Info examen
100% oefeningen (geen theorievragen)
Data niet vanbuiten kennen
Mee te nemen (belangrijke documenten)
- Aangifte deel 1 AJ 2026
- Baremacijfers 2026
- Tarieven gemeentebelasting 2025
HOOFDSTUK 2 KENMERKEN
1. AUTOMATISCHE INDEXATIE
Automatische indexatie = bedragen in het fiscaal wetboek worden aangepast aan de
inflatie
Volgens het Arizona-regeerakkoord (wet 18/12/2025)
Sommige fiscale voordelen en vrijstellingen worden niet geïndexeerd van AJ 2025
t.e.m. AJ 2030 (=
bevriezing)
2. EENJARIGHEID, BELASTBAAR TIJDPERK, AANSLAGJAAR
Personenbelasting wordt berekend op inkomsten van één jaar
Belangrijke begrippen
Belastbaar tijdperk of inkomstenjaar = het jaar waarin je de inkomsten
verdient
Bv. 2025 (jaar N)
Aanslagjaar (AJ) = het jaar daarna, waarin de belasting wordt berekend
Bv. AJ 2026 (jaar N + 1)
3. BELASTINGPLICHTIGE
Belastingplichtige = elke natuurlijke persoon die rijksinwoner is. Rijksinwoners worden
belast op hun wereldwijd inkomen
RIJKSINWONER/ INWONER VAN EEN BEPAALD GEWEST
RIJKSINWONER
Rijksinwoner = wie op 1 januari van het aanslagjaar in België woont
Woonplaats bepaalt of je belast wordt als Belg
2
, Woonplaats bepaalt welk gewest bevoegd is (Vlaanderen, Wallonië, Brussel)
FISCALE WOONPLAATS BEPAALT GEWEST
Voorbeeld: Verhuis je in december 2025, dan telt je woonplaats op 1 januari 2026 voor AJ
2026
BEWIJS VAN WOONPLAATS
1. Weerlegbaar vermoeden
Waar je gedomicilieerd bent staat in het Rijksregister = fiscale woonplaats.
Maar dit kan
bewezen worden als fout
2. Onweerlegbaar vermoeden (gehuwden/ wettelijk samenwonenden)
Woonplaats = waar het gezin effectief leeft (waar kinderen naar school gaan,
waar men woont)
Administratie moet bewijzen als ze het betwist
JAAR VAN FEITELIJKE SCHEIDING
In het jaar van feitelijke scheiding geldt nog de laatste gezamenlijke woonplaats voor het
hele jaar
4. OVERZICHT VAN DE BELASTBARE INKOMSTEN
1. Onroerende inkomsten = inkomsten uit onroerende goederen, bv.
huuropbrengsten
2. Roerende inkomsten = inkomsten uit roerende goederen, bv. interesten,
dividenden
3. Beroepsinkomsten = inkomsten uit arbeidsprestaties, uit
beroepswerkzaamheden
4. Diverse inkomsten = alles wat niet in vorige categorieën valt
5. DE BELASTENDE OVERHEDEN
DE FEDERALE OVERHEID EN DE GEWESTEN
1. De federale overheid berekent de basisbelasting.
De gewesten heffen daarbovenop opcentiemen
2. Welk gewest is bevoegd? Kijk naar de fiscale woonplaats op 1 januari van het
aanslagjaar
Gewestelijke opcentiemen (enkel begrijpen, geen oefeningen)
1. Eerst: ‘belasting staat’ 100,000
2. Die wordt verminderd met de autonomiefactor (24,957%) - 24,957%
3. Wat overblijft = ‘gereduceerde belasting Staat’ = 76,043
4. Daarop worden gewestelijke opcentiemen berekend
- Vlaanderen: 33,257% 24,957
2
, - Brussel: 32,591%
DE GEMEENTEN
Gemeenten heffen ook gemeentelijke opcentiemen. Die worden berekend op de totale
belasting.
6. BEPALING VAN HET BELASTBAAR INKOMEN EN VAN DE
VERSCHULDIGDE BELASTING
Schema zoals vastgelegd in de bijzondere financieringswet
2
, BEPALEN VAN DE BELASTBARE BASIS
NETTO-INKOMEN
Je wordt belast op je jaarinkomen, maar enkel op wat wettelijk belastbaar is.
Je betaalt belasting op netto-inkomsten = inkomsten min kosten (niet min
voorheffing!)
GEZAMENLIJK VS. AFZONDERLIJK BELASTBAAR
2