1
Lisse Govaert
ODISEE KLEUTERONDERWIJS 2025-2026
0
,H1: WAT IS BEWEGEN?
1.1: WAT VERSTAAN WE ONDER BEWEGEN?
Van Daele:
1. Van plaats of stand (laten) veranderen
2. Ontroeren
3. Overhalen, overreden
4. Lichamelijk actief zijn, m.n. met het oog op conditie of gezondheid: we moeten
meer bewegen.
Volgens Vlaams instituut gezond leven heb je 4 categorieën:
o Sedentair gedrag = lang stilzitten = is alles wat je doet terwijl je ligt of zit en
waarbij je heel weinig energie verbruikt. Slapen.
o Licht intensief bewegen = dit zijn lichte fysieke bewegingen die je vaak
doorheen de dag doet, zoals traag stappen, rechtstaand werken/koken. Je gaat
hierbij niet sneller ademen, je hartslag blijft normaal en je kan nog gewoon praten.
o Matig intensief bewegen = vragen al iets meer van je lichaam. Je gaat sneller
ademen maar je bent nog niet buiten adem en je kan nog gewoon praten. Werken
in de tuin, ramen wassen, fietsen, vlot doorstappen, …
o Hoog intensief bewegen = tijdens deze activiteiten zoals joggen, de trappen
stevig oplopen, stevig doorfietsen, zwaar werk in de tuin, … Hier ga je sneller
ademen, hart sneller slaan, je zweet en kan moeilijker praten.
1.1.1: WAAROM IS BEWEGEN BELANGRIJK BIJ KLEUTERS?
Het is bevorderlijk voor lichaam en geest. Zorgt ook voor:
o Gezonder gewicht
o Verbetering motoriek
o Sterkere ontwikkeling hersenen
o Verbeteren sociale vaardigheden
o Versterkt mentaal welbevinden.
1.1.2: HOEVEEL MOETEN KLEUTERS BEWEGEN?
Bewegen en slapen gaan vaak hand in hand.
Peuters en kleuters bewegen best elke dag 3 uur aan lichte, matige of hoge intensiteit,
verspreid over de dag. (liefst 60 minuten aan matige of hoge intensiteit.)
Peuters en kleuters zitten beter niet langer dan één uur stil aan een stuk.
1.2: WAT IS GOED BEWEGINGSONDERWIJS EN WAAROM IS HET NODIG?
Een kleuter heeft een grote bewegingsdrang, maar kinderen krijgen minder
bewegingskansen dan vroeger.
1.2.1: DOELEN VAN BEWEGINGSOPVOEDING IN HET BASISONDERWIJS
MINIMUMDOELEN:
Binnen de vakdiscipline ‘L.O.’ zijn twee inhoudelijke klemtonen gelegd en worden de
doelen ingedeeld in 2 categorieën:
1
, 1) Motorische en fysieke 2) Zelfconcept en sociale interactie
competenties
= vermogens om ‘juist en handig te =het beeld dat iemand van zichzelf als
bewegen’. persoon heeft. Actief bewegen ervaar je als
=deze doelen vertrekken vanuit de totaal persoon waarbij je jezelf en andere
natuurlijke basisbewegingen en groot personen leert begrijpen.
motorische vaardigheden zoals lopen,
springen, huppelen, …
Verschillende emoties komen aan bod,
Worden aangeboden in verschillende het omgaan met regels en afspraken en
contexten. samenwerken.
Fysieke competenties KLUSCE =>zorgt voor opbouw en ontwikkeling van
Kracht, Lenigheid, Uithouding, Snelheid, sociale vaardigheden en dragen tot de
Coördinatie en evenwicht. opbouw van een positief zelfbeeld.
DE BASISELEMENTEN VAN BEWEGEN; LICHAAM, RUIMTE EN TIJD
Bewegen doen kleuters met hun hele lichaam, binnen een bepaalde ruimt en binnen
bepaalde tijd.
o Motorische competenties en fysieke competenties: groot motorische competenties
bv een kleuter kan een licht voorwerp in een hoepel gooien en weet hoe ‘hard’
hij moet gooien.
o Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie en ruimteperceptie)
bv een voorkeurslichaamszijde: welke voet bal wegtrappen
bv een complexe ruimte en tijdsfactoren: tikkertje spelen en tikker ontwijken
ONTWIKKELINGSKANSEN VOOR KLEUTERS: ‘SPEELKRIEBEL’
Kernidee van een spel => datgene wat kinderen aantrekt en motiveert om het te spelen.
In een speelkriebel => ultieme ontwikkelingskans = doel waarmee je aan de slag gaat.
In ‘speelkriebel’ worden ontwikkelingskansen geformuleerd ze bestaan uit:
o De bewegingsvaardigheid: hoe wordt er bewogen?
o Het accent: Waar wordt de focus op gelegd? Wat is de belangrijkste
ontwikkelingskans?
o Ook nog; bijkomende ontwikkelingskansen
7 hoofdstukken:
1) Bewegingsvaardigheden
2) Lichaamsperceptie en bewegingscoördinatie
3) Beweging afstemmen op de ruimte
4) Bewegen afstemmen op tijd
5) Fysieke fitheid
6) Positief zelfconcept, sociale vaardigheden en zelfsturing
7) Zintuigelijke waarneming
2