PEPPOL
VIDA-richtlijn (p. 13) VAT in the Digital Age
E-facturatie: vanaf 1 januari 2026 mogen lidstaten btw-plichtigen verplichten om
met e-facturatie te werken
BTW-KETTING
Btw-ketting = procedure van periodieke btw-aangiften, betaling van
verschuldigde btw, controle en terugbetaling van te veel betaalde btw
Doel: meer efficiëntie en transparantie in het btw-systeem, in lijn met de Europese
richtlijnen
HOOFDSTUK 1 ALGEMEENHEDEN
1. SITUERING
De btw-wetgeving behoort tot het fiscaal recht
Bv. Personenbelasting, afvalbelasting, vennootschapsbelasting, schenkingsrecht …
2 GROTE GROEPEN BELASTINGEN
Indirecte belastingen = belastingen die worden gegeven naar aanleiding van
een eenmalig feit of gebeurtenis
Bv. Aankoop van een wagen, aankoop belegd broodje
Soorten indirecte belastingen: btw, accijnzen, milieubelastingen
Directe belastingen = belasting die verbonden zijn aan een periode of een
duurzame toestand
Bv. Vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting, personenbelasting (op
inkomsten tijdens een bepaalde periode)
2. OVERDRACHTSBELASTING
Btw is een overdrachtsbelasting
De belasting wordt geheven bij de overdracht van goederen en diensten
Het is een verbruiksbelasting
Het is een feitenbelasting (gekoppeld aan een concrete handeling)
1971: invoering van de btw-wetgeving in België
3. EUROPESE BELASTING
EUROPESE BELASTING
Examen: De btw wetgeving is identiek voor elke Europese lidstaat? Fout, de wetgeving is
geharmoniseerd, maar niet identiek
2
, Harmonisatie = het op elkaar afstemmen van nationale wetgevingen binnen de
Europese Unie
1. Richtlijnen: Europese rechtsregels die lidstaten verplicht moeten omzetten in
nationaal recht
- Behoren tot de communautaire rechtsorde Europese regels hebben
voorrang op nationale wetgeving
- Lidstaten moeten hun wetgeving aanpassen indien die strijdig is met een
richtlijn
2. Verordeningen: Algemene regels die rechtstreeks van toepassing zijn in alle
lidstaten
1993: Afschaffing van de fiscale grenzen tussen de lidstaten voor intracommunautaire
handelingen
4. WERKINGSMECHANISME VAN DE BTW
ONDERNEMINGEN
Ondernemingen en organisaties zijn geen geïsoleerde entiteiten
Ze maken deel uit van een netwerk
Ze functioneren binnen een bedrijfskolom
Hier binnen ontplooit de btw zich
BEDRIJFSKOLOM
Ook nog kijken in PowerPoint voor meer uitleg!
Bedrijfskolom = alle ondernemingen die betrokken zijn bij de opeenvolgende fasen van
het productieproces, van grondstof tot consument
→ In elke fase wordt toegevoerde waarde gecreëerd (wordt meer geschikt gemaakt
om te gebruiken door de consument)
→ Op die toegevoegde waarde wordt btw geheven
Prijs excl. Tari Verschuldig Prijs incl. Aftrekbare Te betalen Toegevoeg
Btw ef de btw btw aan de staat de waarde
btw
Importeur €50 000,00 21% €15 750,00 €60 500,00 €10 500,00 €15 750,00 €50
2
, 000,00
Fabrikant €75 000,00 21% €25 200,00 €90 750,00 €15 750,00 €9 450,00 €25
(25200 – 000,00
15750)
Groothand €120 000,00 21% €28 350,00 €145 200,00 €25 200,00 €3 150,00 €45
el (28350 – 000,00
25200)
Kleinhand €135 000,00 21% €30 450,00 €163 350,00 €28 350,00 €2 100,00 €15
el 000,00
Consumen €145 000,00 21% / €175 450,00 / / €10
t 000,00
Alles wat je ontvangt aan btw doorstorten aan de staat (= verschuldigde btw)
Alles wat je betaalt aan btw mag je aftrekken (= aftrekbare btw)
Je stort enkel het verschil door tussen wat de onderneming aan leverancier
betaald en wat hij ontvangt van klant
VOORBEELD BEDRIJFSKOLOM
Import aan de grens (handeling 1)
- De onderneming koopt ruwe zijde voor €50 000,00
- Douane vraagt 21% 21% van €50 000,00 = €10 500,00
- Die €10 500,00 betaalt de onderneming aan de staat (= aftrekbare btw)
De onderneming verkoopt aan de fabrikant (handeling 2)
- Hij verkoopt voor €75 000,00
- 21% btw daarop 21% van €75 000,00 = €15 750,00
- Die €15 750,00 ontvangt de onderneming van de fabrikant (=
verschuldigde btw)
Wat moet de onderneming nu echt betalen aan de staat? (handeling 2)
- De onderneming heeft €15 750,00 ontvangen en €10 500,00 al betaald
- Dus: €15 750,00 - €10 500,00 = €5 250,00
- Hij stort dus nog €5 250,00 + €10 500,00 = €15 750,00 bij
- In totaal heeft de staat uiteindelijk €15 750,00 ontvangen (maar gespreid
via aftrek en bijbetaling)
BEREKENINGEN
Aftrekbare btw = prijs excl. btw * tarief
Te betalen aan de staat = aftrekbare btw dit jaar – aftrekbare btw vorig jaar
BETALEN BTW
De consument betaalt btw en kan hiervan niet aftrekken en krijgt hier niets van
terug
Daarom heet btw een verbruiksbelasting
Ondernemer: belastingplichtige/ belastingbetalers moet btw doorstorten
Btw is in principe nooit een kostprijselement (= nuloperatie)
Consument: belasting drager betaalt uiteindelijk alles
DEFINITIE WERKINGSMECHANISME BTW
2
, Btw = verbruiksbelasting op goederen en diensten
Bv. Kapper, taxirit, producten …
Gefractioneerde betalingen = btw wordt stapsgewijs geïnd bij elke transactie
in de bedrijfskolom op basis van de toegevoegde waarde
Uiteindelijk gedragen door de eindverbruiker: De overheid wacht dus niet tot het
product bij de consument is. Ze int btw in elke fase van productie en distributie
BELANGRIJK PRINCIPE: NEUTRALITEITSBEGINSEL
Examen: leg uit wat het neutraliteitsbeginsel betekent?
Neutraliteitsbeginsel = de heffing van de btw moet voor btw-plichtigen fiscaal neutraal
zijn. Voor de btw-plichtige is het btw-mechanisme dus in princiep een nuloperatie:
betaalde btw wordt in aftrek gebracht en verschuldigde btw wordt doorgestort aan de
staat
Btw die zij betalen op aankopen (inputhandelingen) is aftrekbaar
De btw die zij aanrekenen op verkopen (outputhandelingen) is verschuldigde
btw en moet worden doorgestort aan de staat
Het verschil tussen beide wordt via de btw-aangifte afgerekend
DE THEORETISCHE NEUTRALITEIT WORDT SOMS DOORBROKEN OF GENUANCEERD
Tijdselement Er kan tijd verlopen tussen de betaling van btw op aankopen en
de recuperatie via de btw-aangifte.
Bv. Een zelfstandige koopt een wagen en betaalt onmiddellijk
btw. De aftrek gebeurt pas later via de btw-aangifte. Gedurende
die periode is er een financieel nadeel.
Enkel voor btw- Het neutraliteitsbeginsel geldt alleen voor wie btw-plichtig is. Bij
plichtigen vrijgestelde handeling wordt geen btw aangerekend, maar
bestaat ook geen recht op aftrek.
Bv. Woningverhuur is vrijgesteld van btw. De verhuurder kan de
btw op herstellingen (bv. dakwerken) niet recupereren.
Wettelijke De wet kan het recht op aftrek beperken of uitsluiten.
uitsluitingen en Voorbeelden:
beperkingen Personenwagens: btw is meestal slechts voor maximaal
50% aftrekbaar
Bepaalde sectoren of goederen kunnen onder bijzondere
regelingen vallen
In deze gevallen wordt de neutraliteit gedeeltelijk doorbroken
ROL VAN DE BTW-BELASTINGPLICHTIGE HANDELAAR
Een btw-plichtige handelaar:
Ontvangt btw van klanten en stort die door aan de staat (= verschuldigde btw)
Mag btw op beroepsaankopen aftrekken (= aftrekbare btw)
Recht op aftrek van voorbelasting/ ROA
Rekent het saldo af via maandelijkse of driemaandelijkse btw-aangiften
2