook
een economische waarde creatie zijn WANT men moet kunnen rondkomen en autonoom zijn
3. Economisch sociale: economische waarde creatie en –verdeling is groter dan de sociale doelen.
o Vb. Privé-rusthuis, privé-kinderopvang
o Grootste doel = winst creëren maar ook return to investement doen
4. Ondernemingen: economische waarde creatie en – verdeling staat centraal
o Er wordt geïnvesteerd en op het einde van de rit, is er winst die teruggegeven kan worden aan de
aandeelhouders




5

,Maatschappelijke waarde: 4 benaderingen:

Zoals hierboven uitgelegd staat, focussen wij in dit vak op het management van de strafrechtsbedeling (valt onder de
overheid). Waardoor je kan stellen dat maatschappelijke waarde toch wel centraal staat in deze organisaties.

Wat is maatschappelijke waarde? Maatschappelijke waarde is de waarde die door publieke organisaties wordt
gecreëerd door middel van het leveren van producten, diensten, regelgeving, enzovoort.

• = een afspraak tussen de opdrachtgever en de organisatie
o Opdrachtgever kan politiek van aard zijn (vb. minister, gouverneur, …)
o Je moet iets teruggeven aan de opdrachtgever (anders dan wanneer jij als organisatie niet zou bestaan)
• Deze waarde wordt voortdurend gedefinieerd en hergedefinieerd door sociale en politieke interactie
o Herdefinitie na controle en correctie

Maar hoe weet je dan of je organisatie goed bezig is, m.a.w. waarde creëert? → 4 benaderingen

1. Realiseren van politieke mandaten
o Publieke manager realiseert opgelegde doelstellingen zo efficiënt en effectief mogelijk
o Opgelegde doelstellingen vaak echter abstract en vaag → geen indicatie maatschappelijke waarde
▪ Vb. burgemeester wil in bepaalde wijk verhoogde veiligheid - korpschef krijgt dat te horen –
hoe meet je dat? Subjectieve of objectieve veiligheid? Welk soort veiligheid?
▪ Indien abstract kan je zelf de richting kiezen
2. Realiseren van professionele maatstaven
o Experten binnen het vakgebied expliciteren maatschappelijke waarde op basis van hun kennis en
ervaring → zeggen welke organisatie wat moet doen
▪ Vb. OCMW / VDAB: activering van werklozen binnen 6 maanden → kijken of het lukt en of het
zinvol is
o Zinvol?
▪ Vb. Generaal en middelen adequaat leger die te veel middelen wenst / ziekenhuisdirecteur
over besteding sociale zekerheid
▪ Opletten dat het geen eigen belang wordt voor professionele organisaties
3. Uitkomst van analysetechnieken
o = Wat de gecreëerde maatschappelijke waarde wordt hier vastgesteld via rationele analysemethoden
zoals kosten-batenanalyses of kosten-effectiviteitsanalyses.
▪ Probleem: hoe becijfer je “maatschappelijke waarde” (hoe kan je dat concreet meetbaar
maken)??
o Hoe gebeurd evaluatie van een zonaal veiligheidsplan bij de lokale politie → vb. kantschriften van
wijkagent, domicilie bezoek, interageren met plaatselijke jeugd (connecties leggen) → kijken hoeveel
uur er werd besteed aan verschillende zaken
4. Klanttevredenheid
o De burger is een klant (jaren ‘90 - 2000)
▪ De burger moet tevreden zijn
▪ Vroeger: burger had rechten en plichten en het maakte niet uit of hij tevreden was
▪ → mensen aan het loket moeten vriendelijk zijn
o Geaggregeerde individuele nut van de klanten
o Zinvol? Finaliteit is maatschappelijke opdracht waarbij klantentevredenheid een middel is en niet
finale doel
▪ Probleem: tevreden klant is niet noodzakelijk de doelstelling (bv: besparing van de regering
Bart de Wever, zouden maatschappelijke waarde creëren in e toekomst, maar nu is niemand
tevreden & betogen)




6

,Managementprocessen helpen bij het creëren en verspreiden van waarde. Maar wat zijn nu juist deze processen,
wat doet de manager eigenlijk?

• Plannen: formuleren van doelstellingen, ontwikkelen van strategieën om doelstellingen te bereiken en plannen
om activiteiten te coördineren en uit te voeren → Hoe?
• Organiseren: wie doet wat, wat moet er gedaan worden, hoe moet het gedaan worden en wie is
verantwoordelijk tegenover wie?
• Leiden: medewerkers motiveren en ondersteunen, communicatiekanalen kiezen en problemen oplossen →
coachen, ondersteunen van mensen
• Toezicht houden: prestaties controleren, vergelijken met benchmarks en corrigeren indien nodig → belangrijk
om elkaars bedoeling goed te begrijpen (Wat wordt er precies verwacht? Wat is de probleemstelling?)
Waarom is management nodig? Om drie organisatorische kwesties op te lossen:

1. Externe afstemming = wat de opdrachtgever, maatschappij, klant, partner wil dat je doet
o Kijken naar buiten
o Dit gaat over de relatie tussen de organisatie en haar omgeving. Het management moet bepalen wat
de organisatie moet doen in reactie op wat er van buitenaf wordt gevraagd of verwacht (bv: opdracht
van de overheid om een nieuwe politiedienst op te starten)
o MAAR dat is afhankelijk van uw interne afstemming: wat heb je van middelen & personeel)
2. Interne afstemming = doen we de dingen die we moeten doen + doen we ze juist
o Kijken naar binnen
o Iedereen moet op de juiste plaats zitten
3. Structurering van de organisatie = hoe ga je het ordenen, hoe ge je ervoor zorgen dat mensen aan de slag
gaan en dat er een overzicht is van de taken
MAPE = Middelen worden gebruikt om activiteiten te ontwikkelen, die op hun beurt leiden tot prestaties die effecten
genereren

• Middelen (Input) = Dit zijn de hulpbronnen die een organisatie inzet, zoals geld, personeel, materiaal of tijd.
• Activiteiten (Throughput) = Met die middelen voert de organisatie concrete acties of processen uit
o bv: campagnes
• Prestaties (Output) = De directe resultaten van de activiteiten.
o Bv: het aantal interventies, uitgevoerde controles of behandelde dossiers.
• Effecten (Outcome/Impact) = De bredere maatschappelijke gevolgen of veranderingen die ontstaan door de
prestaties. Denk aan meer verkeersveiligheid, minder criminaliteit, of meer vertrouwen in de politie.

Organiseren van publieke organisatie

Denkfout:

• Denkfout: Vaak denkt men dat de structuur van de organisatie een vast gegeven is
o Ze bestaan al lang & houden we dus beter zo
o Idee van een organogram die nooit gewijzigd kan worden
▪ Organogram is het eerste en belangrijkste document om te wijzigen!
• Door dat organisaties eigenlijk niet willen veranderen (bv: politie) worden er eigen strategieën ontwikkeld om
hun doelstelling te realiseren, maar deze worden ontwikkeld vanuit een bestaande organisatiestructuur & niet
vanuit omgevingsbehoeften!
o → Strategieën worden ontwikkeld vanuit bestaande organisatiestructuren en niet vanuit
omgevingsbehoeften
o Als je strategie hebt moet je ook kijken naar de organisatiestructuur!
o Zo worden strategieën ondergeschikt gemaakt aan organisatiestructuur
o Organisatiestructuur moet instrument zijn om strategieën te ontwikkelen en te implementeren




7

,Organisatiestructuur

• Organisatie = een bewust gecoördineerde sociale entiteit ...
• Hieruit blijkt dat coördinatie essentieel is!
o Groeperen van elementen vallen samen in een samenwerkend verband om bepaalde doelstellingen
te realiseren
o Je moet op elkaar afgestemd zijn
• Dus: Je begint altijd met wat je wilt doen (doelstelling/strategie), en pas daarna ga je uw organisatie daarrond
organiseren
o Niet andersom, dit gebeurd vaak omdat mensen iets nieuw willen doen maar in de bestaande
organisatie wordt dat geworpen = foutief

Organisatiestructuur

• = De manier waarop een organisatie haar centrale opdracht verdeelt in diverse taken en vervolgens via
onderlinge coördinatie terug vorm geeft (Mackenzie)
• De formele structuur op basis waarvan taken worden verdeeld, gegroepeerd en gecoördineerd (Robbins)
• → Het bepaald wie wat doet, wie waarvoor verantwoordelijk is, wie de leiding heeft en hoe de communicatie
en samenwerking verloopt
• Vb. leiding = manager → coördinator (verantwoordelijk voor zijn afdeling) → afdeling (iedereen heeft een
bepaalde functie/taak gekregen & individuen met dezelfde taak vormen een afdeling of dienst)

Onderscheid tussen de formele vs. de informele organisatiestructuur

• Formele structuur:
o Officiële structuur
o Zoals ontwikkeld door topmanagement of vastgelegd in mandaat
o Voorgesteld via organogram (schematische schets van gezagsverhoudingen)
o Relatief statisch (blijft hetzelfde)
• Informele structuur:
o Onofficiële, maar vaak cruciale, werkrelaties tussen de leden van de organisaties (Daft, 1989)
o Spontane ontstaan van sociale relaties o.b.v. vriendschappen, kennis, gezamenlijke pauzes, …
▪ O.b.v. mensen die elkaar kennen
o Soms sterker dan formele relaties
▪ Vb. interventieploeg kan niet weten dat er in bepaalde wijk problemen zijn tenzij een persoon
uit de interventieploeg zelf contact legt met wijkagenten
o Karakteristieken (Dean, 2004):
▪ Stilzwijgend en ontastbaar
▪ Opduikend en zelforganiserend
▪ Tijdelijk, contextueel gebonden en ambigu
▪ Dynamisch en complex → kunnen snel veranderen (vb. wanneer iemand op een ander
moment pauze begint te nemen zal die werkrelatie wat verminderen)




8

,Onderscheid tussen horizontale vs. verticale organisatiestructuur

! De meeste organisaties hebben beide omdat ze verschillende aspecten van de organisatie aanduiden

• Oorsprong taakspecialisatie/arbeidsverdeling → traditioneel organisatieprincipe dat stelt dat productiviteit
toeneemt wanneer medewerkers specialiseren in bepaalde taken
o Vb. boekhouders (Europees, lokaal en federaal) – iedere taak heeft een specifieke wet en regelgeving
– een persoon kan niet op de hoogte zijn van alle regelementen, persoon kan meer richten op eigen
vakgebied en heeft meer tijd voor werk
o Vb. recherche specialist wapenhandel: je kan je veel beter inzetten in 1 vakgebied dan wanneer je 4
vakgebieden onder jouw naam hebt
o → Hoe meer specialisatie hoe productiever men te werk kan gaan
• Maar moet natuurlijk ook terug gebundeld worden in aanstuurbare eenheden → aansturing
o Via horizontale en verticale indeling
▪ Verticaal: typische top down verdeling (hiërarchie)
• Baas bepaald waar we naartoe moeten gaan
• De rest van de organisatie zorgt dat we het
doel bereiken
▪ Horizontaal: alliëren van het beleid
• Tussen verschillende diensten moet er ook
afspraken gemaakt worden
o Kennis samenbrengen in een groter geheel dat van nut komt
voor je doel

Horizontale indeling of departementalisatie

• Taken op logische wijze groeperen in divisies, departementen, afdelingen, …
• Meest voorkomende indelingen:
• 1. Functionele indeling
o Gelijksoortige taken/functie samenvoegen in afdelingen op basis van aard van de taak
o Verzuiling / ciloisering = we spreken niet met elkaar, ze worden allemaal onder directies geplaatst en
communiceren horizontaal niet met elkaar → dit moet worden tegengegaan
o Vb. organogram van de federale / lokale politie, organogram gevangenis Gent




• 2. De productindeling
o Taken of functies samenvoegen op basis van product- of dienstenlijnen




9

, • 3. Geografische indeling
o Taken binnen een bepaald gebied samenvoegen
o Zie gemeentes, provincies




• 4. Doelgroepindeling
o Behoeften/wensen van de klant/burger vormen de selectiecriteria om actieterrein te verdelen in
groepen van taken/functies




• 5. Kanaalindeling
o Op basis van distributiekanalen om producten of diensten beschikbaar te stellen




De verticale indeling

• Specifieert de hiërarchische relaties tussen de medewerkers en de functies vertrekkende van de top tot aan
de basis
o → wie is er de baas + over wat heeft hij/zij de macht
• Hoe meer hiërarchische niveaus een organisatie heeft, hoe kleiner de reikwijdte van beheer is
o Steile organisatie → vlakke organisatie
▪ Steile organisaties: veel vakjes onder elkaar
• Een organisatie waar er heel veel verschillende lagen zijn in de hiërarchie
• Hoe meer lagen hoe kleiner de reikwijdte van het beheer wordt (elke leidinggevende
stuurt maar perfect aantal mensen aan)
• Voorbeeld: Grote school met verschillende campussen
o Algemene directeur (stuurt 3 campusdirecteur aan)
o Campusdirecteur (elk directeur stuurt 3 afdelingshoofden aan)
o Afdelingshoofd eerste graad (elk afdelingshoofd stuurt 5 leerkrachten aan)
o Leerkrachten (heeft ongeveer 20 leerlingen)
▪ Vlakke organisaties: veel vakjes naast elkaar
• Een organisatie met weinig lagen in de hiërarchie, waardoor de reikwijdte van het
bestuur groot want de grote baas heeft veel te zeggen (veel mensen tegelijk
aansturen)
• Voorbeeld: Kleine school met enkel een directeur en leerkrachten. De directeur stuurt
alle leerkrachten rechtstreeks aan, bijvoorbeeld 20 in totaal. → Dit is een grote
reikwijdte van beheer: één baas voor veel mensen.
10

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
12 mei 2026
Aantal pagina's
152
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$15.89
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Ilonamasselis Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
264
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
13
Documenten
53
Laatst verkocht
1 week geleden
Criminologische wetenschappen

Hallo! Ik ben 3de jaar student criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent. Indien je een samenvatting hebt gekocht, mag je me gerust een berichtje sturen, dan stuur ik het document nog eens door zonder die irritante reclames. Indien je tevreden bent over de samenvatting die je aankocht, laat dan zeker een recensie achter! Alvast veel succes bij het studeren! Ik duim voor jullie! :)

4.1

20 beoordelingen

5
5
4
12
3
3
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen