Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting Personen-, Familie- en Relatievermogensrecht 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
134
Geüpload op
08-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Volledige samenvatting van het vak PFFV, uitgezonderd het deel erfrecht en giften van Verbeeke (alle anderen leerstukken van Verbeeke staan wel in deze samenvatting). Telkens gebaseerd op alle lessen en aangevuld met het boek, dus zeer volledig.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

PERSONEN-, FAMILIE- EN RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING

HOOFDSTUK 1. SITUERING

PFF recht is een deel van het privaatrecht, dat verschillende domeinen omvat:

- Personenrecht: statuut van de persoon en zijn rechtspositie in de maatschappij
- Familierecht: horizontaal = partnerrelaties + verticale relatie tussen ouder-kind.
- Familiaal vermogensrecht: relatievermogen, erfrecht, schenkingen, testamenten, …

Elke fase van het leven brengt juridische vragen mee, waar familierecht antwoorden kan bieden
MAAR deze fases en juridische vragen hangen niet perse aan elkaar vast en kunnen doorlopen
(bv. naamverandering, adoptie doorheen het leven, …).

(1) Eerste fase = wieg; geboorte van het kind.
-> afstamming en adoptie
-> naam en geslacht die de persoonlijke identiteit vormen
(2) Tweede fase = 0-18j; minderjarigheid.
-> bijzondere bescherming van het kind + bepaalde ouderlijke rechten.
(3) Derde fase = meerderjarigheid.
-> huwelijk, wettelijke en feitelijke samenwoning; gaat over het vormen van
partnerrelaties.
(4) Vierde fase = toenemende leeftijd
-> beschermde meerderjarige personen met bekwaamheid als criterium, niet leeftijd.
(5) Vijfde fase = einde van het leven.
-> nalatenschappen, schenkingen, testamenten, ..

Samenhang tussen personen- en familierecht & familiaal vermogensrecht komt het hardst tot
uiting in de tweerelatie van het huwelijk (tussen echtgenoten onderling en tegenover derden):

o Aangaan van het huwelijk: personen- en familierecht.
o Gevolgen van het huwelijk (beheerst door een lex specialis):
 Primair huwelijksstelsel (art. 212-224 oud BW): personen- en familierecht =
regelt eenvormig en dwingend de rechten en verplichtingen van echtgenoten
onderling + in hun verhouding met derden.
 Secundair huwelijksvermogensrecht (boek 2, titel 3 BW): familiaal
vermogensrecht = regelt de vermogensrechtelijke aspecten, is automatisch van
toepassing MAAR kan van afgeweken worden door huwelijkscontract (=
aanvullend recht, het default-regime)
o Echtscheiding:
 EOO (echtscheiding onherstelbare ontwrichting) & EOT (echtscheiding met
onderlinge toestemming): personen- en familierecht.
 Gevolgen van echtscheiding: familiaal vermogensrecht + personen- en
familierecht.




1

,HOOFDSTUK 2. ONTWIKKELINGEN EN ACTUELE TENDENSEN


AFDELING 1. FAMILIE- EN RELATIEVERMOGENSRECHT ALS SPIEGEL VAN
MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN
Iedereen heeft te maken met familierecht, het gaat ook over allerhande relaties die we erg
belangrijk vinden. Familierecht heeft een regulerende functie in het privédomein: het regelt de
verhoudingen tussen ouder en kind, echtgenoten/samenwonenden en tussen andere verwanten.
Het PFF raakt daarmee iedereen!

Nuance: dit domein van recht is sterk cultureel gekleurd, het vormt immers een afspiegeling van
de maatschappelijke waarden. Het PFF recht is dan ook sterk veranderd gedurende de laatste 50
jaar: strak geregeld huwelijksvermogensrecht tussen man en vrouw is geëvolueerd naar meer
contractuele autonomie en zelfs verregaande vrijheid, MAAR deze vrijheid kent grenzen ->
buitengrenzen worden gevormd door de belangen en rechten van anderen!

AFDELING 2. ONTWIKKELINGEN
(1) Ancien Régime

Het huwelijk is de grondslag van de familie en praktisch onverbreekbaar (want was een
sacrament, echtscheiding was verboden). Er gold ook een duidelijk overwicht van de man in de
familie: deze had de maritale macht over echtgenote en de vaderlijke macht over kinderen -> werd
vermogensrechtelijk ook doorgetrokken! Het huwelijksvermogensrecht was daarnaast
maatschappelijk van beperkt belang (want meerderheid van de bevolking was enkel bezig met
overleven).

(2) 19e eeuw en groot deel 20e eeuw

Code civil van 1804 vatte het huwelijk op als burgerlijke instelling; het was niet wettelijk verplicht,
maar wel feitelijk door maatschappelijke druk -> familierecht erkende buitenhuwelijkse relaties
niet of behandelde ze zeer negatief (bv. kinderen buiten het huwelijk waren onwettig en hadden
nauwelijks rechten, echtscheiding alleen mogelijk onder zeer beperkende voorwaarden, relaties
tussen personen van hetzelfde geslacht niet erkend). Ook de patriarchale opvatting bleef
behouden: een vrouw werd handelingsonbekwaam door het huwelijk en had een mandaat nodig
van haar man om handelingen te stellen zoals een brood kopen (want kan niet zelf een contract
aangaan).

(3) Ontwikkelingen vanaf 2e helft 20e eeuw (1970)

Na WOII en vooral vanaf 1960 zijn er ingrijpende veranderingen op het vlak van maatschappelijke
waarden (deze gaan gepaard met de secularisatie), en de wetgeving volgt deze evoluties.

Meer mensen die ervoor kiezen om niet te huwen, maar toch samen te wonen en een gezin te
starten → vermindering van de impact van het huwelijksvermogensrecht MAAR leidde niet tot
sterk wettelijk samenwoningsrecht (gemene verbintenissenrecht geldt, de invoering van de wet
voor wettelijk samenwonenden in 1998 brengt maar een beperkt aantal vermogensrechtelijke
regels mee). Ook de stigmatisering van kinderen geboren buiten het huwelijk verdwijnt geleidelijk,
zij eisen gelijke rechten. Vaak met enige vertraging volgt het recht deze evoluties (bv.
echtscheidingsmogelijkheden systematisch verruimt (huwelijk was niet langer een levenslange
verbintenis), gelijke rechten voor kinderen (1987), …).




2

,De wet voor wettelijk samenwonenden in 1998 kwam er als politiek compromis omdat men het
huwelijk niet wilde openstellen voor holebi’s, het wettelijk samenwonen geldt ook voor niet-
intieme relaties (bv. broer-zus) waardoor de politieke gevoeligheid afnam. Uiteindelijk kwam in
2003 toch een regeling voor huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht, daarnaast kwam er ook
wetgeving over euthanasie en abortus -> op korte tijd grote vernieuwingen!

Daarnaast is er ook de emancipatie van de vrouw (want vrouwen beginnen te werken en zijn niet
meer financieel afhankelijk): de maritale macht wordt in verschillende etappes afgeschaft: vanaf
1958 zijn vrouwen niet meer handelingsonbekwaam en sinds 1976 zijn man en vrouw gelijke
partners (het gezamenlijk vermogen kon toen zowel door vrouw als door man worden beheerd,
voordien was dit enkel door de man) → leidt tot wijzigingen in wetgeving (bv. meer betrokkenheid
van de vaders bij scheidingen waardoor co-ouderschap de wettelijke primauteit heeft, keuze bij
de achternaam van het kind). MAAR nuance: gelijkwaardigheid is juridisch maar niet volledig
economisch gerealiseerd: vrouwen worden nog steeds systematisch benadeeld in het
relatievermogensrecht!

Er zijn ook tendensen in de positie van het kind: deze neemt nu een centrale plaats in het gezin
in omdat een kind een bewuste keuze is (gezinnen worden kleiner) → kinderen zijn geen voorwerp
meer van ouderlijke macht maar wel volwaardige wezens met eigen rechten (die ook inspraak
moeten krijgen en moeten kunnen participeren), dit komt tot uiting in het Kinderrechtenverdrag &
art. 22bis Gw.

Daarnaast zijn er mogelijkheden van medisch begeleide voortplanting die helpt om de
kinderwens te realiseren o.a. voor koppels van hetzelfde geslacht en voor alleenstaanden. MAAR:
wanneer juridische ouders niet de biologische ouders zijn, worden ook uitdagingen gecreëerd
voor het familierecht -> afstammingsrecht is deels aangepast aan deze ontwikkelingen, maar niet
volledig (bv. draagmoederschap is niet wettelijk geregeld, anonimiteit van donoren staat onder
druk).

De rode draad doorheen de evoluties is dat er minder aandacht aan collectieve belangen en meer
aandacht voor de vrije keuze van het individu is (autonomie, zelfbeschikking) → familierecht gaat
van sturend recht naar steunend/dienend recht met aandacht voor zwakkere partijen (bv.
abortuswet, euthanasiewet, aanpassing van registratie van geslacht, …)

• Interne tendens: het huwelijksvermogensrecht was een strak geregeld wettelijk domein
(men kon huwelijkscontract sluiten maar dit was daarna onwijzigbaar) -> in 1976 volgt de
wijzigbaarheid van huwelijksvermogensstelsel -> geleidelijk geliberaliseerd met
versoepeling vormvoorschriften in 1998 + afschaffing rechterlijke goedkeuring in 2008 ->
de contractualisering nam toe!
• Externe tendens: het BW bevatte geen enkele bepaling voor samenwoners, er was een
behoefte van persoonsrechtelijke en vermogensrechtelijke verplichtingen uit te werken
(verplichting volgt niet uit EVRM/ grondwettelijk gelijkheidsbeginsel) -> aanvaarding van
niet-huwelijkse samenwoning en de wet van 23 november 1998 voerde wettelijke
samenwoning in.

 Wettelijke samenwoning: personen die een verklaring van wettelijke samenwoning
hebben afgelegd, zij genieten een lichte wettelijke bescherming: art. 1475-1479 oud BW.
 Feitelijke samenwoning: niet geïnstitutionaliseerd, berust op de feitelijke realiteit dat
twee personen onder één dak leven (beide domicilie op zelfde adres, bv. geen studenten
die samenwonen op kot), gezamenlijke huishouding uitvoeren en een duurzame
levensgemeenschap hebben opgebouwd. Het gaat over interstaatsrecht: ze genieten
geen bescherming tenzij ze zelf iets ondernemen (bv. zelf testament maken om lagere
erfbelasting te betalen).

3

, MAAR geldt er discriminatie m.b.t. vermogensrechtelijke gevolgen tussen beide? Gehuwden
genieten immers grote bescherming, zowel tijdens als na de relatie + deze wetgeving is
automatisch en dwingend van toepassing! -> GwH 19 jan. 2017.

o Achtergrond: geen statuut voor feitelijke samenwonenden, wat als zij uit elkaar gaan?
Geen uitsluitende bevoegdheid van de familierechtbank.
o Gevolg: bevoegdheid van familierechtbank m.b.t. de kinderen (art. 572bis Ger.W.), bij
geschillen over verdeling van de goederen is dit geen bevoegdheid van de
familierechtbank.

Visie van GwH: geen schending van art. 10 en 11 Gw. want de partijen hebben zelf gekozen voor
de juridische gevolgen die voortvloeien uit hun relatievorm. Mensen hebben zelf de keuze uit drie
relatievormen (andere vormen worden louter geregeld door het gemeen recht), en het Hof gaat er
vanuit dat mensen een rationele keuze maken voor één vorm. Deze keuzevrijheid valt echter wel
in twijfel te trekken, wat bv. met dwaling (mensen maken een keuze maar hebben eigenlijk te
weinig info), dwang (één partner wil huwen en de andere niet) of het feit dat mensen niet nadenken
over de gevolgen die een keuze heeft?

Feitelijk samenwonenden kunnen wel extra bescherming genieten door een contract op te stellen
= opt-in. Dit contract is onderworpen aan het gemeen recht, bepaalde voordelen die exclusief
voor het huwelijk zijn, zijn uitgesloten + in realiteit komt dit bijna niet voor omdat de sterke partij
hier niet achter staat!

Bij het huwelijk geldt er een automatische wettelijke bescherming = opt-out. De zwakke partij is
hier in principe beschermd, MAAR men ziet nog steeds benadeling doordat partners kiezen voor
bv. zuivere scheiding van goederen!

HOOFDSTUK 3. BRONNEN (“MEERGELAAGD” RECHT)


AFDELING 1. NATIONALE NORMEN
Personen- en familierecht: oud BW: boek I ( personen) en boek III titel Vbis (wettelijke
samenwoning)

Familiaal vermogensrecht: nieuw BW: (01/07/2022): Boek 2 titel 3: relatievermogensrecht +
Boek 4: nalatenschappen, schenkingen, testamenten -> bedoeling van codificatie was
coherentie, niet vernieuwen (want gebeurde reeds in 2018).

Familieprocesrecht: Ger.W.: voor 1 sept. 2014 was er een versnippering en lag de bevoegdheid
voor familiale geschillen verspreid over 4 verschillende rechters (burgerlijk, voorzitter eerste
aanleg, vrederechter, jeugdrechter). Sinds 1 sept. 2014 kwam er de invoering van de familie- en
jeugdrechtbank (wet 30 juli 2013) = sectie binnen de rechtbank van eerste aanleg.

 Bestanddelen: art. 76, §1 Ger.W.
 Bevoegdheden familierechtbank: art. 572bis Ger.W -> voor feitelijk samenwonenden zijn
echter verschillende rechters bevoegd (maar geen schending volgens GwH 19 jan. 2017)
 Bevoegdheden jeugdrechtbank: jeugdbeschermingsmaatregelen + alle maatregelen
inzake ouderlijk gezag die daarmee samenhangen.

De vrederechter blijft wel bevoegd voor de onbekwaamheidsstatuten: art. 594 Ger.W.

De klemtoon van deze nieuwe rechtbank is overleg tussen (ex-)partners -> cruciale rol van
dialoog; bemiddeling/ minnelijke conflictoplossing (definitie in art. 1723/1 Ger.W) → daarom
kamer voor minnelijke schikking binnen familierechtbank.

4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 mei 2026
Aantal pagina's
134
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$24.65
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fleurdebakker1 Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
4 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
3 dagen geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen