Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 58 pages
Summary

Samenvatting Studiemateriaal Investeren en Beleggen | H3 t/m H12 (alle stof)| Tilburg University | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 58 pages

Deze samenvatting voor Investeren & Beleggen biedt een compleet en gestructureerd overzicht van alle tentamenstof uit de cursus, van de basisprincipes van contante waarde en obligaties tot moderne portefeuilletheorie, CAPM en WACC. De theorie is helder uitgewerkt in eigen woorden en aangevuld met definities, formules, intuïtieve uitleg en belangrijke tentameninzichten. Onderwerpen zoals tijdswaarde van geld, NCW, IRR, obligaties, yield to maturity, duration, aandelenwaardering, dividend discount modellen, efficiënte markten, risico- en rendementsmetingen, diversificatie, beta, CAPM, mean-variance analyse, tangency portfolio’s, Sharpe ratio, cost of capital en projectwaardering komen uitgebreid aan bod. Daarnaast bevat de samenvatting veel praktische uitleg over de interpretatie van formules, de onderlinge verbanden tussen concepten en de economische logica achter investeringsbeslissingen. Hierdoor is het document niet alleen geschikt als naslagwerk, maar ook als volledige tentamenvoorbereiding voor studenten die de stof echt willen begrijpen in plaats van alleen uit het hoofd willen leren. De samenvatting combineert theorie, intuïtie en tentamenrelevante inzichten in één overzichtelijk document en vormt daarmee een solide basis voor zowel de open vragen als de meerkeuze- en stellingvragen van het vak.

Content preview

Hoofdstuk 3
Beleggingsproducten: financiële producten, zoals aandelen en obligaties.

Investeringsproducten: Reële producten bedoeld voor een
productieproces, zoals machines en fabrieken, maar ook website of een
app.

 Leveren een cash flow op in de toekomst

Waar staat financiering in de economische wetenschap?




Macro-economie: vraag en aanbod bepaalt evenwicht voor prijs en
hoeveelheid. Globale behandeling van kapitaalinkomen, samenhang met
reëel-economische grootheden (arbeid, groei, productie) en inflatie.

Micro-economie: vraag en aanbod van deelmarkten. Ook hier denken over
evenwicht.

Financiering/Investeren en Beleggen:

- Minder aandacht voor vraag en aanbod
- Hou bij het beprijzen van toekomstige cash flows rekening met risico
en de tijdswaarde van geld.
- Onderscheid naar product (aandelen, obligaties enz.) vanwege
verschil in risico.

Prijs en geld vandaag:

• Prijs van financiële producten en reële producten is uitgedrukt in geld
vandaag.

• Geld vandaag (“Cash today”):

- Nu om te zetten in consumptie/producten
- Objectief want waarneembaar

• Contante waarde (“Present Value”):

, - De berekende waarde per vandaag van cash flows later
- Subjectief vanwege aannames in het terugrekenen naar vandaag

Rente en tijdswaarde van geld:

Wat is rente (“Interest (rate)”)?

- Rente is een vergoeding voor uitstel van consumptie
- Rente is een kost voor vervroeging van consumptie

Tijdswaarde van geld (“Time Value of Money”)

- Verschil tussen geld later en geld vandaag ( ≈ rente)

Wat beïnvloedt de hoogte van de rente?

- Inflatie, economische groei, monetair beleid

Risicovrije rente (“risk-free interest rate”): rf

- Tijdswaarde van geld is risicovrij
- Bankrente of rente op een staatsobligatie is niet strikt risicovrij
- Maar deze wordt daar gemakshalve wel vaak aan gelijk gesteld

Discontovoet (“discount factor”): 1 /1+𝑟𝑓

- Bij 10% rente is de discontovoet: 1 / (1+0.10) = 0.9091
 Disconteren naar vandaag tegen 10% van € 1.100 over een jaar:

0.9091 × € 1,100 = € 1,000

Waarderingsbeginsel:

Wanneer bij een investering de opbrengsten hoger zijn dan de kosten, dan:

- is het “economisch juist” te investeren en zou er tot investeren
moeten worden besloten,
- indien investeringen en opbrengsten zijn uitgedrukt in marktprijzen
(= niet gemanipuleerd).

“Zou … moeten”:

- Want een bedrijf dient in het belang van zijn eigenaren te handelen
binnen de geldende wetgeving,
- en moet rekening houden met andere belanghebbenden, zoals
medewerkers, klanten, leveranciers, het milieu enz

,(netto) contante waarde:

Contante Waarde (CW) (“Present Value”):

- De waarde vandaag van cash flows later
- Berekenbaar (bij een bekende discontovoet)

Netto Contante Waarde (NCW, “Net Present Value”)

- De CW van opbrengsten min de CW van kosten
- De som van de CW van positieve en negatieve cash flows

Welke keuze te maken bij investeringsmogelijkheden?

- Neem degene met de hoogste NCW!
- Doe niets wanneer NCW negatief is ( = niet investeren)

Voor € 100 heb je de keuze tussen:

1. Spaarrekening tegen 10% ( ≈ niets doen), of
2. Investeren in een project dat zeker € 120 opbrengt.

1. Spaarrekening NCW: .10 = 100

2. Project NCW: .10 = 109  deze kies je!!! 9 > 0

Arbitrage:

Het gelijktijdig kopen en verkopen van hetzelfde product

 Doel: daaraan te verdienen
- Voorbeeld: koop een termijncontract op een ounce zilver in Chicago
voor $ 22 en verkoop voor $ 23 in New York.
 Deze handelaar loopt geen risico en “doet” niets en zal hiermee
doorgaan tot het prijsverschil is verdwenen
- Tegenvoorbeeld: een edelsmid koopt gebruikt zilver bestek in tegen
$ 700/kg, smelt het om en verkoopt het aan de groothandel voor $
750/kg
 Geen arbitrage, want er is een “dienst” verricht: het omsmelten.

Waarom gebruiken we het begrip arbitrage?

Het is het mechanisme achter de “Wet van één prijs”:

- In een normale markt hebben identieke producten dezelfde prijs
- Identieke financiële producten hebben identieke cash flows
- De aanname is dat prijsverschillen dan worden “weggearbitreerd”




Ook voor financiële producten geldt daarmee:

, - Een aandeel, obligatie enz. heeft maar één prijs,
- Althans, op hetzelfde moment (“simultaneously”).
- Werkt goed vanwege de grote transparantie in financiële markten



Obligaties:




Wet van één prijs:

- CW van identieke cash flows is altijd gelijk
- Toekomstige cash flows zijn te vertalen naar
contante waarde

geld vandaag (door (uit) te lenen)

“No Arbitrage Price of a Security”

Prijs van een obligatie = CW van een obligatie

- Nogmaals: wanneer markten “normaal” zijn en er wordt gearbitreerd
- Zonder fricties, zoals transactiekosten

De (ver)koop (=transactie) van een obligatie geeft de cash flows van de
obligatie in ruil voor de prijs van de obligatie:

- Je ruilt dan de CW in voor de prijs van de obligatie
- CW van transactie = CW van de cash flows – prijs van de obligatie

De CW van een effectentransactie is gelijk aan nul

- In een ideale, competitieve markt




Hoofdstuk 4

Document information

Study
Uploaded on
May 12, 2026
Number of pages
58
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.01

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
1
Items
9
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions