en 17. Ontwikkelingslanden
1. Klimaattransitie
Klimaatopwarming brengt aanzienlijke economische gevolgen met zich
mee. Zo neemt de schade door extreem weer toe, dalen
landbouwopbrengsten en vermindert de arbeidsproductiviteit. Daarnaast
zijn er ook belangrijke kosten verbonden aan de overgang naar een
duurzamer systeem.
Belangrijke punten daarbij:
- Transitiekosten zijn noodzakelijk om de economie koolstofarmer
te maken
- Het debat draait rond minder consumeren vs. anders consumeren
- Economische groei en emissiereductie kunnen tegelijk
plaatsvinden
- De omschakeling vraagt tijd door een mentale verandering en
creatieve destructie
Om tegen 2050 netto nul uitstoot te bereiken, is wereldwijd een
investering nodig van ongeveer 4500 miljard per jaar.
2. Globalisering
De impact verschilt per sector. In de industrie zien we een tendens naar
relocalisering, mede door stijgende transportkosten en de CO₂-impact van
lange ketens. Tegelijk speelt ook protectionisme een rol, waardoor landen
productie dichter bij huis willen houden.
Belangrijke punten:
- Hogere transportkosten en CO₂-uitstoot stimuleren lokale
productie
- Protectionistische maatregelen versterken deze trend
Bij diensten is het beeld anders: daar zet de globalisering zich verder door,
onder andere dankzij AI, die grensoverschrijdend werken makkelijker
maakt.
Daarnaast hebben disruptieve gebeurtenissen (zoals pandemieën of
geopolitieke spanningen) een grote invloed, omdat ze kwetsbaarheden in
wereldwijde ketens blootleggen en veranderingen versnellen.
3. Vergrijzing
In de context van pensioenen speelt vergrijzing een centrale rol. Het gaat
om een wereldwijd fenomeen: tegen 2030 zullen in 136 landen de