VAKINFORMATIE
Stukken genetica zijn aangeduid met G
Alles wordt opgenomen
Examen: 40 mkv
- Algemene oncologie 6
- RT: 3
- Erfelijkheid: 2
- Klinische hematologie: 20
- Hematopathologie 7
- Genetica: 2
Boek: voordeel dat je beter het verband ziet dan op ppt, hij raadt aan het boek te kopen
Basis examen is les
PERIFEER BLOED
3 soorten: RBC, WBC, BP’jes
RBC
Erytrocyt :RBC in nl bloed , schijfje, van bovenuit rond, eigenlijk geen cel want geen kern, bevat geen DNA
of RNA
- In overvloed in perifeer bloed
- Ook in BM
- In BM gevormd door voorlopers hebben wel nog een kern
Reticulocyt :RBC in jongste vorm: als normoblast zijn kern heeft uitgestoten dus kern is eruit maar omdat
kern er nog maar net uit is bevat die nog wel RNA
o Iets groter
o Wel RNA
o Geen DNA
o In perifeer bloed
Normoblast: enkel in BM, zzz in bloed: eerder denken aan onderliggend probleem dan, ook DNA, en weer
wat groter
HEMOGLOBINE
tetrameer met 4 eiwitketens, met in het midden telkens een heem kern, centraal Fe2+ waaraan O2 bindt
protoporforine kern
2x2: 2 alfa en 2 beta globines samen hemoglobine A
Bij volwassene ook beetje foetaal hemoglobine: geen beta maar wel gamma ketens
1
,BLOEDPLAATJES
Kleiner: enkele µm
Geen kern
Granulair, met basofiele korrels
Blijven 10d in bloedbaan
Rol: 1e hemostase
WBC
Iets totaal anders dan RBC en BP’jes: verzameling van verschillende elementen ipv monomorf
- Granulocyten
o Relatief grote cellen
o Granules in het cytoplasma : genoemd naar het aspect dat die granules aannemen
o Specifieke kleuringen vb H&E
Stel eosofinofiel: roos aankleuringen, goed die korrels te zien en telkens 2
lobbige kern zoals ‘neusbrilletje’, vooral tegen parasieten
Stel basofiel: zo intens dat ze de kern doen verdwijnen achter de korrels,
voorloper mastcel
Stel neutrofiel: grootste groep (ook van alle WBC), kern multilobulair: infecties
tegen bacterien en schimmels
Typisch : zeer kortlevend na enkele uren dus aanmaak is een zeer
dynamisch proces
- Lymfocyten
o In klassieke tellers geheel van de lymfocyten
o Redelijk klein, wel iets groter dan RBC
o Dragers van het immunologisch geheugen dus kunnen jarenlang blijven leven :
verworven immunologisch geheugen
o T- cel: celgemedieerde immuniteit
o B-cel: humorale immuniteit
o Monocyt: onregelmatige kern, vrij grote cel, kort in bloed aanwezig om dan naar weefsels
te gaan om daar de opruimers te zijn of zeer gespecialiseerde functies vb Kuppfercellen
of alveolaire macrofagen
BEENMERG
In het vroege foetale leven start de hematopoese in dooierzak lever en milt BM
Postnatale leven BM en na 4-5 m enkel nog maar in BM
Bij zuigeling wordt heel het BM ingenomen door hematopoese want moet nog heel wat bloed worden
aangemaakt
Bij volwassen kleinere nood: dus hematopoese trekt zich terug in het axiale skelet + proximale tubulaire
beenderen (helft boven armen en benen)
Uitzonderlijk bij meer nood of andere problemen dan kan aanmaak van bloed terug uitbreiden in het
skelet of zelfs naar vroegere hematopoise in lever en milt: extramedullair hepato splenomegalie
2
,Extreem actief proces, heel regeneratieve capaciteit, weinig cellen ih lichaam die zo blijven delen: dus
zeer interessant wetenschappelijk studie-object gezien groei
HEMATOPOËSE
Hematopoetische stamcel HSC = pluripotent: kan nog differentiëren in meerdere cel en weefseltypes,
zelfs naar cellen buiten het hematopoetische weefsel
- Vrij zz cel, afgeschermd in beenmergniches tegen toxische invloeden
- Kan asymmetrisch delen
o Stel symmetrisch: dan volledige voorraad op den duur opgedeeld
o Zo delen dat er cel ontstaan die verder zal differentieren en 2e cel wordt terug lange
termijn hematopoëtische stamcel
- Niet gedifferentieerd
Cellen gaan in het begin heel fel delen, en geleidelijk multipotentie verliezen en zo meer en meer
gedifferentieerde cellen
Naarmate cellen meer delen geleidelijk opschuiven en meer differentiëren en dan verliezen ze een stuk vd
delingscapaciteit en in keuzemogelijkheden
Uiteindelijk mature cellen die bm kunnen verlaten en in bloed terecht kunnen komen
1 HSC 1 miljoen afstammelingen
Pluripotente sc multipotente voorloper die niet gedifferentieerd is kiezen wat voor cel het wordt:
eens beslist kan de cel niet meer terug en verliest die multipotentie
Wat in het bm gebeurt overlapt niet helemaal met het perifeer bloed:
- In perifeer bloed: wbc, rbc, bp
- Hier: granulocyten zijn dichter familie van bp’en dan lymfocyteb
Myeloide cellen: post mitotisch eens bm verlaten : gaan niet meer delen in perifeer bloed of weefsel,
tenzij macrofagen
- Kankers ontstaan dus altijd in het bm
- Postmitotische cel kan dus niet meer delen en niet basis w van maligniteit
Lymfoide cellen kunnen nog wel delen in de periferie zo kan je lymfoide kankers zien ontstaan in BM
(lymfoidisch myeloblastoom) of in lymfeklieren (lymfoom)
DIAGNOSTIEK
Belang van anamnese en KO
Cellen zijn individuele cellen in suspensie: kan in bloed, ook in beenmerg
Of cellen onderzoeken in weefselverband vb huidbiopsie, maagbiopsie: kan niet bij bloed want is
vloeibaar, bij bm kan het wel door botcilinder af te nemen of lymfeklier biopsie
ANAMNESE EN KO
3 elementen bevragen
3
, RBC
O2 transport, kleur aan huid en organen
Tekort:
- Blekere huidkleur en conjuctiva
- Verminderde inspanningstolerantie tachycardie, tachypnee
- Hersenen, hart en spieren hebben meeste O2 nodig : verward, concentratieproblemen,..
Teveel:
- Heel rood uitzicht
- Visceus bloed : bevloeiingstoornissen: cerebraal, pulmonaal,..
- Organomegalie waar ze zich ophopen
WBC
Infectieuze weerstand
Tekort:
- Meer infecties dan normaal
- Persisterende kliervergrotingen
Teveel:
- Visceus bloed : bevloeiingstoornissen: cerebraal, pulmonaal,..
- Organomegalie waar ze zich ophopen
BP
Tekort:
- Bloeduitingen thv huid
- Ernstige bloedingen intern
Teveel:
- Visceus bloed : bevloeiingstoornissen: cerebraal, pulmonaal,..
- Organomegalie waar ze zich ophopen
Te veel cellen kan ook leiden tot maligne processen, kliervergrotingen, beenmergletsels/expansiepijn
BEELDVORMING
Steunen op echo, CT, MR en meer en meer op PET, tegenwoordig ook PET CT; anatomische beelden +
activiteit
PET met specifieke tracer:
- Glucose wordt opgenomen door organen die energie nodig hebben: hersenen, hart, maligne
aandoeningen en via nier uitgescheiden
- Geeft uitgebreid overzicht bij diagnose
4