Ondernemingsrecht: een inleiding
Economisch recht · Deel I: Inleiding
Legenda
Label → Te kennen leerstof
📖 Lezen → Enkel lezen als achtergrond, niet te kennen
DEEL I · HFST. 1 Van handelsrecht naar ondernemingsrecht
📖 Lezen Volledig hoofdstuk 1 — lezen op p. 7–12
DEEL I · HFST. 2 Onderneming
Afd. 1 — Onderneming in 'formele' en in 'functionele' zin
Evolutie van het 2013 (WER): functionele definitie → 'elke natuurlijke persoon of rechtspersoon
begrip die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn
verenigingen.'
2017 (Boek XX): nieuw formeel begrip ingevoerd — kijkt naar de VORM van de
organisatie.
2018 (Wet Hervorming Ondernemingsrecht): 'handelaar' afgeschaft, vervangen
door het formeel ondernemingsbegrip (art. I.1, 1° WER), in werking 1 november
2018.
Formeel begrip — → Bevoegdheid ondernemingsrechtbank (art. 573, 1° Ger.W.)
toepassingsgebied → Inschrijvingsplicht KBO
→ Insolventierecht
→ Boekhoudplicht
→ Ondernemingsbewijsrecht
Functioneel begrip Blijft bestaan voor: mededingingsrecht · marktpraktijkenrecht ·
— prijsreglementering.
toepassingsgebied Definitie: 'op duurzame wijze een economisch doel nastreven'.
Afd. 2 — Onderneming in 'formele' zin (art. I.1, 1° WER)
Definitie (a) Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent.
→ Incl. vrije beroepen (advocaten, artsen, architecten, …).
→ Zelfstandig = tegenpool van 'in ondergeschikt verband' (≠
werknemer/ambtenaar).
→ Duurzaamheid is inherent aan het begrip 'beroepsactiviteit'.
→ Kan hoofd- of bijberoep zijn.
⚠ Loutere vermogensbeheer (bv. verhuur appartement, effectenportefeuille) =
géén beroepsactiviteit.
,Definitie (b) Iedere privaatrechtelijke rechtspersoon — ongeacht activiteit.
→ Incl. VZW's en stichtingen, zelfs zonder marktactiviteit.
→ Incl. vennootschappen met volkomen én onvolkomen rechtspersoonlijkheid.
⚠ Publiekrechtelijke rechtspersonen: alleen onderneming als ze
goederen/diensten aanbieden op een markt.
Definitie (c) Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.
→ Wél: maatschappen (eigen rechten en verplichtingen, nemen deel aan
rechtsverkeer).
→ Niet: feitelijke verenigingen (geen uitkeringsoogmerk én feitelijk geen
uitkeringen).
⚠ Uitzondering: een 'feitelijke vereniging' die vermomde uitkeringen doet, wordt
wél als onderneming beschouwd.
Geen Federale staat · gewesten · gemeenschappen · provincies · gemeenten ·
onderneming OCMW's.
Publiekrechtelijke rechtspersonen zonder marktactiviteit.
Vrij beroep (art. 'Elke onderneming wiens activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op
I.1, 14° WER) onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties
te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en permanente vorming is
vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer.'
→ Vrije beroepen zijn ondernemingen in zowel formele als functionele zin (als
zelfstandige).
Vuistregel Een VZW zonder marktactiviteit = WÉL onderneming in formele zin
formeel vs. (rechtspersoon), maar GEEN onderneming in functionele zin (geen economisch
functioneel doel).
Afd. 3 — Onderneming in 'functionele' zin
Definitie 'Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een
economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen.'
→ Geldt voor: mededingingsrecht · marktpraktijkenrecht · prijsreglementering.
Economisch doel = Aanbieden van goederen of diensten op een bepaalde markt.
→ Aanbieder wil rendement (inkomsten > uitgaven).
→ Afnemer betaalt tegenprestatie die minstens de kosten dekt.
→ Omvat alle economische sectoren.
Duurzaamheid Aanbod moet plaatsvinden met een zekere regelmaat of in het kader van een
zekere organisatie.
→ Eenmalige handeling = géén onderneming.
Onafhankelijkheid Diensten in ondergeschikt verband (werknemer) = géén onderneming.
Een onderneming is een onafhankelijke organisatie.
Enkele basisverplichtingen van en bijzondere regels voor
DEEL I · HFST. 3
ondernemingen
📖 Lezen Afd. 1 — Inschrijving in de KBO — lezen op p. 19–21
📖 Lezen Afd. 2 — Houder zijn van een financiële rekening — lezen op p. 21
📖 Lezen Afd. 3 — Afgifte van een factuur aan de klant — lezen op p. 21–22
,📖 Lezen Afd. 4 — Bijhouden van boekhouding en jaarrekening — lezen op p. 23
Afd. 5 — Passieve hoofdelijkheid onder ondernemingen
Gemeen recht (art. Hoofdelijkheid = meerdere schuldenaars gehouden tot dezelfde prestatie;
5.160, §1 BW) schuldeiser kan elk voor het geheel aanspreken.
⚠ In het gemene privaatrecht geldt een vermoeden van deelbaarheid: géén
hoofdelijkheid tenzij de wet of het contract dit uitdrukkelijk bepaalt.
Ondernemingsrecht Afwijkende regel: passieve hoofdelijkheid van rechtswege tussen
(art. 5.160, §2 BW) ondernemingen die tot eenzelfde contractuele verbintenis gehouden zijn.
→ Geldt ook als de overeenkomst er niets over bepaalt.
→ Suppletief karakter: partijen kunnen er contractueel van afwijken.
→ Voordeel schuldeiser: hoeft solvabiliteit van elke schuldenaar niet
afzonderlijk te onderzoeken.
→ Voordeel schuldenaars: vergroot hun kredietmogelijkheden.
Uitzondering Niet van toepassing als de onderneming een natuurlijke persoon is en haar
contractuele verbintenis kennelijk vreemd is aan haar onderneming.
Afd. 6 — Vermoeden van kennis van verborgen gebreken door beroepsverkoper
Gemeen recht (art. 1641– Verkoper is gehouden tot vrijwaring voor verborgen gebreken.
1643 BW) → Moet instaan voor verborgen gebreken ook al kende hij ze niet.
→ Tenzij hij een exoneratiebeding bedongen heeft (art. 1643 BW).
Fabrikant / Resultaatsverbintenis: verplicht de zaak zonder gebrek te leveren.
gespecialiseerde → Kan enkel op exoneratiebeding beroepen als hij bewijst dat het
verkoper gebrek 'onmogelijk kon worden opgespoord'.
⚠ Geldt NIET voor elke professionele verkoper — enkel voor de
fabrikant of gespecialiseerde verkoper.
Onderscheidingscriterium De rechter beoordeelt in feite of de verkoper als gespecialiseerde
verkoper kan worden beschouwd, aan de hand van de
specialisatiegraad en technische competenties (Cass. 7 april 2017,
C.16.0311.N).
Afd. 7 — Bewijs in ondernemingszaken
Wettelijk kader Boek 8 'Bewijs' BW in werking sinds 1 november 2020.
→ Geldt voor zowel burgerlijke zaken als ondernemingszaken.
→ Ondernemingsbewijsrecht specifiek geregeld in art. 8.11 BW.
Kernbegrippen Bewijs (3 betekenissen): (1) handeling om rechter te overtuigen, (2) de
bewijselementen zelf (e-mail, factuur, …), (3) het resultaat (feit staat vast).
Bewijsmiddelen = abstracte categorieën: ondertekend geschrift · getuigenis ·
feitelijke vermoedens · bekentenis · eed.
Bewijswaarde = mate waarin bewijselement de rechter overtuigt (art. 8.1, 14° BW).
Wettelijke bewijswaarde = wetgever legt de rechter een bepaalde waarde op voor
een categorie bewijsmiddelen.
3 afwijkingen ① Geen schriftelijkheidsvereiste voor rechtshandelingen ≥ €3.500: in burgerlijk
van burgerlijk recht verplicht ondertekend geschrift; in ondernemingszaken vrij bewijs.
bewijsrecht ② Geen hiërarchie van bewijsmiddelen: in burgerlijk recht staat authentieke akte
bovenaan; in ondernemingszaken geen hiërarchie.
, ③ Bijzondere bewijswaarde voor twee specifieke bewijsmiddelen: aanvaarde
factuur en boekhouding.
Aanvaarde Factuur die aanvaard is of niet binnen redelijke termijn betwist is → levert bewijs
factuur (art. op van de rechtshandeling (bestaan + voorwerp van de overeenkomst),
8.11, §4 BW) behoudens tegenbewijs.
→ Principe: wie zwijgt op aanspraaakbevestiging, wordt geacht in te stemmen.
⚠ Tegenbewijs blijft mogelijk, ook als de factuur uitdrukkelijk aanvaard werd,
maar is in de praktijk uitzonderlijk.
Boekhouding Onderneming kan eigen boekhouding aanwenden als bewijsmiddel tegen een
(art. 8.11, §2 andere onderneming.
BW) → Wettelijke bewijswaarde: enkel als beide partijen akkoord zijn over de
vermeldingen; anders vrije rechterlijke waardering.
→ Geen wettelijke bewijswaarde tegen personen die geen onderneming zijn.
→ Kan ook tegen de onderneming zelf worden gebruikt; moet in beginsel in haar
geheel worden gebruikt (geen splits ten nadele van de onderneming, tenzij
onregelmatig gehouden).
DEEL I · HFST. 4 Onderneming, vennootschap en rechtspersoon
Afd. 1 — Handelszaak vs. vennootschap met rechtspersoonlijkheid
§ 1 — Twee betekenissen van 'onderneming'
Onderneming/entiteit = Rechtssubject: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie die
op duurzame wijze een economisch doel nastreeft.
→ Dit is de WER-definitie; de 'wie' achter de activiteit.
Onderneming/business = Rechtsobject: het geheel van activa (rechten, goederen) verbonden met
(handelszaak) de ondernemingsactiviteit van een onderneming/entiteit.
→ Traditioneel aangeduid als de 'handelszaak' (Frans: fonds de
commerce).
→ Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld: wat geldt voor de 'handelszaak'
geldt voor de onderneming/business van elke onderneming/entiteit.
⚠ Sleutelonderscheid: entiteit = rechtssubject (draagt rechten en
plichten), handelszaak = rechtsobject (waarop rechten rusten).
Vennootschapsvormen Volkomen rechtspersoonlijkheid: NV, BV (focus in deze afdeling).
Onvolkomen rechtspersoonlijkheid: V.O.F., Comm.V. (wel rechtspersoon
maar vennoten onbeperkt aansprakelijk).
Zonder rechtspersoonlijkheid: maatschap.
§ 2 — Handelszaak: geen rechtssubject
Drie Economisch: samenhangend geheel met duidelijke economische finaliteit; activa
perspectieven ('ondernemingsactiva') + verbonden schulden ('ondernemingspassiva').
Boekhoudkundig: behandeld als autonome entiteit; balans toont enkel
ondernemingsactiva en -passiva; 'eigen vermogen' staat aan passiefzijde (als
ware het een schuld van de onderneming aan de eigenaar).
Juridisch: NIET als autonome entiteit; ondernemingsactiva en -passiva gelden als
activa en passiva van de eigenaar. De handelszaak is een rechtsobject, geen
rechtssubject.
Twee gevolgen 1. Geen afgescheiden vermogen (zie hieronder).
2. Onbeperkte aansprakelijkheid van de eigenaar (zie hieronder).