MODULE 1: INLEIDING
MATERNALE EN PERINATALE MORTALITEIT EN MORBIDITEIT
maternale mortaliteit = dood van een vrouw terwijl zwanger of binnen de 42 dagen na het
einde van de zwangerschap, tgv directe of indirecte oorzaken
maternale mortaliteitsratio (MMR) = aantal vrouwen dat overlijdt tgv zwangerschap, bevalling
of kraambed, per 100.000 levend geboren kinderen
belangrijkste maternale mortaliteitsoorzaken in Europa:
- cardiaal lijden
- trombo-embolische complicaties
- postpartum bloedingen
- neurologische en psychiatrische aandoeningen
- sepsis
- vruchtwaterembool
- kanker
belangrijkste maternale mortaliteitsoorzaken wereldwijd:
- bloeding !!
- hypertensie / pre-eclampsie
- sepsis
- abortus
- trombose
- …
belangrijkste maternale morbiditeitsoorzaken wereldwijd:
- bloedingsgerelateerde complicaties
- hypertensieve complicaties
- sepsis / PID
- infertiliteit
- postpartumdepressie
- multiorgaanfalen en DIC
- bekkenbodemproblemen: fistels, perineumruptuur, uterusprolaps
perinatale mortaliteit = som van antenatale sterftes (na 22w. of >500g.) + vroeg neonatale
sterftes (sterfte in eerste levensweek en >500g.)
belangrijkste oorzaken van perinatale mortaliteit:
- immaturiteit / prematuriteit
- congenitale afwijkingen
- infecties / sepsis
- intrapartum asfyxie of trauma / abruptio placentae / IUGR
,TERMINOLOGIE
zie boek
MODULE 2: NORMALE ZWANGERSCHAPSFYSIOLOGIE
DE MENSTRUELE CYCLUS
hypothalamus: secreteert GnRH → stimuleert hypofyse: secreteert LH en FSH → stimuleert
ovaria: secreteren oestrogeen en progesteron (+ produceren de eicellen)
,DE GAMETOGENESE
DE BEVRUCHTING
de eicel is bevruchtbaar tot 24u na ovulatie; de spermatozoa hebben een bevruchtend
vermogen van 48 - 72u
, DE INNESTELING