WAAROM T&M?
Vanuit de realiteit: noodzaak en interesse (meertalige samenleving)
Vanuit ons theoretische kader: meertaligheid als wezenlijk onderdeel van de
krachtige leeromgeving
Vanuit visie: samenwerking tussen Nederlands en Frans, taal overschrijdend
Woordendidactiek = hoe je woorden aanleert
morfologie = opbouwen van woorden lexicologie = nieuwe woorden
Taalinitiatie = kinderen eerste stappen laten zetten in taal die ze leren, heeft te maken
met Taalsensibilisering = gevoelig maken voor, van taal, kinderen warm maken en
voorbereiden
WAT IS TAAL
TAALCOMPETENTIE
Kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om voor hen relevante
doelen te halen
Vaardigheden de vijf die lln. nodig hebben
Kennis over taal, de wereld die nodig is om taalvaardigheden toe te passen en af
te stemmen op doel, publiek en context. Vb. woordvolgorde in andere taal
Attitude/ houdingen die we verwachten met betrekking tot eigen
taalontwikkeling. Vb. ik haat taal, Rien houdt ervan
Lln geeft blijk van taalcompetentie als:
Doorzet bij moeilijke passages in boek
Woordenschat en algemene kennis inzetten om verhaal te begrijpen
Diepgaand gesprek over de waarde van lezen
Vaardigheden EN kennis EN houding
TAALKENNIS
Verwijst naar wat je bewust en onbewust weet over allerlei aspecten van taal,
taalgebruik en taalsysteem. Deze kennis is nodig om je talige vaardigheden toe te
passen, afstemmen op doel publiek en context Vb. landen moet je met hoofdletter
schrijven
TALIGE VAARDIGHEDEN
Handelingen kunnen uitvoeren: lezen, luisteren, schrijven, spreken en gesprekken
voeren. Vb. bij verhaal zelf navertellen, teksten schrijven
ATTITUDES
Zeggen iets over houding, emotie en motivatie t.o.v. taal en van eigen taalcompetentie
! Functies van taal = (ook voorbeelden kunnen geven)
Expressieve
Communicatieve
, Sociale
Conceptualiserende = betekenisgeven aan iets heel abstract (superbowl)
Taal is meer dan luisteren, spreken, lezen, schrijven!
Kennis: woordenschat, grammatica, strategieën,
taalbeschouwing
Attitudes: (inter)culturele gerichtheid, plezier beleven aan
taal
EIGENSCHAPPEN VAN TAAL
Taal produceert betekenis
Taal is arbitrair = Elk woord in onze taal is verbonden met 1 of meerdere
betekenissen. Zo gewoon dat wij een tafel een tafel noemen en boek een boek. ‘Ik
lees mijn tafel en zit aan boek’
Aantal klanken van een taal is gelimiteerd
(menselijke) taal kan ideeën, personen, voorwerpen buiten de huidige tijd en
ruimte benoemen of ernaar verwijzen
Generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen genereren.
BOUWSTENEN VAN TAAL(SYSTEEM)
VOORBEELDEN
Nadenken over klanken: prosodie en klemtoonpatronen
o Bommelding = bom-melding EN bommel-ding
o Bedelen = bedélen EN bédelen
o Voetbalster = voetbalstEr EN voetbalster
morfologie afleidingen
woordgroepen en zinnen zinnen uit recepten ‘was de aardbeien’
teksten gedichten over taal, grafemen uit elkaar trekken
,spellingvormen vertaal woorden naar engels: kleur = color en colour,…
betekenissen letterlijk en figuurlijk, verkleinwoorden ‘jufke’
woordenschat nieuwe en verdwenen woorden
TAALBESCHOUWING !!!
Dit model is belangrijk leren dus
9 VRAGEN VAN HET COMMUNICATIEMODEL
WAAROM TAALBESCHOUWING
Inzicht in hoe Nederlands in elkaar zit
Taal ‘weten’ – inzicht in de structuur van een taal helpt ook bij het leren van
andere talen vb. bijvoeglijke naamwoorden, vraagzinnen
Nadenken over het eigen taalgebruik en dat van anderen
Algemene culturele kennis vergroten
Taal ‘vat’ de werkelijkheid (zo hebben Bulgaren meer woorden voor snor)
Praten over taal = metataal
EIGEN KENNIS MINIMUMDOELEN
Leerpaden: beschouwen van woorden en beschouwen van zinnen
, Stemloze medeklinkers stembanden trillen niet (p, t, k, f, s, ch/g)
Stemhebbende medeklinkers je stembanden trillen, voel aan je keel. (b, d, v, z, g,
m, n, l, r)
Tweeklanken Klanken waarbij je mondstand tijdens het uitspreken verandert. (Ij/ei –
ui – ou/au)
Grafeem = Geschreven (de letters).
Foneem = Fonetisch (de klank die je hoort).
SYLLABUS P 177-260
BESCHOUWEN VAN WOORDEN
BESCHOUWEN VAN WOORDEN
Hoe beter je je moedertaal kent (en taalcompetent bent), hoe beter je een nieuwe taal
kan leren.
ZELFSTANDIG NAAMWOORD (ZN - SUBSTANTIF)
Is meestal echt zichtbaar (fotografeerbaar)
Enkelvouden, verkleinwoorden, meervouden mogelijk (uitzonderingen..’de
honger’)
Als je er een lidwoord voor kan zetten is het een zelfstandig naamwoord
De / het ervoor zetten
We onderscheiden 2 soorten
1. Eigennamen: Jonas, Gent
2. Soortnamen: stoel, appel
Je kan er samenstellingen en afleidingen mee maken
BIJVOEGLIJK NAAMWOORD (BN - ADJECTIEF)
Duiden een eigenschap aan van een ander zelfstandig gebruikt woord.