Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Verhalende samenvatting met scaffolding, associaties en active recall Sociale Psychologie (PB0012) | Branscombe & Baron | Open Universiteit | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
64
Uploaded on
10-05-2026
Written in
2025/2026

Verhalende samenvatting van alle 12 hoofdstukken Sociale Psychologie (PB0014) aan de Open Universiteit, geschreven door Maru van Donselaar. De samenvatting behandelt alle kernthema's van het vak: sociale cognitie, perceptie, attitudes, stereotypering, agressie, prosociaal gedrag, groepsdynamica en welzijn. Met scaffolding, associaties en active recall-technieken is dit document ideaal voor examenbereiding en helpt het je snel alle concepten te begrijpen zonder het hele handboek door te hoeven werken.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Examen Sociale Psychologie
Hoofdstukken 1 t/m 13

325 meerkeuzevragen
Gebaseerd op Social Psychology (10e editie) van Aronson, Wilson, Sommers, Page-Gould
& Lewis



Aantal vragen 325

Vraagtype Meerkeuze (A/B/C/D)

Hoofdstukken 13 (van Inleiding t/m Vooroordelen)

Vragen per hoofdstuk 25

Geschatte tijdsduur 240 minuten

Antwoordsleutel Aan het einde van het document



Instructies. Kies bij elke vraag het beste antwoord uit A, B, C of D. Er is steeds precies één juiste optie. De
afleiders zijn opzettelijk plausibel: lees elke optie zorgvuldig. De volledige antwoordsleutel met korte
toelichting per vraag vind je achterin dit document. De juiste antwoorden zijn gelijkmatig over A, B, C en D
verdeeld en niet af te leiden uit de lengte van de optie.

, Hoofdstuk 1: Inleiding in de Sociale Psychologie
Vraag 1. Wat is de meest accurate definitie van sociale psychologie?
A. De wetenschappelijke studie van hoe de werkelijke of ingebeelde aanwezigheid van anderen ons
gedrag beinvloedt
B. De wetenschappelijke studie van de stabiele persoonlijkheidstrekken die mensen van elkaar
onderscheiden
C. De wetenschappelijke studie van groepen, instituties en samenlevingen in plaats van individuen
D. De wetenschappelijke studie van genen en hormonen die menselijk gedrag in groepen aansturen

Vraag 2. Wat verstaan sociaal psychologen onder 'sociale invloed'?
A. Het effect dat woorden, daden of louter aanwezigheid van anderen op ons hebben
B. De erfelijke neiging om anderen van de eigen soort te helpen of beschermen
C. Het bewust overhalen van iemand om zijn houding of gedrag te veranderen
D. De macht die instituties en sociale klassen op een samenleving uitoefenen

Vraag 3. Een student weigert mee te doen aan riskant drinkgedrag, hoewel niemand op het feest hem
rechtstreeks daartoe aanzet. Toch voelt hij de afkeuring van zijn ouders in zijn hoofd. Welk principe
illustreert dit?
A. Sociale invloed vereist altijd een directe poging tot overreding door anderen
B. Sociale invloed kan ook uitgaan van de ingebeelde aanwezigheid van anderen
C. Naieve realisme zorgt ervoor dat hij denkt objectief te oordelen
D. Behaviorisme verklaart zijn keuze volledig via beloning en straf

Vraag 4. Waarom vinden sociaal psychologen dat we ons niet uitsluitend op volkswijsheid of gezond
verstand mogen baseren?
A. Omdat volkswijsheid altijd onjuist blijkt te zijn in wetenschappelijk onderzoek
B. Omdat filosofen betrouwbaardere antwoorden geven dan empirisch onderzoek
C. Omdat mensen hun eigen gedrag doorgaans heel accuraat kunnen verklaren
D. Omdat dergelijke spreekwoorden elkaar vaak tegenspreken zonder de voorwaarden te benoemen

Vraag 5. Welke uitspraak is het meest kenmerkend voor empirische vragen in de sociale psychologie?
A. Antwoorden moeten worden afgeleid uit gedeelde intuities van gewone mensen
B. Antwoorden moeten worden afgeleid uit logische redeneringen van grote denkers
C. Antwoorden moeten worden afgeleid uit experiment of meting in plaats van uit persoonlijke mening
D. Antwoorden moeten worden afgeleid uit de mate van overeenstemming tussen experts

Vraag 6. Wat is het belangrijkste verschil tussen sociologie en sociale psychologie?
A. Sociologie analyseert genetische factoren, terwijl sociale psychologie sociale klasse bestudeert
B. Sociologie analyseert het individu, terwijl sociale psychologie demografische trends bestudeert
C. Sociologie analyseert de groep of samenleving, terwijl sociale psychologie het individu binnen een
sociale context bestudeert
D. Sociologie analyseert persoonlijkheidstrekken, terwijl sociale psychologie de groep bestudeert

Vraag 7. Wat is het analyseniveau dat persoonlijkheidspsychologen typisch hanteren?
A. De genen en fysiologische processen in de hersenen
B. Het individu en de trekken die het van anderen onderscheiden
C. De groep, institutie of samenleving waarin mensen leven
D. Het individu binnen een specifieke sociale situatie en context




Examen Sociale Psychologie — Aronson e.a. 2

, Vraag 8. Wat probeert de evolutionaire psychologie te verklaren?
A. Sociaal gedrag aan de hand van persoonlijkheidstrekken die mensen onderscheiden
B. Sociaal gedrag aan de hand van bekrachtiging en straf in de directe omgeving
C. Sociaal gedrag aan de hand van genetische factoren die zijn geevolueerd via natuurlijke selectie
D. Sociaal gedrag aan de hand van de manier waarop mensen hun situatie interpreteren

Vraag 9. Wat is een veelgenoemd kritiekpunt op evolutionaire hypothesen over sociaal gedrag?
A. Ze ontkennen dat sociaal gedrag ooit een biologische oorsprong heeft gehad
B. Ze leveren nooit nieuwe hypothesen op die in het heden getoetst kunnen worden
C. Ze stellen dat gedrag volledig wordt bepaald door de directe situatie
D. Ze gaan over omstandigheden van duizenden jaren geleden en zijn experimenteel nauwelijks te
toetsen

Vraag 10. Wat betekent het begrip 'construal' (constructie of interpretatie) in de sociale psychologie?
A. De stabiele trekken die bepalen hoe een persoon zich gedraagt
B. De manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en interpreteren
C. De mate waarin een situatie belonend of bestraffend is voor mensen
D. De objectieve fysieke eigenschappen van een sociale situatie

Vraag 11. Een serveerster snauwt naar een klant, en de klant concludeert meteen dat zij een onaardig
persoon is, zonder rekening te houden met haar zware dag. Welk verschijnsel illustreert dit?
A. Het naieve realisme
B. De zelfbevestigende vertekening
C. De behavioristische bekrachtiging
D. De fundamentele attributiefout

Vraag 12. Hoe luidt de definitie van de fundamentele attributiefout?
A. De neiging om eigen successen aan zichzelf en mislukkingen aan de situatie toe te schrijven
B. De neiging om gedrag te overschatten als gevolg van innerlijke trekken en de rol van de situatie te
onderschatten
C. De neiging om te denken dat men de wereld ziet zoals die werkelijk is
D. De neiging om gedrag te overschatten als gevolg van de situatie en innerlijke trekken te
onderschatten

Vraag 13. Waarom kan de fundamentele attributiefout ons juist kwetsbaarder maken voor destructieve
sociale invloed?
A. Doordat we de macht van de situatie overschatten, voelen we ons machteloos
B. Doordat we de macht van de situatie negeren, onderschatten we onze eigen vatbaarheid ervoor
C. Doordat we anderen te veel begrip schenken, verliezen we ons kritisch oordeel
D. Doordat we te veel op genetische verklaringen leunen, missen we trekken

Vraag 14. In het experiment van Liberman, Samuels en Ross (2004) speelden studenten een spel dat
ofwel het 'Wall Street Game' ofwel het 'Community Game' heette. Wat was de belangrijkste bevinding?
A. De persoonlijkheid van de speler bepaalde de samenwerking sterker dan de naam
B. Noch de naam noch de persoonlijkheid had een meetbaar effect op het gedrag
C. De naam van het spel bepaalde de samenwerking veel sterker dan de persoonlijkheid van de speler
D. Alleen competitieve spelers werden door de naam van het spel beinvloed




Examen Sociale Psychologie — Aronson e.a. 3

, Vraag 15. Welke stelling beschrijft het standpunt van het behaviorisme het best?
A. Gedrag kan worden begrepen door te kijken naar genen en geevolueerde aanpassingen
B. Gedrag kan worden begrepen door te kijken naar hoe mensen hun omgeving interpreteren
C. Gedrag kan worden begrepen door alleen te kijken naar bekrachtiging en straf in de omgeving
D. Gedrag kan worden begrepen door te kijken naar de subjectieve gehelen die we waarnemen

Vraag 16. Wat zagen de vroege behavioristen volgens de tekst over het hoofd?
A. Het belang van waarneembaar, meetbaar gedrag
B. Het belang van hoe mensen hun omgeving interpreteren
C. Het belang van bekrachtiging en straf in de omgeving
D. Het belang van beloning bij het aanleren van gedrag

Vraag 17. Wat benadrukt de Gestaltpsychologie volgens de tekst?
A. De genetische aanleg die bepaalt hoe mensen objecten waarnemen
B. De objectieve fysieke kenmerken van een object in plaats van de subjectieve indruk
C. De subjectieve manier waarop een object in de geest verschijnt in plaats van de objectieve fysieke
kenmerken
D. De wijze waarop beloning en straf de waarneming van objecten vormgeven

Vraag 18. Welke onderzoeker wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne experimentele
sociale psychologie?
A. Fritz Heider
B. B. F. Skinner
C. Leon Festinger
D. Kurt Lewin

Vraag 19. Wat is volgens Lee Ross de kern van 'naief realisme'?
A. De overtuiging dat we dingen waarnemen zoals ze werkelijk zijn en onderschatten hoezeer we
interpreteren
B. De overtuiging dat de meeste mensen op een onrealistische manier denken
C. De overtuiging dat onze waarneming voortdurend door onze stemming wordt vertekend
D. De overtuiging dat anderen de wereld doorgaans objectiever zien dan wijzelf

Vraag 20. Twee onderhandelaars met tegengestelde standpunten vinden elkaar niet, omdat elk denkt
dat hij de zaken objectief ziet en dat de ander bevooroordeeld is. Welk concept verklaart deze impasse?
A. Naief realisme
B. Fundamentele attributiefout
C. Sociale cognitie
D. Cognitieve dissonantie

Vraag 21. Welke twee basismotieven sturen volgens de tekst onze interpretaties van de sociale
wereld?
A. De behoefte erbij te horen en de behoefte aan beloning
B. De behoefte aan zelfbevestiging en de behoefte aan veiligheid
C. De behoefte aan controle en de behoefte aan liefde
D. De behoefte ons goed over onszelf te voelen en de behoefte accuraat te zijn




Examen Sociale Psychologie — Aronson e.a. 4

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 10, 2026
File latest updated on
July 1, 2026
Number of pages
64
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$7.64
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maruvandonselaar Open Universiteit
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
19
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
1 week ago

4.0

3 reviews

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions