Epidemiologie
H1: Gezondheidsleer en epidemiologie
1.1 Inleiding
Rol kiné in gezondheidszorg:
o Revalidatie
o Preventie
1.2 Gezondheid
WHO = World Health Organisation
Gezondheid:
o Lichamelijk
o Geestelijk
o Maatschappelijk welzijn
Homeostase
Normaliteit:
o De statische normale
o De normatief normale
Factoren die de norm beïnvloeden:
Geslacht
Leeftijd
Diurnale variatie
1.3 Ziekte
= afwijking v/e normale functie of structuur v/h lichaam
Gekenmerkt door …
1.3.1 Etiologie
= oorzaak, geheel v factoren die de ziekte veroorzaken
1(+) oorzaken
Idiopathisch
Iatrogeen
1.3.2 Pathogenese
= wijze waarop de oorzaak de ziekte tot stand brengt
Schadelijke invloed:
o Idiopathisch
o Acuut trauma of overbelasting of infectie
o Intoxicatie
Terrein:
o = gevoeligheid/vatbaarheid
o Genetische factoren
o Omgevingsfactoren
o Algemene gezondheidstoestand
o Leeftijd
Reactiemechanisme:
o = immuunstelsel
,1.3.3 Symptomatologie
= ziekteteken, uiting v/d ziekte
Subjectief vs. objectief
Aspecifiek vs. pathognomonisch
Syndroom
1.3.4 Verloop van de ziekte
Acuut vs. chronisch
Latente periode
Incubatieperiode
Prodromale periode
o Prodromen = aspecifieke ziektetekens
1.3.5 Prognose
= uiteindelijk resultaat v ziekte en termijn waarin dit optreedt
Genezing = restitutio ad integrim
Genezing met sequelen
o Restletsels
Evolutie naar chronische aandoening
Dood
1.3.6 Behandeling
Diagnose + behandeling op wetenschappelijke methode gebaseerd
Doel:
o Causaal
o Organotroop
o Symptomatisch
o Palliatief
o Proef
o Experimenteel
Methode:
o Heelkundig
o Medicamenteus
o Fysisch
o Psychotherapie
1.4 Gezondheidsleer
Toegepaste wetenschap
Praktische wetenschap
Indeling:
o Algemene maatregelen
o Bijzondere maatregelen
o Openbare maatregelen
1.5 Revalidatieleer
Stoornis = verlies v anatomische, fysiologische of psychologische functies
Beperking = verlies v specifieke fysieke of mentale functies
Handicap = verlies v affectieve en/of sociale functies
,1.6 Preventie
1.6.1 Primaire preventie
= voorkomen van ziekten
Determinanten zijn noodzakelijk
Niet altijd mogelijk:
o Vb. artrose, multiple sclerose, ziekte v Parkinson
Organisatie:
o Ecologie v/h fysische en psychische milieu
o Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding
o Systematische vaccinaties
o Erfelijkheidsonderzoek
1.6.2 Secundaire preventie
= vroegtijdige opsporing v ziekte in behandelbaar stadium + voorkomen dat ziekte voortschrijdt + kans
op herstel zonder blijvende schade verhogen
Alerte symptoomherkenning
Screening
o Vroegdiagnose vb. baarmoederhalskanker
o Niet altijd mogelijk vb. diabetes type II
Organisatie:
o Prenatale en postnatale raadpleging
o Medisch schooltoezicht
o Arbeidsgeneeskundig onderzoek
o Sportgeneeskundig onderzoek
o Preventief kankeronderzoek
o Algemene check-up
o -> EHBO, Rode Kruis, antigifcentrum, …
1.6.3 Tertiaire preventie
= voorkomen v complicaties en sequelen bij bestaande ziekten
Curatieve zorg en revalidatiegeneeskunde
Vooral bij chronische ziekten:
o Lichamelijke zorg
o Psychosociale zorg
o Zelfzorg
1.7 Epidemiologie
= studie v voorkomen v ziekte en sterfte
= ziekte- en sterftebeschrijving
Morbiditeit: -> meestal omgezet naar ‘per 100.000’
Incidentie:
Prevalentie:
o Tijdsperiode:
Punt-prevalentie
Periode-prevalentie
Lifetime-prevalentie
, Risico van ziekte:
o Relatief risico:
o Attributief risico:
Mortaliteit:
o Bruto-mortaliteit:
o Mortaliteit per ziekte:
-> meestal omgezet naar ‘per 100.000’
o Letaliteit:
Studiedesigns:
o Cohortonderzoek:
Steekproef lange tijd opvolgen
Aflijning populatie
Prospectief vs. retrospectief
o Case-control onderzoek
o Cross-sectioneel onderzoek
Methoden om ziekte vroegtijdig op te sporen:
o Screening:
Bevolkingsgroep
Op initiatief v onderzoekers
Getest met eenvoudige middelen
Follow-up -> diagnostisch onderzoek
o Case-finding:
Individu
Op eigen initiatief (met klachten)
Getest om ziekte op te sporen -> geen verband met klacht
o Check-up:
= evaluatie v algemene gezondheidstoestand
Vereiste om concreet doel te bereiken:
Vb. levensverzekering, piloot, ultra-endurance wedstrijden
Testeigenschappen:
o Sensitiviteit (SNOUT):
Percentage v werkelijke zieken bij wie test positief is
Negatief resultaat bij hoge sensitiviteit -> ziekte uitsluiten
o Specificiteit (SPIN):
Percentage v gezonden bij wie test negatief is
Positief resultaat bij hoge specificiteit -> ziekte bevestigen
o Voorspellende waarde:
Kans op ziekte wanneer test positief is
o -> screening + diagnosestelling
Lead time:
o = schijnbare levensverlenging dankzij het vervroegen v/d diagnose
o Schijnbare lead time vs. reële lead time