DEEL 1: ‘VREEMDELING’
Het verschil kennen tussen het begrip “vreemdeling”; “allochtoon”; “migrant”
= een vreemdeling is iemand die niet kan bewijzen dat hij/zij een Belgische
nationaliteit heeft. Allochtonen of migranten kunnen wel Belgische nationaliteit
bezitten, bvb. door nationaliteitsverklaring of omdat het gaat om een kind dat hier
geboren is van een vreemde ouder die zelf ook hier geboren is.
DEEL 2: DE VERSCHILLENDE VERBLIJFSSTATUTEN
De verschillende verblijfsstatuten kunnen worden ingedeeld op basis van het DUUR
van het verblijf. Op basis van dit criterium kan men dan een onderscheid maken
tussen (zie kleurschema):
- verblijfsstatuten die een kort verblijf mogelijk maken (max. 3 maanden) – of meer
dan 3 maanden mogelijk maken – of een vast verblijf.
1) Kortverblijf
Kunnen toelichten welke administratieve verplichtingen nog gelden voor een “kortverblijver”
na binnenkomst in ons land;
Een kortverblijf is 1 van max. 3 maand (over periode v. 6 maand). Dit is van
toepassing op toeristen, zakenmensen, zieken (behandelingen bv alleen in België),
atleten en journalisten.
Administratieve verplichtingen na binnenkomst in ons land:
- wnr hij bij familieleden verblijft, dient hij zich in te schrijven bij het
gemeentebestuur v/d verblijfplaats. Visum type C
-> een derdelander ontvangt een ‘aankomstverklaring’
-> unieburgers ontvangen een ‘verklaring v aanwezigheid’
- niet nodig wanneer verblijf in hotel, camping, ziekenhuis
1) Arbeidsmigranten (vreemdelingen die naar hier komen om te werken)
Kunnen toelichten aan welke voorwaarden in principe moet voldaan zijn opdat een
vreemdeling het statuut “arbeidsmigrant” kan verkrijgen;
2.1) voorwaarden voor binnenkomst
Als werknemer:
wie voor meer dan 3 maand wil komen werken, zal dat kunnen:
- als hij voor de komst een werkgever heeft gevonden, de werkgever vraagt de
vergunning aan:
De vergunningsaanvraag passeert langs 2 instanties:
- het gewest bepaalt of het toegelaten is om te werken en de DVZ bepaalt of het
toegelaten is om te verblijven -> wnr de beide akkoord zijn ontvangt de migrant de
‘gecombineerde vergunning’ of ‘single permit’ (bijlage 46), dan krijgt hij een visum
D.
Als zelfstandige:
vreemdelingen die hier als zelfstandige willen komen werken, moeten vanuit het
buitenland een beroepskaart aanvragen (via Belgische ambassade).
- het gewest zal controleren of de persoon aan het diploma voldoet die temaken heeft
1
, met zijn beroep.
- ook wordt gecontroleerd of hij met zijn beroep een meerwaarde heeft voor België.
-> is het gewest akkoord, ontvangt hij de beroepskaart en dan kan visum D worden
aangevraagd.
2) Gezinsmigranten
Enkele algemene voorwaarden kunnen opsommen, waaraan voldaan moet zijn voor
vreemdelingen die zich willen komen herenigen met hun gezin;
Gezinshereniging:
elke inwoner kan onder voorwaarden familie laten overkomen:
Voorwaarden:
- afhankelijk v/h verblijfsstatuut en nationaliteit van de persoon in België mogen
echtgenoot en kinderen overkomen - bv. erkend vluchteling enkel voor partner en
kinderen
- derdelander moet vreemdelingenkaart hebben
- aantonen van familiale band bv door DNA test
3) Vluchtelingen
4.1) asielzoeker, erkend vluchteling en subsidiaire bescherming
Weten of een bepaald concreet geval onder de definitie “erkend vluchteling” of onder de
definitie “subsidiare bescherming” kan vallen;
Een vreemdeling die zijn land heeft gevlucht en die niet meer kan terugkeren door
gevaar, kan in ons land verblijven. Om te weten of hij in aanmerking komt, moet hij
een “verzoek om internationale bescherming” (asielaanvraag) indienen. De
persoon zal dan een asielprocedure doorlopen. Zolang de procedure loopt heeft hij een
tijdelijk verblijfsrecht en noemt zijn statuut “verzoeker om internationale
bescherming” (asielzoeker).
Als de asielzoeker aan deze voorwaarden voldoet, krijgt hij in België het statuut van
erkend vluchteling en mag hij hier blijven.
“subsidiaire bescherming”: voor vluchtelingen die niet aan de definitie voldoen,
maar wel heel veel risico lopen op schade als ze terugkeren naar hun land. Bv: oorlog
4.2) verloop van een asielprocedure
Het verloop van een asielprocedure,
regularisatieprocedure en uitwijzingsprocedure (in
grote lijnen) kunnen schetsen;
1) verzoek tot internationale bescherming
(asielaanvraag)
-> bij aankomst in ons land moet de persoon een
aanvraag tot internationale bescherming doen bij DVZ
2) Dublin-onderzoek
-> na de indiening van de aanvraag bekijkt DVZ of ons land bevoegd is voor het
behandelen van het verzoek.
2